Jeugdtheater is al snel te griezelig!

Nederland stond bekend om zijn progressieve jeugdtheater. Maar de roep om ‘leuke’ en ‘fijne’ voorstellingen groeit. Ouders zijn beschermender geworden. ‘Mijn stiefmoeders waren te onaangenaam. Maar dat zijn ze in sprookjes altijd!’

Midden in de zaal kijkt een klein meisje strak voor zich uit. Haar moeder heeft haar net een duwtje gegeven, ze reageert niet. Het zaallicht is aan, ongeveer de helft van de kinderen zit met de vingers omhoog gestoken. ‘Wie van jullie heeft gescheiden ouders?’ vraagt de acteur nog eens. De moeder geeft het meisje weer een zetje. Jij ook, lijkt ze te willen zeggen. Het meisje negeert haar, pas als het zaallicht uitgaat, ontspant ze.

De voorstelling Mijn vader is een indiaan van Theater- en Productiehuis Bonte Hond leverde vorige week behalve een handjevol huilende kinderen vooral veel onthutste ouders op. Hoe haalde regisseur Noël Fischer het in haar hoofd om zo’n confronterend onderwerp op het toneel te tonen. Scheiding, dat is toch niet gezellig? Daar worden kinderen toch verdrietig van?

Grote emoties
Fischers’ weerwoord dat 1 op de 3 kinderen met scheiding te maken krijgt en dat grote emoties ook recht van bestaan hebben, werd verontwaardigd van de hand gewezen. Theater moet een plek zijn waar je veilig met je kinderpartijtje naartoe kunt en áls je al wat moet leren, dan graag iets met normen en waarden.

Ook Toneelgroep Max had de afgelopen maanden te maken met boze ouders en scholen. In januari vanwege de jongerenvoorstelling Reigen van Arthur Schnitzler. Het stuk gaat over seks en ontrouw, een onderwerp waar een aantal scholen hun jongeren niet zonder meer aan bloot durfde te stellen – onder meer uit angst voor de reacties van de ouders.

Na Reigen was het de voorstelling Soms verdwaal ik in een draak die onrust baarde. Het stuk begint met een draak die een meisje opeet. Niet heel bloederig, maar er is wel een schoentje dat eenzaam overblijft. Wenende kinderen werden massaal op schoot getrokken. Een opmerkelijk effect, aangezien de voorstelling twaalf jaar geleden ook te zien was en toen vooral enthousiaste reacties oogstte. Regisseur Moniek Merkx: ‘Alsof de ouders de laatste jaren beschermender zijn geworden en de kinderen banger. Natuurlijk is de voorstelling door die draak in het begin een beetje eng, dat is de metafoor van het sprookje: het begint eng, daarna wordt het beter. Maar ouders lijken zo’n metafoor niet meer te begrijpen. Toen ik vier jaar geleden De verschrikkelijke stiefmoedershow maakte, was het commentaar dat mijn stiefmoeders te onaangenaam waren. Dat zijn ze in sprookjes altijd!’

Leuk en fijn
De laatste jaren groeit de roep om ‘leuke’ en ‘fijne’ voorstellingen. Hoe dat komt? Een aantal makers wijst op de gelijktijdige opkomst van uit Amerika geïmporteerde ‘feelgood’-producties als Mega Mindy en Bob de Bouwer. Weer anderen geven scholen de schuld. Die mogen namelijk sinds een aantal jaar zelf bepalen waar ze hun cultuurbudget aan besteden, zonder tussenkomst van theaterbemiddelaars met expertise. Dus kiezen die scholen dikwijls óf voor leuk, óf voor educatief, maar dan wel behapbaar educatief, stevig omlijnd door leerdoelen. Die ontwikkeling zorgt voor de groei van ‘risicoloze’ voorstellingen, wat de eigenzinniger producties zeldzamer én relatief enger maakt.

Het past ook in de algemene trend van angst en de behoefte om iemand anders daar de schuld van te geven. Tegenwoordig is de theatermaker de boeman, vroeger had de draak het gedaan.

Progressief
En dat terwijl Nederland zich van oudsher laat voorstaan op progressief jeugdtheater. Al vijfentwintig jaar geleden werd er een lans gebroken voor theater dat niet ‘op de knieën’ ging voor het kind. Geen educatieve lesjes, maar boeiende, fantasievolle verhalen. Prikkelen in plaats van pamperen. Het is het soort voorstelling waarvan er tegenwoordig in buurland België soms meer te vinden zijn dan op eigen bodem. Nog steeds zijn er ouders en scholen die het fantastisch vinden dat er in Nederland eigenzinnige voorstellingen worden gemaakt. Nog altijd worden Nederlandse jeugdvoorstellingen in het buitenland bekroond en bewonderd om hun vrijgevochten thema’s of speelstijl. Maar de tegenstanders van deze ‘autonome jeugdkunst’ schreeuwen steeds harder.

En dat geschreeuw beperkt zich niet alleen tot de kleinere gesubsidieerde producties. Een grote-zaalvoorstelling als Nijntje op vakantie, naar het boek van Dick Bruna, leverde een boze brief van een kindertherapeut op. In de Nijntje-musical met liedteksten en script van Ivo de Wijs, ligt oma Pluis op sterven en die aanblik was, aldus de brievenschrijfster, zeer schadelijk voor jonge kinderen. Regisseur Bruun Kuijt is er nog steeds verontwaardigd over: ‘In het boek van Dick Bruna gaat Oma Pluis zelfs dood, maar dat vond Ivo de Wijs op het toneel te ver gaan. Ik vond dat eigenlijk niet, wat mij betreft had ze best dood gemogen.’

Brief terug
Kuijt schreef een brief terug: () Ik veronderstelde dat als kinderen na het zien van de voorstelling vragen over dit onderwerp zouden hebben, dit aangegrepen kon worden door de ouders om hier iets zinnigs over te zeggen. Dood wordt door kinderen nooit als eng ervaren, tenzij de ouders daar hysterisch over gaan doen. ()

Dat een commerciële productie als Nijntje op vakantie wrevel oproept is bijzonder, want in principe zijn commerciële voorstellingen publieksgericht. De producenten moeten hun inkomsten immers uit de bezoekersaantallen halen, dus doen ze er alles aan hun producties zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Dat betekent vaak bewerkingen van bekende boeken, al dan niet ontdaan van de scherpe randjes, en sterren als Kim-Lian van der Meij of Jamai Loman op het toneel.

Botsen
Het zijn meestal de gesubsidieerde gezelschappen die botsen met het publiek. Een (jeugd)theatermaker gaat uit van de vrije artistieke gedachte en zoekt daarbij het publiek weliswaar op, maar niet met als eerste bedoeling het te behagen. Veel opvoeders vinden de laatste tijd dat die artistieke vrijheid ‘te ver’ gaat. Ze vertrekken soms nog tijdens de voorstelling met opgestoken stekels én kind. Zonde. Want zelfs onderwerpen als dood of scheiding worden, mits goed gedoseerd, door kinderen in hun onbevangenheid vaak makkelijk opgepikt, zeggen de makers.

Natuurlijk hebben ouders zo hun redenen beschermend te zijn. Het leven dóet al zoveel pijn en een voorstelling over scheiding kán verdriet opleveren. Bij elk risico is er kans op een gewonde. Betere autostoeltjes redden levens, een babyhelm voorkomt hoofdletsels. Kinderen zijn, meer dan vroeger, volwaardige en gekoesterde gezinsleden. Geen wonder dat het samenzijn dát er is met zorg wordt omgeven. Precies dat verschil in belangen maakt een gesprek tussen opvoeders en theatermakers lastig.

Dood
Erik Whien maakte vroeger jeugdvoorstellingen, maar is nu huisregisseur is van Theatergroep Oostpool. ‘Want als ik een voorstelling over de dood wil maken, wil ik niet bij voorbaat dat het uiteindelijk weer goed komt, of dat ik moet doen alsof er ook mooie kanten aan zitten. Misschien wil ik laten zien hoe gruwelijk de dood is, maar toon ik dat aan een kind, dan wordt het kind bang en zijn de ouders een maand lang met de nachtmerries bezig.’

Anderen vinden het opzoeken van grenzen juist spannend: zit je op het randje, dan zit je goed, is een veelgehoorde opmerking van jeugdtheatermakers. Alexandra Broeder, wier Candyland zowel werd geprezen als afgekeurd: ‘Zonder spanning krijg je van die tuttige voorstellingen.’ Ze kunnen niet anders werken dan vanuit zichzelf, zeggen de theatermakers. Als ze hun oren laten hangen naar de luimen van het publiek, raken ze hun kern kwijt. Hun verhaal is ook heus niet altijd provocatief bedoeld, daar zou het boze publiek ook wat meer vertrouwen in mogen hebben.

Onderbuik
Volgens theatermaakster Silvia Andringa moeten jeugdtheatermakers er gewoon aan wennen dat volwassenen steeds vaker ‘vanuit de onderbuik’ reageren. ‘Lastige of prikkelende onderwerpen goed ensceneren, dát is de taak van de theatermaker en dat moet dus gewoon blijven gebeuren. Er is behoefte aan stukken die raken, die ook na zo’n primaire reactie blijven nazingen. Laat een theatermaker vooral niet mekkeren als na afloop van een voorstelling het publiek de zaal afbreekt. Het betekent gewoon dat je je werk goed hebt gedaan. Dan kost het maar een paar stoelen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden