Jim Carrey: van hyper naar zen

De licht verontrustende transformatie van een zeldzaam succesvol komedie-acteur.

Still uit de mini documentaire Jim Carrey: I Needed Color

Manische energie, een elastieken lichaam en een griezelig plooibaar gezicht. Goede kans dat wie aan Jim Carrey (1962) denkt, nog altijd de bekkentrekkende komiek voor zich ziet uit films als Liar Liar, Ace Ventura of Me, Myself and Irene. Zo werd Carrey bekend: als acteur met een overdreven mimiek en een bijzondere lichaamscontrole, gespecialiseerd in het spelen van mafkezen.

Het succes dat hij daarmee had, valt nauwelijks te overschatten. Niemand in de filmindustrie kon in de jaren negentig om Carrey heen. Neem 1994: binnen een jaar werden Ace Ventura: Pet Detective, The Mask en Dumb and Dumber uitgebracht, drie relatief goedkoop gemaakte komedies met Carrey in de hoofdrol, die samen meer dan 600 miljoen euro opbrachten.

In Hollywood, waar nauwgezet wordt bijgehouden welke filmsterren het rendabelst zijn, leverde hem dat een haast onaantastbare status op. De in Canada geboren acteur, begonnen als stand-upcomedian, had het verdere verloop van zijn carrière voor het uitkiezen. Doorgaan als komiek? Serieuze rollen aannemen, om een gooi te doen naar filmprijzen en andere officiële erkenning? Of het langzaam voor gezien houden en van de Hollywoodradar verdwijnen?

Carrey deed het feitelijk alle drie. Eerst volgde de bocht naar het serieuze werk. Dat ging uitstekend. In de veelgeprezen satire The Truman Show (Peter Weir, 1998) kon Carrey zijn komisch talent nog kwijt, maar de ondertoon was grimmig. Als Truman Burbank, een man die ontdekt dat hij de hoofdrol speelt in een realityshow, moet hij de schok verwerken dat zijn leven nep is. Nog beter geslaagd was Man on the Moon (2000), Milos Formans biopic over de wonderlijke komiek Andy Kaufman. De enigszins onderschatte film (er kon geen Oscarnominatie vanaf) is zowel geestig - op dezelfde ontregelende, soms tenenkrommende manier als het werk van Kaufman - als intens tragisch. De rol was Carrey op het lijf geschreven en blijft een van zijn beste tot nu toe.

Still uit de mini documentaire Jim Carrey: I Needed Color

En dan was er Eternal Sunshine of the Spotless Mind (2004), Michel Gondry's melancholieke kijk op de toekomst van de liefde, waarmee Carrey bewees dat hij ook een romantische hoofdrol kon spelen. Kate Winslet kreeg de meeste lof voor haar acteerprestatie, maar Carreys rol was lastiger: minder excentriek, meer doorvoeld.

Hoe knap gespeeld ook, het is een van de weinige titels in zijn filmografie waarin Carreys rol net zo goed door een andere acteur had kunnen worden gespeeld. Want dat lijkt de kern van zijn talent: het is vrijwel onmogelijk je iemand anders dan Jim Carrey voor te stellen in films als The Mask of Man on the Moon. Met zijn typerende, fysiek gedreven spel blijft hij altijd dicht bij zichzelf.

Pollock en film

Ook voor kunstenaars zelf zijn kunstenaarsfilms intrigerend. Soms te. Zo moet Jackson Pollock hebben gemeend dat de beelden die Hans Namuth in 1950 van hem maakte te veel prijsgaven. Namuth filmde Pollock terwijl hij zijn druiptechniek etaleerde. Na de opnamen nam de schilder, toen twee jaar van de fles, weer een whisky. Zijn carrière raakte in het slop. In 1956 kwam hij om toen hij dronken tegen een boom reed.

Van komedies nam Carrey ondertussen geen afscheid. Hij maakte er alleen minder en ze waren iets minder succesvol. Films als Fun with Dick and Jane (2005) of Yes Man (2008) maakten weinig indruk. De laatste tien jaar doet de acteur het steeds rustiger aan. Misschien spelen de perikelen in zijn privéleven daarbij een rol: depressies, moeizame echtscheidingen en de tragische zelfmoord van ex-vriendin Cathriona White eisten hun tol.

Volgend jaar staat hem bovendien een pijnlijke rechtszaak te wachten, aangespannen door de familie van White, die de acteur dood door schuld verwijt. De pillen waarmee White zelfmoord pleegde, zouden van Carrey afkomstig zijn.

Toch oogt de acteur in televisieoptredens zeldzaam ontspannen. Onthecht haast, op een benijdenswaardige, maar toch ook licht verontrustende manier. In een programma van komiek Jerry Seinfeld liet hij zijn schildersatelier zien en sprak hij over zijn spirituele ontdekkingstocht. In de tv-show van Jimmy Kimmel verkondigde hij: 'Het leven is prachtig, vooral als ik er zelf geen deel van uitmaak.'

Heeft Carrey het licht gezien? Is het schilderen, waar hij zich de laatste jaren meer en meer op stort, zijn redding? Of moeten we de nieuwe Carrey eerder beschouwen als een performancekunstenaar die een publieke rol speelt? Zeker is dat hij het wel gezien heeft met zijn oude gedaante. 'Begrijp me niet verkeerd, Jim Carrey is een fantastisch personage', zei hij tegen Kimmel. 'Ik heb geluk gehad dat ik die rol mocht spelen, maar ik zie mezelf nu niet meer als hem.'

Lees verder:

In de minidocumentaire I Needed Color is acteur Jim Carrey opeens kunstenaar, compleet met onstuitbare inspiratie en gepijnigde frons. Is dit serieus? Lees hier onze beschouwing.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.