Jesse Owens: van held tot Oom Tom

De film Race vertelt het verhaal van de zwarte atleet die Hitlers ariërs op de Spelen van 1936 zijn hielen liet zien. Maar het leven van Jesse Owens is omgeven met mythen.

Jesse Owens tijdens de Olympische Spelen in Berlijn in 1936.Beeld ANP

Jesse Owens verliet Berlijn in augustus 1936 met vier gouden medailles. Verdiend tijdens een historisch weekje atletiek, als zwarte atleet, voor de ogen van de afschuwelijkste racist die de geschiedenis gekend heeft: Adolf Hitler.

Je zou denken dat de Amerikaan nazi-Duitsland als een trots man verliet, maar niets is minder waar. Wat nauwelijks bekend is, is dat hij ook een schorsing aan zijn broek had toen hij voor de thuisvaart aan boord stapte van de Queen Mary.

Owens was door zijn eigen atletiekbond bestraft. Niet voor het gebruik van doping, maar omdat hij weigerde uit te komen op wedstrijden waaraan de bond met superster Owens goed geld kon verdienen. Geld waarvan Owens geen cent zou krijgen.

De Spelen van Berlijn waren nog in volle gang toen Owens, die zijn olympische races al achter de rug had, door de Amerikaanse bond naar Keulen, Bochum en Praag werd gestuurd om daar wedstrijden te lopen. Doel: geld voor de bond verdienen, waarmee de kosten van de reis van de Amerikaanse sporters naar Duitsland kon worden terugbetaald.

Na een paar van die races weigerde Owens nog langer mee te doen. Hij wilde alleen lopen als hij ook wat geld kreeg. Hij werd prompt geschorst.

Het is een verhaallijn die in de film Race van Stephen Hopkins wat naar de zijlijn is geschoven. De biopic gaat vooral over Hitler, die tijdens 'zijn' Spelen knarsetandend moet toezien hoe de zwarte Amerikaan de Duitse arische helden op de sprint en bij het verspringen zijn hielen laat zien.

Van de nazi-ideologie kreeg Owens (in de film gespeeld door Stephan James) niet al te veel mee. Hij verbleef in het olympisch dorp, ver weg van de Berlijnse binnenstad, waar voor de gelegenheid alle opschriften die wezen op Jodenvervolging uit het straatbeeld waren verdwenen. Berlijn presenteerde zich in die weken als een open en vrolijke stad. In de vele nachtclubs was zelfs 'negerjazz' weer toegestaan.

De wereld, en de vele honderden journalisten die waren ingevlogen, werd door propagandaminister Goebbels een rad voor ogen gedraaid. Geen verslaggever die op zoek ging naar het 'andere' verhaal. Niemand kwam op het idee om eens in Oranienburg te gaan kijken, waar op dat moment onder de rook van de hoofdstad concentratiekamp Sachsenhausen werd aangelegd.

Het leven van Owens is met mythen omgeven. De atleet heeft daarbij zelf een flink handje geholpen. Hij vertelde later tijdens spreekbeurten 'het verhaal dat de mensen wilden horen'. Dat was het verhaal van de kleinzoon van vrijgemaakte slaven uit Oakville, Alabama, die in 1936 Adolf Hitler op superieure wijze het nakijken gaf.

Het blijft een aantrekkelijke gedachte: zwarte atleet steekt middelvinger op naar Hitler. Het is een thema dat ook stevig is aangezet in Race. In werkelijkheid moeten Hitler cum suis zich best vermaakt hebben, daar op de ereloge van dat schitterende stadion. Want waarom zaten ze er anders elke dag? Om zichzelf te pijnigen?

Nee, de in de ogen van Hitler 'superieure' Duitse sporters deden het juist geweldig, ze wonnen de meeste gouden medailles. Owens was voor Hitler waarschijnlijk niet meer dan een irritant, exotisch intermezzo, al zullen we dat natuurlijk nooit weten. Ook weten we niet wat de Führer ervan vond dat het Berlijnse publiek Owens steeds maar weer hartstochtelijk toejuichte.

Foute Nederlander

In Race is kort de Nederlander Tinus Osendarp te zien, de atleet die derde werd op de 100- en 200 meter. Osendarp werd door de nazi's de 'echte kampioen' genoemd, want de 'snelste blanke'. In de oorlog koos de atleet voor de foute kant. Hij werd SD'er en SS'er en joeg op onderduikers. Hij werd na de oorlog naar de Limburgse mijnen verbannen. Over Osendarp en die andere Nederlandse sportheld van 1936, zwemster Rie Mastenbroek, verscheen onlangs 1936, wij gingen naar Berlijn van Auke Kok. De sfeer in Berlijn tijdens de Spelen wordt fraai beschreven in het Duitstalige Berlin 1936 - Sechzehn Tage im August van Oliver Hilmes. Het beste boek over Owens verscheen in 2007: Triumph van de Amerikaanse journalist Jeremy Schaap.

Hitler schudde Jesse de hand niet, maar ook president Franklin D. Roosevelt ontving de viervoudig olympisch kampioen later niet op het Witte Huis. Een Amerikaanse president liet zich in die jaren niet met een zwarte sportheld fotograferen, hij keek wel uit. Er waren verkiezingen op komst en de stem uit het blanke zuiden, uit staten als Georgia en Alabama, daar waar jaarlijks nog tientallen negroes gelyncht werden, was te belangrijk.

Owens - die na 1936 nooit meer een atletiekwedstrijd liep, hij liep voor geld van casinobazen in Havana nog wel tegen racepaarden - kwam na de Tweede Wereldoorlog nog aardig op zijn pootjes terecht. Hij werd een gevraagd inspirational speaker en behoorde tot de zwarte middenklasse, met om het jaar een nieuwe Buick voor de deur.

Hij werd in de jaren dertig, na het winnen van zijn gouden medailles, geen voorvechter van de rassenstrijd. De tijd was er - in tegenstelling tot de jaren zestig, de jaren van Muhammad Ali en de gebalde olympische vuisten van John Carlos en Tommi Smith - ook nog niet rijp voor. Racisme lag nog te diep verankerd in de Amerikaanse apartheidsmaatschappij, Owens had als activist geen schijn van kans gemaakt.

De oud-atleet werd in de jaren zestig uitgekotst door die nieuwe generatie zwarte, strijdlustige 'Black Power'-sporters. Hij werd door hen een 'Oom Tom' genoemd. Dat deed pijn. Erger kun je in de VS als zwarte niet worden uitgescholden door de eigen gemeenschap. 'Oom Tom' verwijst naar de brave hoofdpersoon uit het beroemde boek De Negerhut van oom Tom, die door het stof gaat voor zijn blanke meesters.

De echte zwarte emancipatie in de Amerikaanse sport, de jaren van Carl Lewis, Tiger Woods en Michael Jordan, maakte Owens niet meer mee. De atleet die Hitler het nakijken gaf, stierf op 31 maart 1980, op 66-jarige leeftijd. Longkanker velde de fanatieke roker, die ooit de beste sprinter ter wereld was.

Jesse Owens.Beeld AFP

Riefenstahls Meesterwerk

De filmmaakster kreeg van de nazi's carte blanche voor haar film over de Spelen van 1936.

De Olympische Spelen van Berlijn werden magistraal in beeld gebracht door Leni Riefenstahl, in Race gespeeld door Carice van Houten. Riefenstahl, eerst actrice en later regisseuse en de favoriet van Hitler en propagandaminister Goebbels, maakte van Olympia een meesterwerk. Ze eiste van Goebbels carte blanche en die kreeg ze. Ze kon op en rond het stadion volledig haar gang gaan. De film ging pas in 1938 in première, met Hitler in de Berlijnse zaal. Owens is er niet uit gesneden, hij is zelfs een van de hoofdrolspelers. De meeste minuten besteedt Riefenstahl aan de knappe (blanke) Amerikaanse tienkamper Glenn Morris, met wie ze een kortstondige verhouding had. 'Hij rukte in een vol stadion mijn blouse van mijn lijf en begon mijn borsten te kussen', schreef ze over de eerste ontmoeting. 'Een gek, dacht ik (...) Maar ik merkte ook dat ik hevig verliefd op hem was.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden