BESCHOUWING

Jo Frost krijgt te maken met groeiende afkeer van haar methoden

#stopjofrost

De Britse Jo Frost, alias Supernanny, trekt met haar opvoedprogramma ook hier miljoenen kijkers. Minstens evenveel ouders gruwen van haar aanpak van dwarsliggend grut. (Dat stoutstoeltje!) Wat vinden Nederlandse pedagogen?

Foto Illustratie Typex

Scott ligt in Batmanpyjama blèrend op de badkamervloer. Hij wil zijn tanden niet poetsen. Ook wil hij niet naar bed. Als moeder Roelina (27) hem in bed legt, doet Scott (3) het licht weer aan en begint te gillen. Al vrij snel rent het jongetje krijsend en huilend achter zijn moeder aan. Hij stort zich op de vloer, roept om water.

Roelina is alleenstaand, maar vandaag niet alleen. Ze heeft 1,3 miljoen Nederlandse tv-kijkers op bezoek, samen met de struise Britse televisie-opvoedgoeroe Jo Frost - het lange bruine haar in een staart, nagels in de lak, strenge zwarte bril op. Het fenomeen Frost, beter bekend als Supernanny, ontfermde zich eerder over Britse en Amerikaanse kinderen. Nu is zij ingevlogen door RTL om 'onhandelbare Nederlandse kinderen' en 'hun radeloze ouders' bij te staan.

Roelina moet Scott keer op keer terug in bed leggen - krijsend en wel. Ze moet het licht uit blijven doen en mag niet met Scott praten. 'Het ritueel is voorbij, hij heeft zijn laatste kusje al gehad, anders blijf je bezig', zegt Frost. De kijker ziet Roelina een trap halen om het peertje uit de lamp te draaien, zodat Scott het licht niet meer aan kan doen.

Al tijdens de uitzending liepen de twittergemoederen hoog op onder de hashtag #stopjofrost. De supernanny zou consequentheid en liefdeloosheid verwarren. Je laat een peuter die bang is in het donker toch niet aan z'n lot over?

Een digitale tegenbeweging kon niet lang uitblijven. Onder #gojofrost voerden opvoeders al even fanatiek campagne. Frost had het gezin juist weer op de rails gekregen. Weg met al die onderhandelouders van nu en hun narcistische kroost.

Tekst loopt door onder de video.

Jo Frost in 2005. Foto afp

Met name de naughty step, vrij vertaald als strafstoeltje of strafhoek, roept veel discussie op. Een jong kind dat niet luistert of hysterisch wordt, moet op een apart plekje (een traptrede, een stoel, een hoek) tot rust komen en nadenken over wat er net is gebeurd. Supernanny Frost maakt er in haar programma kwistig gebruik van. Ook de term time-out, zoals het intermezzo in de strafhoek wordt genoemd, valt vaak. Tegenstanders noemen de methode verwerpelijk, schadelijk zelfs. Onzin, zeggen voorstanders.

Straffen schadelijk?

Of valt het eigenlijk best mee? Wie heeft er nou eigenlijk gelijk?

Wat betreft het strafstoeltje zit hoogleraar kinder- en jeugdpyschologie aan de Universiteit Utrecht, Bram Orobio de Castro, op één lijn met de tegenstanders. 'Waardeloos', noemt hij het. 'Ik vermoed dat er in Nederland momenteel een hoop gezinnen zijn waar 6- en 7-jarigen af en toe in een strafhoek moeten staan. Dat vind ik geen goede ontwikkeling.'

Orobio deed veel onderzoek naar probleemgezinnen. Zelfs bij die gezinnen raadt hij zulke straffen af, omdat het averechts of alleen op de zeer korte termijn werkt. 'De huidige wetenschappelijke consensus is warm en gestructureerd opvoeden', zegt Orobio. 'Waarbij je kinderen helpt bij een driftbui weer rustig te worden. Dat is geen mening, maar de uitslag van honderden studies in ons vakgebied. Gewoon laten huilen of harde en kille straffen, werkt niet. Dat noemen we tegenwoordig verwaarlozen.'

Met een time-out (je gillende kind even laten razen en niets doen) is overigens niks mis, voegt hij toe. 'Je kunt een kind leren om even rustig te worden. Maar zoals Frost een strafhoek gebruikt, zeg je als ouder eigenlijk: ik laat je in de steek als je in paniek bent. Frost zegt dat die moeder haar kind moet negeren en in het donker moet laten liggen. Maar een kind wil niet slapen omdat-ie het spannend vindt om alleen in het donker te liggen, niet omdat het wil klieren. Het klinkt misschien gek, maar uiteindelijk willen de meeste kinderen gewoon luisteren naar hun ouders.'

Daarom adviseert Orobio ouders om bij een exploderend kind (in de wetenschap een 'dwingende interactie' genoemd) juist in de buurt te blijven. 'Op zo'n moment uitgebreid praten, kan natuurlijk niet. Dat doe je op een kalm of gezellig moment. Tijdens het spelen bijvoorbeeld zeggen: hee, dat naar bed gaan gaat niet zo goed hè, zullen we dat voortaan anders doen.' Doe het vervolgens in stapjes, zegt Orobio, dat werkt het beste. 'Bijvoorbeeld door te zeggen: de eerste avonden mag je me roepen als het te eng is. Als ze dan vier keer roepen en de vijfde keer niet, ben je al een stapje verder.'

De pedagogische wetenschap is relatief jong. Lange tijd was de studie van opvoeding het terrein van filosofen. Zelfs Plato schreef al over de brutale kinderen van zijn tijd. Pas in de jaren zestig werd het een aparte wetenschapstak. Daarmee kwam ook de bijbehorende industrie van opvoedboeken en -therapieën op gang, al dan niet ondersteund door fanatieke aanhangers. Voor die tijd deden ouders het gewoon alleen, opvoeden. In grote lijnen kun je stellen dat de pedagogiek een ontwikkeling heeft doorgemaakt van autoritair (alles voor de jaren zeventig) naar anti-autoritair (jaren zeventig). Inmiddels zijn we ergens in het midden beland.

Zo ging het toen

Een van de eerste opvoedboeken die in de Nederlandse huiskamers verscheen was Het gezinsboek (1938), met opvoedadvies over het belang van de noodzakelijke tucht en lichamelijke kastijding op z'n tijd 'op de plaats waar de rug ophoudt een fatsoenlijke naam te dragen'. Vanaf de jaren vijftig maakte deze bijbel plaats voor een nieuwe. Amerika werd het gidsland en de Amerikaanse kinderarts Dr. (Benjamin) Spock (The Common Sense Book of Baby and Child Care) de goeroe. Een knoeperd van een opzoekboek, vol medische weetjes. Alles werd een stuk warmer en liefdevoller en baby's mochten best een speen.

Symptoombestrijding

Ontwikkelingspsycholoog en pedagoog Krista Okma is minder stellig. Ze zou het strafstoeltje niet snel aanraden. De methode van Frost is niet per se schadelijk denkt Okma, maar het is wel puur symptoombestrijding. 'Ik vind zo'n strafhoek echt een laatste redmiddel. Kinderen kunnen zich ook afgewezen voelen als je ze daarheen stuurt als ze overstuur zijn. Dat is net zoiets als ruzie maken aan de telefoon en dat de ander ophangt. Dan ontplof je toch ook?'

Okma werkt bij het Nederlands Jeugd Instituut (NJI), het landelijk kennisinstituut voor jeugd- en opvoedingsvraagstukken. Ook is ze auteur van boeken als De opvoedingsachtbaan en Minipubers, survivalgids voor ouders van 6 tot 12-jarigen.

Als alternatief adviseert Okma ouders een plek te maken, bijvoorbeeld met een stapel kussens en wat boekjes, om rustig te worden. Dat is net even wat anders. Maar ze waakt er vooral voor om al te rigide richtlijnen uit te spreken. 'Ik ben pragmatisch. Er is geen gouden recept voor opvoeden. Elke situatie is anders en het moet bij jou en je kind passen. Ik ga ouders niet zeggen dat ze het verkeerd doen als ze gebruikmaken van straffen. Opvoeden is al moeilijk genoeg. Dat straffen op de lange termijn weinig uithaalt, is al langer bekend. Maar ja, dreigen werkt ook niet, toch doe je het soms wel.'

Foto Illustratie Typex

Wat Okma vooral mist in een opvoedprogramma als Supernanny, is aandacht voor de gezinssituatie. 'In de aflevering met de 3-jarige Scott en zijn zusje is de moeder net gescheiden. Er is heel veel gebeurd. Daar gaat het helemaal niet over. Er wordt alleen instrumenteel naar het gedrag gekeken. Ook wordt niet onderzocht waarom Scott niet alleen durft te slapen. Misschien kan een bedlampje helpen, of een knuffel, of mama die nog even bij zijn bed blijft zitten.'

Volgens Okma heb je als programma een enorme verantwoordelijkheid. Uit onderzoek van het NJI blijkt dat televisie en internet voor veel ouders de belangrijkste bronnen van informatie zijn over opvoeding.

Kinderen hebben maar weinig zaken waarover ze de baas zijn, zegt Okma. Eten, slapen en zindelijkheid zijn een soort laatste troef die ze als machtsmiddel kunnen inzetten. Je kan ze er niet toe dwingen. 'Het is goed om te kijken wat kinderen motiveert. Als ze naar hun ouder luisteren, is dat of uit angst of omdat ze het eens zijn met de regel. Als ze niet gehoorzamen, is dat omdat ze vinden dat het recht hebben om te doen wat ze willen of omdat ze zich onmachtig voelen dat ze niet zelf mogen beslissen. Alles vraagt om een andere reactie.'

Tekst loopt door onder de video.

Uitleggen

Supernanny doet de gemoederen hoog oplopen. Dat snapt Micha de Winter, Utrechts hoogleraar maatschappelijke opvoedingsvraagstukken, wel: 'Het is met opvoeden net als met voetbal, iedereen heeft er verstand van.'

De Winter is niet tegen straffen in het algemeen of het strafstoeltje in het bijzonder, ook al beseft hij dat 'heel Nederland over hem heen zal vallen als hij dat roept'. 'Als je al drie keer hebt gezegd: ik ben even met mama aan het praten en je kind tettert er gewoon doorheen, dan mag je het best even op de gang zetten.' Als je maar altijd uitlegt waarom. En dat kan volgens de hoogleraar ook bij een kind van 3 al.

'Het gaat erom dat ze snappen dat iets niet mag. Als ze het dan toch doen, mag er best een consequentie zijn.' Dat beschadigt een kind echt niet, volgens De Winter. Sterker nog: zo leert een kind tenminste dat er grenzen zijn, dat het niet altijd alles kan krijgen en dat het in het leven niet alleen om zijn behoeften gaat.

Puppytraining

Toch windt hij zich op over Supernanny. Omdat 'dit soort programma's' helemaal niet over opvoeden gaan. 'Ze gaan over het reguleren en conditioneren van gedrag en dat is maar een heel klein aspect van opvoeden', zegt De Winter. Daarom heeft hij trouwens moeite met zo'n beetje elke opvoedtrend die de revue passeert, of het nu Dr. Spock is (zie balkon) of een recent programma zoals Triple P (zie kader). 'Trucjes kunnen handig zijn, want ouders zijn blij als hun kind niet meer drie keer per nacht uit bed komt, maar ik vind het een verarming. De gedachte is: als je maar consequent bent en regels hebt, dan komt het wel goed. Ik noem dat puppytraining. Daar is niks mis mee, maar het is geen opvoeden.'

Waarover opvoeden dan wel gaat? 'Over liefde, praten, dingen uitleggen en samen de wereld ontdekken. Wat voor idealen heb je, hoe vorm je een identiteit, wie ben je, hoe ga je met mensen om, wat zijn je normen en waarden - dat is opvoeding. Dat is veel belangrijker dan alleen de afdeling gedrag.'

Het lijkt wel alsof mensen vergeten dat opvoeden per definitie een strijdtoneel is, aldus De Winter. 'Kinderen willen nou eenmaal andere dingen dan hun ouders en dat maakt hen voor ons vervelend. We moeten leren dat die strijd normaal is, dat we die niet meteen onschadelijk hoeven te maken.'

Kinderen willen, kortom, hun eigen baas zijn. Dus wil een kleuter op slippers naar buiten als het vriest, en wil een puber om vier uur 's nachts thuiskomen. Aan ouders de schone taak roet in het eten te gooien.

Bekende opvoedtrends

Onvoorwaardelijk ouderschap
Stroming van de Amerikaanse onderwijsdenker Alfie Kohn. Is tegen 'liefde als handelswaar'. Wijst behalve straffen en belonen, ook complimenten af. Van complimenten worden kinderen juist onzeker, meent Kohn. Want de rest van de wereld reageert heel anders. En ze zouden dingen niet doen omdat het leuk is of goed, maar om een compliment te krijgen. In eigen land geldt hij als autoriteit. Hij schreef een tiental boeken, zijn bekendste is Unconditional Parenting, uit 2005.

Parent Effectiveness Training (PET)
Opvoedtheorie van de Amerikaanse psycholoog Thomas Gordon. Kinderen moeten leren hun verantwoordelijkheid te nemen. Dat doe je niet met autoritaire gedrags-training, maar door als opvoeder het kind gelijkwaardig en respectvol te behandelen. Zien doet leren. Idee is dat het kind opgroeit tot een democratisch, kritisch denkend burger en niet alleen tot een zich gehoorzaam gedragend wezen.

Incredible years
In het Nederlands vertaald als 'pittige jaren', vooral gericht op ouders van 3- tot 8-jarigen. Methode van de Amerikaanse pedagoog Carolyn Webster-Stratton. Tegengesteld aan die van Kohn juist gericht op complimenten, omdat deze het kind zelfvertrouwen zouden geven. De complimenten moeten wel inhoudelijk zijn. Bij een gebouwde toren bijvoorbeeld niet alleen zeggen 'wat mooi', maar zoiets als 'wat goed, je hebt alle stenen netjes op elkaar gezet en nu is het enorme toren geworden'.

Triple P (Positive Parenting Program)
De Australische psychologieprofessor Matt Sanders muntte de training voor positief ouderschap: wel belonen, niet straffen en slecht gedrag ontmoedigen. De gedachte is dat een kind met slecht gedrag iets probeert te zeggen. De werkzaamheid van de methode is nog altijd voer voor discussie in de wetenschap. Desalniettemin vindt hij momenteel gretig aftrek, ook in Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.