Jezus’ discipelen in legeruniform

Museum laat zien dat de Israëlische onverschilligheid niet is doorgesijpeld in de kunst...

Het is weer eens oorlog in Israël en fotograaf Gaston Zvi Ickowicz (1974) trekt erop uit. Hij portretteert twee wolken: een gelige stofwolk boven een zandpad vol bandensporen, en een zwarte rookwolk boven een vlakte vol verdorde struiken. ‘6 Augustus 2006’ zijn ze getiteld, en er is geen sterveling op te bekennen. Nog even en de wolken verwaaien over het uitgebluste Israëlische landschap.

Op de grote glanzende vierkante kleurenfoto’s is het zomerlicht zo fel vastgelegd, dat je zelfs in de museumzaal je ogen in een reflex dichtknijpt tot smalle spleetjes. De augustushitte van Israël is bijkans ondraaglijk en doet soms denken aan de Algerijnse ‘hondsdagen’, zoals beschreven door Albert Camus in het beklemmende De vreemdeling (1942) – met moord en doodslag en al.

Het werk van Ickowicz is op de expositie Real Time – Kunst in Israël: 1998-2008 in Jeruzalem een van de weinige verwijzingen naar de conflicten waar het land met zijn buren in is verwikkeld. De Israëlische bombardementen op Libanon en de raketbeschietingen door de sjiitische Hezbollahmilitie pakten zich in de zomer van 2006 34 dagen lang samen tot een wolk van geweld. Maar uiteindelijk is ook die weer in het niets opgelost, zo wil Ickowicz maar zeggen.

Het tweeluik 6 Augustus 2006 is een treffende illustratie van het ‘decennium van de onverschilligheid’. De karakterisering is van sociologe Vered Vinitzky-Seroussi, opgeschreven in de Real Time-catalogus. De inventarisatie van de nieuwe kunst in het chique Israel Museum is het slotstuk van een reeks van zes exposities die samen de kunstgeschiedenis omvatten van de zestig jaar geleden gestichte Joodse staat.

De zomeroorlog van 2006 kreeg in Israël de naam Tweede Libanonoorlog. Het bijbehorende seen it, been there, done it-gevoel kende Israël al van de Tweede Intifada (2000) en de Tweede Golfoorlog (2003). De onverschilligheid, schrijft Vinitzky-Seroussi, komt voort ‘uit het gevoel dat (*) alles steeds maar weer voorbij komt en dat er niets is dat het hart bij voorbaat sneller doet kloppen’.

De apathie heeft jonge Israëlische kunstenaars echter nauwelijks tot wezenloze navelstaarderij gedreven. Velen hebben hun studie afgemaakt in het buitenland; sommigen hebben ook al over de grens furore gemaakt. Met grote gebaren roepen ze apocalyptische visioenen op, of zetten vraagtekens bij de asociale consumptiemaatschappij waar ze Israël in hebben zien veranderen.

Variatie is er volop. Doron Solomons laat in de video Shopping Day (2006) ’s nachts voor de deur van een 24-uurswinkel in slow motion zijn boodschappen op straat kapotvallen; Sigalit Landau laat een ontvelde menselijke gestalte een paddestoelwolk van papier-maché beklimmen in Iranian Atom (2007).

Overweldigend is het metershoge beeld van een naakte Afrikaanse jongen, The Boy from South Tel Aviv (2001), van Ohad Meromi. Het is bijna net zo’n onvermijdelijke verschijning als de gebeeldhouwde David van Michelangelo.

Zwart en onbesneden staat de jongen daar gigantisch niet-Jood te zijn – hallo, hier ben ik! Met duizenden tegelijk heeft Israël in de jaren negentig de buitenlandse gastarbeiders op korte verblijfsvergunningen uit Azië gehaald; inmiddels steken Afrikanen met tientallen tegelijk illegaal de grens in de woestijn met Egypte over. Hutjemutje zitten ze verscholen in halfgare pensions in de zuidelijke wijken van Tel Aviv. Steeds zichtbaarder zijn ze in het straatbeeld, en vertroebelen zo in al hun etnische variëteit het zelfbeeld van de Joodse staat.

Fotograaf Adi Nes (1966) geeft een wonderlijke draai aan een andere Renaissanceklassieker: het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci. Het is een ontregelend feest van de herkenning: Jezus en de discipelen zijn ineens mooie Israëlische jongens in een legeruniform. Op tafel liggen opengescheurde zakken wit fabrieksbrood.

Het leger is in Israël vanouds een onaantastbaar instituut: het voortbestaan van de staat is, denken velen, afhankelijk van militaire macht. Maar bij de jongere generaties knaagt de twijfel. Ze zijn groot geworden als bezettingssoldaten aan checkpoints op de Palestijnse Westoever en de Gazastrook.

Wat deden ze daar eigenlijk, en voor wie? Voor de premiers en ministers die steeds nadrukkelijker verwikkeld zijn in corruptieschandalen? Het is geen toeval dat verraad het thema is van het Laatste Avondmaal, waar Jezus voorspelt dat een van zijn discipelen hem stiekem zal aangeven bij de Romeinen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden