Jeroen Brouwers wint ECI Literatuurprijs

De ECI Literatuurprijs is gewonnen door Jeroen Brouwers (75) voor zijn roman Het hout. Dat maakte juryvoorzitter Andrée van Es donderdag bekend op het Crossing Border Festival in de Koninklijke Schouwburg van Den Haag. De auteur zelf kon vanwege gezondheidsproblemen niet bij de bekendmaking aanwezig zijn.

Beeld Joost van den Broek / de Volkskrant

Voor de rechtstreekse uitzending in het tv-programma Nieuwsuur was er wel een cameraploeg afgereisd naar 'Noli me tangere' ('Raak mij niet aan', Johannes 20:17), de afgelegen woning van de schrijver in de bossen nabij Zutendaal in de Belgische provincie Limburg. Zo kon de laureaat de felicitaties in ontvangst nemen voor de met 50 duizend euro gedoteerde de ECI prijs, die jarenlang AKO Literatuurprijs heette (naar de vorige sponsor), en die Brouwers in 2001 al eens kreeg toegekend voor de roman Geheime kamers. Brouwers' eerste reactie was het opsteken van een sigaret, en op de vraag wat hij voelde, zei hij: 'Vreugde, en het geldbedrag komt mij zeer te pas.'

Zeven jaar op kostschool

Zijn jaren op de kostschool vormen vaak inspiratie voor de boeken van Jeroen Brouwers. Voor Het hout ging hij terug naar deze tijd. Lees hier (+) het interview terug met Brouwers.

Grootste kans

De andere genomineerden, wel in Den Haag present, waren Stephan Enter (Compassie), Mark Schaevers (Orgelman, de biografie van de schilder Felix Nussbaum), de debutante Inge Schilperoord (Muidhond, dat op 10 oktober al de Bronzen Uil won), P.F. Thomése (De onderwaterzwemmer) en Annelies Verbeke (Dertig dagen, dat afgelopen maandag nog de F. Bordewijk-prijs won). Tevoren werden Brouwers en Verbeke de grootste kansen toegedicht.

De bekroonde roman Het hout schildert de worstelingen van de jonge Eldert Haman (26), ofwel de franciscaner broeder Bonaventura, in de jaren vijftig. Die krijgt al snel sterke vermoedens dat er misbruik plaatsvindt door vijf broeders in een streng geleid jongenspensionaat waar hij begint als docent, maar hij durft er niets van te zeggen. Door dat zwijgen, is de suggestie van de auteur, kon het misbruik in de katholieke kerk decennialang blijven voortbestaan.

Opnieuw leren schrijven
Daartoe aangespoord door de wereldwijde onthullingen in de afgelopen jaren, zette Brouwers zich aan het schrijven, kort nadat hij door twee herseninfarcten weer geheel opnieuw had moeten leren schrijven, 'met kleuterlettertjes'. Op de achterkant van grote boterhamzakken pende hij in anderhalf jaar Het hout neer; iedere dag een halve bladzijde. Het is miraculeus dat de lezer van deze krachtsinspanning achter de schermen niets merkt: het boek is in een fiere en flonkerende stijl geschreven, benauwend waar dat moet, dikwijls geestig en bijwijlen intens droevig.

Tekst loopt door onder de afbeelding

Een wonder

Eerder recenseerde jurylid van de ECI literatuurprijs, Daniëlle Serdijn, het boek voor de Volkskrant. Na het lezen maakte ze een buiging. Lees hier de recensie terug.

Beeld Joost van den Broek / de Volkskrant

Met dit verhaal keerde Brouwers terug naar het begin van zijn schrijverschap, meer dan vijftig jaar geleden. Al in het eerste verhaal van zijn debuutbundel Het mes op de keel (1964) kwam een jongen voor die bij de franciscanen op de kostschool zit, en die na een vluchtpoging wordt geslagen met een stok, door de sadistische broeder-overste Emanuetus. Dat is in Het hout broeder-overste Mansuetus geworden, de man die de kostschooltucht er eigenhandig in slaat.

Brouwers weet waar hij over schrijft, uit eigen ondervinding. Van zijn tiende tot zijn zeventiende verbleef hij op drie kostscholen, met als de meest spartaanse Sint Maria ter Engelen in het Zuid-Limburgse Bleijerheide. Waarom zijn ouders hem daar naar toe stuurden, is hem altijd een raadsel geweest. 'Mijn ouders zijn een eiland waar ik ben geboren maar ook weer snel van ben verbannen.' Met zijn moeder, zus en grootmoeder had de kleine Brouwers (Batavia, 1940) in de oorlog in het vrouwen-Jappenkamp Tjideng gezeten. Daar was hij tenminste niet alleen. 'Ik heb niet zozeer een jappenkampsyndroom, ik heb een kostschoolsyndroom. Heb er ook niet één vriend aan overgehouden.'

Optimistisch slot

Door die ervaringen komt het, is zijn verklaring, dat de mannen in zijn romans altijd bangelijke aarzelaars zijn, 'van die lulhannesen'. Een geluk bij dit grote ongeluk is dat Brouwers in die vormende periode ook leerde schrijven, in gedragen taal verlangend naar vertroostende schoonheid.

Dat is hij sindsdien blijven doen in romans, verhalen, essays en soms bijtende polemieken. Zo onhandig als zijn protagonisten zijn, zo trefzeker is de stijl van hun schepper. Konden de vroege romans van Brouwers zwaar op de hand zijn, sinds Geheime kamers staat hij zich meer licht en lucht toe. Geheel in die lijn ligt het ongekend optimistische slot van Het hout. Dankzij de liefde lonkt er voor broeder Haman een ander leven, buiten het klooster.

Intussen zal ook dit boek niet het laatste zijn van de immer monter voort tobbende Brouwers. Dit jaar is hij druk bezig met een nieuwe editie van zijn indringende essaybundel over schrijvers en dichters die zelfmoord pleegden, De laatste deur (oorspronkelijk uit 1983), vermoedelijk aangevuld met portretten van Nanne Tepper en Joost Zwagerman.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden