Job

Een profetie die in vervulling gaat

Zeeman Micha¿

In het land Uz woonde een man 'wiens naam was Job', en in Zoechnov leefde vele jaren geleden 'een man die Mendel Singer heette'. De eerste was 'oprecht en vroom en God vrezende en wijkende van het kwaad', de tweede 'vroom, godvrezend en gewoon, een doodgewone jood.' Daarmee zijn al vanaf de openingszinnen de overeenkomsten duidelijk tussen de hoofdfiguur van het bijbelboek 'Job' en die van Joseph Roths roman Job. De verschillen worden ook algauw zichtbaar: de man uit Uz, diep in het Arabische schiereiland, had zeven zonen en drie dochters, een onafzienbare veestapel en zorgwekkend veel personeel. Die uit Zoechnov, in Galicië, dat in zijn tijd Russisch was, had drie zonen en één dochter - en verder helemaal niks, wat weer de bron van geheel andere zorgen was.

Het gaat in Roths roman over de wonderlijke lotgevallen van Mendel Singer, maar beslist ook om de overeenkomsten tussen hem en Job. Roths vertelling is een moderne fabel; misschien moet je haar zelfs een mysteriespel, afkomstig uit het Oost-Europese jodendom, noemen. De moraal van het verhaal is in verscheidene opzichten belangrijker dan het verhaal zelf. En die moraal is schatplichtig aan de visie die in het bijbelboek met dezelfde naam wordt ontvouwd: God heeft gegeven en genomen, de naam des Heren zij geprezen. Zegen en vloek worden door de schepper met ondoorgrondelijke willekeur toegekend, het is zelfs niet de bedoeling dat wij daarin een systeem van rechtvaardigheid trachten te ontwaren.

Maar omdat dat niet gaat en een mens weten wil waar hij zijn ellende aan te wijten heeft, heb je een verhaal: dat van Job, dat van Mendel Singer, dat van alle mensen. De ondertitel die Roth zijn roman verstrekte, verraadt de algemene strekking van het boek al: 'Roman over een eenvoudige man', heet het, en meteen in de eerste alinea wordt dat nog wat aangescherpt tot: 'Honderdduizenden vóór hem hadden geleefd en lesgegeven zoals hij.' De bijzonderheden van het individuele leven zijn dienstbaar aan het universele noodlot.

Mendel Singer is zo arm als Job en ook voor zijn kinderen is er geen hoop. Bovendien is zijn jongste zoon een idioot, geboren met een veel te groot hoofd en onvermogend om zelfs maar te leren spreken.

Mendel Singers vrouw, Debora, gaat te rade bij een met paranormale gaven behepte rebbe een dorp verderop. Die bindt haar op het hart goed voor de stakker te blijven zorgen, omdat er genezing op komst is: wat God de kleine bij de geboorte onthouden heeft, zal hij later met rente vergoed krijgen. Omdat die voorspelling al op een van de eerste bladzijden van de roman wordt geopenbaard en op de laatste bladzijden uitkomt, is het boek ook het verslag van een profetie die in vervulling gaat. Daardoor onttrekt het zich aan de normen van de realiteitszin, want profetieën doen dat over het algemeen niet - en zeker niet als zij iemands geestelijke gezondheid betreffen. Maar daarmee raakt Roth wél aan de kern van het joodse geloof, namelijk het geloof in een verlossing, een definitief en bevrijdend antwoord op de vraag die Martin Buber ooit verwoordde als 'waarom lijden wij, wat wij lijden?'

Dat is geen filosofische vraag, maar een religieuze. Zij zoekt immers naar een hogere autoriteit die voor dat lijden en de verlossing daarvan verantwoordelijk kan worden gesteld. En zij introduceert de hoop, zelfs die tegen beter weten in. Doordat wij geen idee hebben van de plannen van de allerhoogste en zodoende de motieven voor en de kans op verlossing duister blijven, is die hoop eerder een principe dan een vorm van kansberekening.

Mendel Singer wordt het na verloop van tijd te gortig. Hij verliest zijn oudste zoon aan het leger van de tsaar en vermoedelijk sneuvelt die jongen zelfs gedurende de Eerste Wereldoorlog. Zoon twee emigreert naar Amerika en laat zijn ouders en zijn zuster, minus hun gehandicapte gezinslid, overkomen om te delen in de aardse vervulling van de heilsbelofte. Diezelfde Eerste Wereldoorlog eist echter zijn leven op aa

n het westelijk front, waar hij, namens het beloofde land van overzee, de vrijheid heeft helpen bevechten. Van zijn dood wordt Mendel Singers dochter gek. Zij wordt in een inrichting opgesloten. Over het lot van het gehandicapte kind in het verre, door oorlog en revolutie geteisterde Rusland, bestaat geen duidelijkheid. Maar prettig zal het wel niet zijn.

De vader is, kortom, zijn vier kinderen kwijt, zijn vrouw was hij welbeschouwd al kwijt voordat zij metterdaad stierf - en vee had hij nooit gehad. Daar zit hij, straatarm in New York, waar hij weinig van begrijpt en waar hij de taal niet verstaat, 'gescheiden van zichzelf', 'uitgestoten van zichzelf'.

Helemaal overtuigd van zijn eigen onschuld is Mendel Singer trouwens niet - of misschien is het de auteur die hem medeplichtig probeert te maken aan Gods willekeur. De keerzijde van de hoop is de zelfbeschuldiging zolang de hoop niet in vervulling gaat. Ook dat is menselijk en dus is het ook bijbels, Joseph Roth laat niet na te demonstreren hoezeer zijn verhaal in die traditie wortelt. Woordkeus, ritme en melodie van de roman blijven dicht bij die van de Tenach.

Komt de ommekeer. Mendel Singer kon niet meer naar Zoechnov terugkeren, en dus komt Zoechnov naar New York. 'Zijn pijn zal hem wijs maken, zijn lelijkheid goedhartig, zijn bitterheid mild en zijn ziekte sterk', had de helderziende rebbe over de jongste zoon van Mendel en Debora geprofeteerd. Dat is allemaal gebeurd - en met Pesach is het niet de profeet die aanschuift bij de Galicische joden in de Amerikaanse diaspora, maar het kwijlende kind met het grote hoofd. Die is inmiddels een befaamd dirigent geworden.

Het is, zo mooi als het is, lastig om daar als ongelovige gelovige voor te zwichten, maar het is ook lastig om er, vanwege de warmte en de taal, niet door verleid te worden. Komt bij dat het boek uit 1930 is: de gruwelijkste grillen van de almachtige voor Mendel Singer en de zijnen moeten nog komen. Hun hoop draagt een principieel ander karakter dan de onze.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden