Jim Carrey met zijn elastieken gezicht is opeens een serieus kunstenaar

In de minidocumentaire I Needed Color is acteur Jim Carrey opeens kunstenaar, compleet met onstuitbare inspiratie en gepijnigde frons. Is dit serieus?

Still uit de mini documentaire Jim Carrey: I Needed Color

Klopt dit wel? Is dit werkelijk Jim Carrey? De Amerikaanse acteur die zijn elastieken gezicht leende voor uiteenlopende rollen in films als The Truman Show, Dumb and Dumber en The Mask? Die het serieuze genre met het lichte kon afwisselen, maar die nu datzelfde hoofd voor een hoofdrol als schilder heeft gebruikt? Of heeft hij werkelijk een carrièreswitch gemaakt die hem van Hollywood rechtstreeks het Museum of Modern Art in moet lanceren?

Sinds enkele weken circuleert op internet een korte 'documentaire' over Carrey in zijn New Yorkse atelier. I Needed Color, zoals het 7 minuten durende filmpje heet dat vijf miljoen keer is bekeken, laat een man zien die driftig aan het werk is. Die verf uit potten over uitgerold linnen giet. Die pigmenten wegschraapt. Met de tong uit zijn mond een geschilderd gezicht van oogleden voorziet. En die op gepaste momenten voor zich uit tuurt, fietsend een luchtje schept en zich aan introspectie waagt over het leven en zijn kunstenaarsaspiraties. Om daarna weer met een likje verf, de 'elektrische energie' van een Christusportret te voltooien.

Jim Carrey, de kunstenaar. Het is even wennen.

Of je zijn kunstenaarschap serieus moet nemen, is moeilijk uit de filmbeelden op te maken. Wel weet Carrey wat hij moet doen om zich als een serieuze kunstenaar te presenteren. Hij draagt de ene keer een zwart T-shirt met het opschrift Raw Reality, een andere keer een wit exemplaar met het gezicht van Jim Morrison. Hij krijgt om 5 uur 's morgens de aanvechting een kleipoppetje te kneden.

Is het ironie? Een cliché? Niet voor Carrey. Hij is geobsedeerd, lijkt het. Het filmpje moet duidelijk maken dat we hier met een natuurtalent te maken hebben. Een kunstenaar die van opwinding niet kan stoppen. Die zich ziet overgeleverd aan het idee dat kunst larger than life is. Die gedreven wordt door passie, een roeping, emoties. En een gebroken hart, zoals hij tussen de bedrijven opbiecht. 'Schilderijen laten je iets over jezelf zien. [...] Ze bevrijden je van het verleden, de spijt, de zorgen.'

Still uit de mini documentaire Jim Carrey: I Needed Color

De uitspraken passen naadloos in het beeld van de gekwelde kunstenaar die zijn expressie de vrije loop laat. Die erachter is gekomen dat hij niet voor het kunstenaarschap heeft hoeven kiezen, omdat het kunstenaarschap al voor hem had gekozen - als ware hij Harry Mulisch.

Carrey mag zich in het filmpje presenteren als het lijdend voorwerp van een hem overrompelende missie, hij is ook opmerkelijk goed geïnformeerd over de hoogtepunten uit de comtemporaine kunstgeschiedenis en de schilders die de afgelopen zeventig jaar naam maakten. Zo kliedert en dript hij als Jackson Pollock in zijn beste jaren, schraapt hij met een stuk metaal delen verf weg als Gerhard Richter, hanteert hij de luchtige penseeltechniek van Willem de Kooning, droedelt hij als Keith Haring en perst hij grootformaat tubes op het canvas leeg als Jean-Michel Basquiat. Carrey heeft het handboek van de moderne schilderkunst even grondig bestudeerd als het script voor zijn nieuwste hoofdrol.

Tekst gaat verder onder video.

Carrey kent ook de kunstenaarsklassiekers uit de cinematografie. Kirk Douglas die in Lust for Life als Vincent van Gogh zijn oor afsnijdt, door de gele korenvelden dwaalt en zelfmoord pleegt, en dat alles met een door wanhoop gedreven gezicht. Expressieve mimiek die voor Carrey een fluitje van een cent moet zijn geweest.

Tegelijk refereert I Needed Color aan serieuzere reportages. Zoals de opnamen die Hans Namuth in 1950 maakte van Jackson Pollock. De ingrediënten toen: een intens kijkende Pollock die close-up, door een glasplaat heen, werd vastgelegd terwijl hij zwarte huishoudlakverf van een stok laat druppelen. Opnamen waarvoor Morton Feldman atonale celloklanken componeerde. En die door de schilder werden voorzien van oneliners die de kunstgeschiedenis zouden halen, zoals: 'Stijl is slechts een middel om een statement te maken.'

De tien minuten durende reportage is hét voorbeeld geworden voor talloze artistiek verantwoorde navolgers, met name door de combinatie van stommefilmbeelden, abstracte pling-plongmuziek en neuzelig ingesproken Succesagendawijsheden. Zoals Jan Vrijmans film De werkelijkheid van Karel Appel, waarvoor Vrijman de met verf smijtende schilder observeerde met een lens door het canvas. Appel stelde zelf de achtergrond-muziek samen uit elektronisch geraas, onderbroken door zijn legendarische uitspraken 'Ik begin vanuit mijn materie, dat is verf' en 'Ik schilder als een barbaar van deze barbaarse tijd.'

De gedreven kunstenaar, moederziel alleen in zijn studio, in gevecht met de materialen en zichzelf: het stramien is een beproefd model voor wat velen een geslaagd kunstenaarsportret noemen, met de kracht van een selffulfilling prophecy. Het beeld kan van elke amateur een gevierd professional maken, mits in het bezit van een groot, zonovergoten, rommelig atelier, een pallet vol peperdure olieverftubes, een setje op volgorde van grootte gelegde marterharen penselen en een gezicht dat zich laat plooien tot melancholisch gepeins. Voorwaarden die voor Carrey, de acteur, geen zichtbare problemen opleverden.

Zijn optreden maakt van I Needed Color een cliché, een pastiche, misschien zelfs een promofilm, niet voor de kunstenaar zelf, maar voor de avondvullende speelfilm die binnenkort mondiaal in de bioscoopzalen draait. Een waarin Carrey, omdat hij zijn liefdesverdriet niet met olieverf krijgt weggeschilderd, in een dronken bui niet zijn oor maar zijn lid afsnijdt. Hij biedt het vervolgens zijn galeriehouder aan, die uit hebzucht het kleinood op sterk water zet en via de achterdeur aan een rijke klant verkoopt. Waarna men Carrey leeggebloed op bed aantreft, maar niemand beseft of het Carrey de schilder of de acteur betreft. Drama verzekerd, haperende carrière gered.

Het is een gedaanteverwisseling waarvoor I Needed Color een opstap zou kunnen zijn: de acteur die zich identificeert met zijn rol en gaandeweg geen onderscheid meer maakt tussen de kunstenaar die hij speelt of werkelijk is. Of die hij denkt te zijn, omdat het hij zelf in de illusie is gaan geloven.

Still uit de mini documentaire Jim Carrey: I Needed Color

Het onderscheid is minder groot dan je zou denken. Genoeg acteurs hebben de kunst ontdekt, zie schilderende acteurs (of acterende schilders) als Val Kilmer, James Franco, Dennis Hopper, Lucy Liu, Johnny Depp, Anthony Hopkins en Sylvester Stallone. De combinatie acteren en beeldende kunst is misschien zo'n vreemde niet. Waarschijnlijk liggen de twee bezigheden dicht bij elkaar. Al is het soms moeilijk aan te wijzen wat in welke verlengde ligt: de acteur die zich transformeert tot schilder of de schilder die zich als acteur gedraagt.

I Needed Color geeft zulke goede scriptaanwijzingen - een gevoelige oogopslag, de lichte hapering in de stem, filosofisch gepeins over een verloren liefde, mijmerend fietsen op een binnenplaats én een likje verf hier en daar - dat zelfs echte kunstenaars er hun voordeel mee kunnen doen. Voor wie zijn vastgelopen loopbaan vlot wil trekken, wie zijn imago een extra zetje wil geven of een nieuw en groter publiek wil aanboren: hij gaat te rade bij Carreys acteerprestatie. Jackson Pollock en Karel Appel hadden nog wat van hem kunnen leren.

Lees verder:

De licht verontrustende transformatie van een zeldzaam succesvol komedie-acteur. Een profiel van Jim Carrey.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.