Review

'Joden op drift' is virtuoze apologie, in zinnen vol venijn en Witz

De postume wraak van Joseph Roth: lang nadat de nazi's hem 'entartet' verklaarden, wordt hij nog steeds vertaald.

Joseph Roth

'Vae victis', wee de overwonnenen. Met die waarschuwing uit het voorchristelijke Rome besluit Joseph Roth Juden auf Wanderschaft, een in 1927 verschenen essay over de ellendige situatie van de Joden in Oost-Europa, de Joodse migratie naar de VS en de oplaaiende anti-Joodse sentimenten in Duitsland.

Onder de titel Joden op drift verschijnt de tekst nu voor het eerst integraal in het Nederlands, met een inleiding door Geert Mak, die er niet omheen kan Roths betoog 'hoogst actueel' te noemen. Inderdaad kun je overeenkomsten zien tussen het beschimpte 'joodse ongedierte' toen en het 'moslim-ongedierte' nu, maar het perspectief van de Holocaust - in 1927 nog onvoorstelbaar, maar onmiskenbaar door Roth voorvoeld - maakt dergelijke parallellen ook scheef en ongemakkelijk.

Joden op drift

Fictie
Joseph Roth

Uit het Duits vertaald door Els Snick; voorwoord Geert Mak; illustraties Paul van der Steen.
Bas Lubberhuizen; 140 pagina's; €14,99.

Biecht van een moordenaar

Fictie
Joseph Roth

Uit het Duits vertaald door Elly Schippers.
L.J. Veen Klassiek; 188 pagina's; €16,99.

Nergens noemt Roth expliciet de naam van Adolf Hitler, die in Mein Kampf (1924) Joden straffeloos 'parasieten' kon noemen. Maar als 'korporaal van de wereldoorlog' - meer eer gunt Roth hem niet - werpt Hitler zijn schaduw over elke zin. Het omineuze woord 'concentratiekamp' duikt op, en in een eind jaren dertig toegevoegd nawoord schrijft Roth: 'Miljoenen proleten hebben dringend een paar honderd joodse stakkers nodig om zwart-op-wit hun superioriteit te bewijzen. Wat hebben joden dan nog te verwachten? Het gepeupel is al onverbiddelijk genoeg als het wetteloos en zijn blinde instincten volgend op straat tekeer gaat. Wat wordt dat als het zich organiseert?'

Ondanks de bittere strekking is Joden op drift geen naargeestig boek. Het is een virtuoze apologie en een superieur beroep op menselijk fatsoen, in zinnen vol venijn en Witz. Op de eerste pagina zet Roth uiteen wie zijn boek ongelezen kunnen laten: 'Het is niet gericht aan die West-Europeanen die aan het feit dat zij met lift en wc zijn opgegroeid het recht ontlenen flauwe grappen te maken over Roemeense luizen, Galicische kakkerlakken en Russische vlooien.'

Op wie hij zich dan wel richt? 'Lezers die respect hebben voor leed, voor menselijke waardigheid en voor de vuilheid die de ellende overal begeleidt. Westerlingen die niet prat gaan op hun schone matrassen, die misschien weten dat er uit Galicië, Rusland, Litouwen en Roemenië grootse mensen en ideeën komen [...] en niet alleen zakkenrollers, die door de populaire pers, het vunzigste product van het West-Europese gedachtegoed, als 'gasten uit het Oosten' worden aangeduid.'

Her en der last Roth in zijn betoog reportage-elementen in, waardoor concrete feiten en stellingen vervloeien met de verteltoon van de romancier. Ergens diep in Galicië (nu West-Oekraïne) vraagt hij belet bij een legendarische wonderrabbi, in westerse ogen het symbool van 'joodse achterlijkheid'. Bekwaam voert hij de spanning op: lukt het hem de raadselachtige heilige te ontmoeten? De ontknoping is een schitterende deceptie. De rabbi predikt de eenvoud en blijkt zelf zó gewoon dat er niets aan te beleven valt: 'Hij wenkte me tot bij de tafel, gaf me een hand en zei met de hartelijkheid van een oude vriend: 'Het beste!''

Kosmopolitisch schrijver

Moses Joseph Roth werd in 1894 geboren in het destijds onder Oostenrijk-Hongarije ressorterende Galicië, studeerde filosofie en letteren in Wenen en leidde na zijn frontervaringen in de Eerste Wereldoorlog een rusteloos bestaan als kosmopolitische schrijver en journalist. In Joden op drift beziet hij het 'alles berekenende' Westen echter met scepsis en schrijft hij met liefde over de geboortestreek die hij achter zich liet.

Gezien de pogroms en haatcampagnes is het wellicht begrijpelijk dat Roth de Oost-Europese 'primitieve' Jood - die door zijn geassimileerde lotgenoten in Frankfurt en Berlijn wordt veracht - idealiseert. De armzaligste boer in de sjtetl heeft volgens hem 'meer religiositeit en menselijkheid in zich dan alle predikanten in alle theologische seminaries van West-Europa bij elkaar'. Omgekeerd hekelt hij 'de dodelijke, steriele oppervlakkigheid' van het Westen, die door de vernederde immigrant ten onrechte wordt aangezien voor de ware cultuur: 'De Oost-Europese jood beschouwt Duitsland nog altijd als het land van Goethe en Schiller, Duitse dichters die iedere leergierige joodse jongen beter kent dan bij ons de scholieren onder het hakenkruis.'

In nazi-Duitsland belanden Roths boeken in 1933 op de brandstapel, en daarmee beginnen zijn omzwervingen als banneling langs Europese hotelkamers en dranklokalen. Gesloopt door alcohol, eenzaamheid en uitputting komt hij in 1939 in Parijs aan zijn einde, net 44 jaar oud. Zijn postume wraak: acht decennia nadat hij entartet werd verklaard, wordt Joseph Roth nog steeds gelezen en vertaald. Zijn roman Beichte eines Mörders, in 1936 geschreven in Amsterdam, beleeft nu zijn derde Nederlandse uitgave.

Biecht van een moordenaar is de koortsachtige bekentenis van een Russische sukkel die uit nood spion wordt, die het lelijke joodse meisje dat hij heimelijk aanbidt verraadt en uit wroeging een dubbele moord begaat. 'Verteld in één nacht' luidt de ondertitel van de roman, die je ook in één radeloze nacht uit wilt lezen.

Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden