Jeugdherinneringen

Maxim Gorki heeft zo veel te vertellen en hij doet dat zo efficiënt dat het lezen van zijn jeugdherinneringen een verbluffende ervaring is

Maxim Gorki (1868-1936) is zonder twijfel de meest gelauwerde schrijver van de 20ste eeuw, en wellicht van de gehele geschiedenis. Welke andere schrijver kan zeggen dat er steden naar hem zijn vernoemd, bibliotheken, musea, staatsprijzen, straten en vliegtuigen en zo verder. Zonder het te weten, durf ik te beweren dat er ook strijkijzers, ijskasten, nucleaire centrales, uitgeverijen, tanks en speelgoed naar hem zijn vernoemd. Karel van het Reve zat in Amsterdam-Zuid in een afdeling Pioniers (de jeugdbeweging van de Communistische Partij) die 'Maxim Gorki' heette. Gorki is waarschijnlijk ook een van de machtigste schrijvers die ooit leefde, ervan uitgaand dat schrijvers in het algemeen politiek vrij machteloos zijn, en dat maar weinigen in staat zijn om naast hun literaire ambities een politieke machtsbasis op te bouwen.

Gorki had die machtsbasis, zonder dat iemand hem ooit een politicus zou noemen, en zonder dat hij ooit lid is geworden van een politieke partij, incluis de communistische. Hij gebruikte zijn grote invloed net na de revolutie om een keiharde campagne te voeren tegen Lenin, tegen de inperking van vrijheden na de bolsjewistische machtsovername, en tegen de arrestatie van tegenstanders of vermeende tegenstanders van het regime.

Op 7 november 1917, maar enkele dagen na de revolutie schreef hij: 'Lenin, Trotski en hun supporters zijn reeds geïnfecteerd met het corrumperende virus van de macht. Dit blijkt wel uit hun eerloze omgang met de vrijheden van meningsuiting en van persoon, en al die rechten waar de democratie voor heeft gevochten [. . .] Lenin is geen almachtige magiër maar een koelbloedige bedrieger, die noch de eer, noch de levens van het proletariaat zal sparen.'

Gezien de felheid van Gorki's toon (en dit soort artikelen schreef hij vaker) is het vrijwel onmogelijk te begrijpen dat Gorki vanaf 1919 vrede sloot met Lenin, en een van zijn belangrijkste steunpilaren werd. Gorki's vlucht naar Italië in 1921 lijkt een poging om weer aan deze positie te ontkomen. Maar nadat Stalin in 1928 zijn macht definitief had gevestigd, keerde hij terug naar de Sovjet-Unie. Dat was het moment dat zijn officiële heiligverklaring begon. Gorki's dubbelzinnige positie als de staatsschrijver van de Sovjet-Unie, en daarmee apologeet van Stalin, heeft hem begrijpelijkerwijs geen goed gedaan, en tegenwoordig wordt hij nauwelijks meer gelezen, al worden zijn toneelstukken gelukkig nog met enige regelmaat opgevoerd.

Hoezeer Gorki's naam ook verbonden is met de Sovjet-Unie, zijn roem ontstond ruim voor de revolutie, toen hij al de meest gelezen schrijver van zijn generatie was. Gorki's schrijverschap ontwikkelde zich tegen de achtergrond van de historisch uitzonderlijke Russische alfabetiseringscampagne die aan het eind van de 19de eeuw begon. Tussen 1897 en 1912 verdubbelde het aantal mensen dat kon lezen in Rusland, en ook daarna groeide ieder jaar het aantal potentiële lezers met miljoenen. Al deze mensen hunkerden naar lectuur, en hoewel de grootste groei natuurlijk zat in lectuur als de zogenoemde Loebokboeken (een soort strips) en kopekenkrantjes, groeiden de schone letteren ook onstuimig.

De toen al 'klassieke' literatuur uit de 19de eeuw, gemaakt door een adellijke elite (Poesjkin, Gontsjarov, Toergenjev, Tolstoj) was qua stijl en onderwerpkeuze vaak te geavanceerd voor een groot deel van deze nieuwe geletterden. Gorki was zelf een exponent van deze unieke emancipatiegolf, en zijn eigen interesses en observaties, zijn gevoeligheden en instincten lagen heel dicht bij dat nieuwe lezerspubliek. Hij was kortom een door de geschiedenis bevoorrecht man. Zijn niet geringe, maar specifieke talent kwam op het juist moment; zijn eigen ontwikkeling als schrijver viel samen met de ontwikkeling van miljoenen, en werd door die miljoenen snel herkend.

Gorki's kwaliteit is onmiddellijk herkenbaar en toch moeilijk te benoemen. Zijn werk heeft niet de epische grandeur van Tolstoj

, niet de diepgang van Dostojevski of de finesse en humor van Tsjechov. Eigenlijk kun je zeggen dat zijn werk weinig literaire kwaliteit heeft, in de conventionele zin. Zijn beschrijvingen van mensen en dingen zetten je niet op het verkeerde been, ze laten je de werkelijkheid niet opnieuw beleven, en ze betwisten al helemaal niet de mogelijkheid van literatuur om überhaupt een zinnige spiegel van de werkelijkheid te zijn.

Er is weinig ruimte voor fantasie en filosofie, noch voor humor. Daarvoor is de werkelijkheid die Gorki toont te aangrijpend en te acuut. Het lijkt alsof Gorki helemaal niets triviaals ziet in de werkelijkheid, ieder personage is zijn volle aandacht waard, zelfs de grootste schurken, zoals de sadistische grootvader - prominent aanwezig in het eerste deel - wordt hun moment van volheid en menselijkheid gegund. Geen enkel verschijnsel of karakter wordt gegeneraliseerd of snel getypeerd, alles is particulier en scherp omrand.

Gorki onderscheidt zich van Dickens, en de vele mindere 19de-eeuwse volksschrijvers, door de afwezigheid van sentiment, opvallende plotwendingen en happy endings. Al die kwaliteiten maken hem als schrijver bij uitstek geschikt voor het autobiografische, en zijn memoires gelden dan ook als een hoogtepunt in zijn oeuvre. Het kost geen moeite het daarmee eens te zijn, want het lezen van de drie boeken met herinneringen, hier bijeengebracht in een dik deel van achthonderd bladzijden, is een verbluffende ervaring, alleen maar om wat hij te vertellen heeft en de efficiëntie waarmee hij het vertelt.

Dat betekent niet dat er geen literaire constructie aan ten grondslag ligt. Vooral het eerste deel, Kinderjaren, is gaaf gecomponeerd, met een spectaculair begin, waarbij de lezer in de eerste zin reeds vanuit het perspectief van de 3-jarige Gorki, het lijk krijgt voorgeschoteld van diens vader: 'zijn blote voeten op een vreemde manier samengetrokken, de ook al verkrampte vingers van zijn zachte handen vredig op de borst gevouwen... zijn tanden ontbloot in een schrikaanjagend lelijke grijns.'

Dat eerste deel eindigt met de dood van zijn moeder, waarna hij onmiddellijk door zijn grootvader als overtollig vlees het huis wordt uitgegooid: 'Een paar dagen na de begrafenis van mijn moeder zei grootvader tegen me: 'Nou, ... je bent geen medaille, ik kan je niet om mijn nek hangen: trek jij de wereld maar in...' En zo begaf ik mij onder de mensen.' Gorki was toen 11 jaar oud.

Afgezien van de strakke symmetrie in de opbouw en het spectaculaire 'in medias res' begin, is een afgemeten bondigheid zijn sterkste stijlmiddel. Meer lijkt niet nodig, want Gorki's herinneringen voeren je naar de diepe krochten van de Russische provincies, en naar een afgetuigde, vernederde, afstotelijke menselijkheid, die desalniettemin vervuld is van energie, wilskracht en hoop.

Deze nieuwe vertaling (er is een oude, die ik niet ken, van Maarten Tengbergen, uitgegeven door Het Spectrum) is een revelatie, al was het maar omdat de vertaler nog vrijwel nooit iets heeft gepubliceerd (behalve, lijkt het, een vertaling van het kinderboek De dappere mier in 1984).

Peter Charles kwam ineens bij de Arbeiderspers met dit manuscript aanzetten. Van een eventueel gebrek aan professionaliteit of ervaring is niets te merken, de vertaling is soepel en bondig, en Charles neemt voldoende vrijheid om de grote afstand tussen het Russisch en het Nederlands te slechten. Een uniek document in een uitstekende vertaling.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden