PostuumJirí Menzel

Jirí Menzel (1938-2020) was met zijn tedere, wrange films een frontloper van de Tsjechische nouvelle vague

Menzels vierde, satirische film Skrivánci na niti (Leeuweriken aan een draadje, 1969) won pas na de Fluwelen Revolutie van 1989 de Gouden Beer op het filmfestival van Berlijn. 

Jirí Menzel op de set van ‘Obsluhoval jsem anglického krále’ (I served the King of England) in 2006. Beeld Imago/Future Image

Soms zijn uitgestelde en afgebroken filmkussen de mooiste. Zoals in die ene scène uit Jirí Menzels meesterwerk Ostre sledované vlaky (1966), waar de jonge spoorwegbeambte Milos wil zoenen met zijn in een trein gestapte liefje, en zij plots wegrijdt zonder dat hij het doorheeft. Afwachtend blijft hij staan, de ogen gesloten, de lippen getuit, totdat zijn chef spottend een sigaret in Milos’ mond steekt.

Het is een schattig, komisch, teder, poëtisch maar ook wrang fragment, en als zodanig typerend voor het werk van de zaterdag overleden Menzel. ‘De film is vrij en realistisch, net als mijn temperament’, zei de Tsjechische cineast in 2016. Jirí Menzel werd 82 jaar oud.

Menzel werd geboren in Praag op 23 februari 1938. In 1962 studeerde hij af aan de Praagse filmschool, om enkele jaren later met Ostře sledované vlaky (internationale titel: Closely Watched Trains) zijn droomdebuut te maken. De film, gesitueerd rondom een slaperig treinstationnetje in het door de Duitsers bezette Tsjecho-Slowakije, leverde Menzel meteen de Oscar voor Beste niet-Engelstalige film op. De wederwaardigheden van luilak, falende minnaar en verzetsstrijder-tegen-wil-en-dank Miloš transformeerden Menzel ook tot frontloper van de Tsjechische nouvelle vague: het losse verband van rebelse filmregisseurs als Menzel, Milos Forman, Ivan Passer, Jan Nemec en Vera Chytilová die eind jaren zestig volop profiteerden van de Praagse Lente. 

Toen Sovjet-tanks Praag binnenreden en het gedaan was met die korte periode van politieke en artistieke vrijheid, zag Menzel zijn pas verworven roem in rook opgaan. Zijn vierde, satirische film Skrivánci na niti (Leeuweriken aan een draadje, 1969), over mensen die worden heropgevoed op een vuilnisbelt, werd door het communistische regime verboden. Pas na de Fluwelen Revolutie van 1989 kreeg de film alsnog een release in Tsjecho-Slowakije, om in 1990 de Gouden Beer te winnen op het filmfestival van Berlijn.

In de tussentijd bleef Menzel zoveel mogelijk doorwerken. Anders dan sommige nouvelle vague-genoten waagde hij nooit de oversteek naar het buitenland – op een enkel commercieel Duits uitstapje na – ook niet na de Fluwelen Revolutie. ‘Er waren in mijn land maar heel weinig opgeleide mensen’, zei hij enkele jaren geleden. ‘Dus iemand moest thuisblijven.’

Menzel greep vanaf Ostre sledované vlaky geregeld terug op het oeuvre van schrijver Bohumil Hrabal, met wie hij zich nauw verwant voelde. ‘Ik heb in hem altijd bewonderd dat hij de mensen zag zoals ze werkelijk zijn’, zei hij in 2008 tegen het Amerikaanse tijdschrift Filmmaker, ‘met een compromisloos perspectief en toch vol liefde.’ Ook het charmant ouderwetse Obsluhoval jsem anglického krále (I Served the King of England, 2006), de laatste film van Menzel die in de Nederlandse filmtheaters te zien was, is gebaseerd op een roman van Hrabal.

Menzels zwanenzang was het in Tsjechië slecht ontvangen Donsajni (De rokkenjagers). Na een zware hersenoperatie in 2017 bleef zijn gezondheid fragiel en was Menzel nog maar zelden in het openbaar te zien. Hij laat een echtgenote en een dochter na.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden