Jeroen Brouwers: 'Ikzelf heb nooit zelfmoord overwogen'

Na meer dan dertig jaar verschijnt een nieuwe editie van zijn 'zelfmoordbijbel'

Meer dan dertig jaar na de eerste verschijning is er een nieuwe editie van De laatste deur, Jeroen Brouwers' alom gelauwerde 'zelfmoordbijbel'. Begrijpt hij nu wat de zelfmoordenaars dreef?

Jeroen Brouwers. Beeld Foto: Els Zweerink

'Noli me tangere', 'raak mij niet aan', heette zijn huis in de bossen van Zutendaal, net over de Belgische grens. Jeroen Brouwers (76) had er de dood willen afwachten. 'Ik wilde niet sterven. Maar als het dan toch moest, had het daar moeten zijn.' Brouwers woonde er meer dan twee decennia, teruggetrokken van de wereld tussen duizenden boeken en zijn immense knipselarchief. Hij schreef er een strekkende meter literair werk, essays, polemieken en romans, waaronder de bekroonde Geheime kamers en Het hout.

Maar de wereld raakte hem toch aan. Na een juridische strijd die zich meer dan tien jaar had voortgesleept, werd Brouwers door het Antwerpse hof van beroep definitief gedwongen zijn huis - dat ooit zonder vergunning in natuurgebied was neergezet - te verlaten en af te breken.

Een maand geleden verhuisde de schrijver, samen met zijn echtgenote Gwennie, naar een moderne woning in een burgermanswijk van Lanaken, een Belgisch plaatsje tussen Zutendaal en Maastricht. 'De verhuizing is een hellestraf die Dante niet eens zou kunnen bedenken', zegt Brouwers en wijst op de stapels dozen met boeken en archiefstukken die hem omringen. 'Niet dat ik zelf ook maar één doos heb gesjouwd. Gwennie heeft alles gedaan. Ik ben bejaard en invalide en ik kan niets meer. Ik ben zelf óók door haar verhuisd.'

We lopen naar de tafel. Althans, ik loop erheen. Brouwers wordt door zijn vrouw ondersteund om er te komen. We gaan zitten achter twee dampende koppen koffie. 'Dank je wel lieverd', zegt Brouwers.

'Dat zegt hij niet tegen jou!', zegt Gwennie streng tegen mij.

Op tafel staan de twee kloeke delen van de nieuwe editie van De laatste deur, zijn fameuze zelfmoordbijbel. Het boek bevat essays over Nederlandse en Vlaamse schrijvers die tussen de 17de eeuw en nu zelf een einde aan hun leven maakten. De eerste editie verscheen in 1983 en kreeg toen een daverende ontvangst. De laatste deur werd door critici als Boudewijn Büch en Jaap Goedegebuure beschouwd als het volmaakte proefschrift. 'Brouwers', schreef Büch, 'verdient een doctoraat summa cum laude.'

'Goed boek, De laatste deur', grijnst Brouwers sardonisch en jaagt vuur in de eerste Caballero zonder filter. De lucht giert door de luchtpijpprothese in zijn keel. 'Nee meneer, dat is niet zomaar een paar zelfmoordenaars op een rijtje zetten. Ik heb mij in al die gevallen uitvoerig verdiept. Mijn oerboek is bijna 35 jaar oud. Me dunkt, dat het wel eens tijd werd voor de nieuwe editie. Er zijn in de tussentijd nogal wat schrijvers bijgekomen die zichzelf van kant hebben gemaakt. Mijn uitgever stond een paar jaar geleden al klaar om met de productie te beginnen. Vervolgens beging Nanne Tepper zelfmoord. Toen kwam Joost Zwagerman en daarna weer Wim Brands. Dat betekende telkenmale uitstel. Tot nu.'

Brouwers diepte ook heel wat nieuwe gevallen op uit de krochten van de geschiedenis. Verschoppelingen, marginalen, vergeten schrijvers die de hand aan zichzelf sloegen. 'En een enkeling moest ik er juist uitgooien, omdat die bij nader inzien wellicht toch geen zelfmoord had begaan. Een herneming was op zijn plaats. Ik ben ook nooit gestopt met het verzamelen van materiaal. Waarom zou ik? Ik heb het onderwerp omarmd en kom er niet meer van los. Het gaat dóór. Het is een levenswerk geworden.'

Je noemt De laatste deur zelfs 'autobiografisch'.

'Het boek is ontstaan uit mijn eigen leven. Het onderwerp raakte op mijn pad nadat een ex-geliefde van mij zelfmoord had begaan. Anne W., aan wie ook de nieuwe editie is opgedragen. Ik was daar kapot van. Vroeg me vertwijfeld af hoe dat had kunnen gebeuren. Daarna volgden enige vrienden, onder wie de Vlaamse schrijver Jan Emiel Daele, die eerst zijn prachtige jonge vrouw doodschoot en daarna de vuurmond van het wapen tegen het weke gedeelte tussen kin en strottenhoofd zette - en zichzelf het firmament inschoot.'

'Ik heb de geschiedenissen van deze doden beschreven omdat zij in mijn leven zijn geweest', schrijft Brouwers in De laatste deur. 'Hun dood heeft deel uitgemaakt van mijn leven. Door hun doodsgeschiedenissen te schrijven, schrijf ik aan mijn levensgeschiedenis: alles moet worden vereeuwigd.'

Zelfmoord maakt deel uit van het literaire werk van Brouwers als een baksteen die deel uitmaakt van een muur. 'Zoals een boek over angst past bij Simon Vestdijk en een boek over geuzen bij Louis Paul Boon, zo past een boek over zelfmoord bij mij. Mijn eerste aantekeningen voor dit boek dateren al van 1968. En als zometeen de dozen in mijn slaapkamer, waar ik nu nog vredig naast slaap, zijn uitgepakt, dan kan ik met mijn notities een hele dodenkamer vullen.'

Voor De laatste deur heeft Brouwers een duizelingwekkende hoeveelheid ambachtelijk handwerk moeten verrichten. Hij werkt niet met de computer. 'Ik heb altijd met de hand geschreven, altijd dezelfde discipline gehad. Ik kan dat niet opgeven. Het moet onder mijn hand ontstaan. Niet op een halve meter van me vandaan op een oplichtend scherm met verspringende lettertjes. Dat is mijn manier van schrijven niet.'

Jeroen Brouwers. Beeld Foto: Els Zweerink

Wrang genoeg is zijn geciseleerde handschrift ook niet meer het oude. Tijdens het schrijven van de roman Bittere Bloemen werd hij getroffen door een aantal kleine herseninfarcten. Daarna weigerde zijn rechterhand dienst. 'Ik moest opnieuw leren schrijven, net als een schooljongen. Krullen draaien. Inmiddels gaat het weer een beetje. Langzaam en met grote letters. Niet meer dat fijne priegelwerk dat ik vroeger maakte. Het springt echt naar alle kanten weg. Als je het manuscript van Het hout bekijkt, dat is geschreven op broodzakken, dan is dat bijna een experimenteel kunstwerk geworden.'

Stilte. Verse Caballero. Vuur. 'Als een boek klaar is, wil ik zo'n manuscript meteen uit het zicht hebben. Het liefst had ik al mijn oude handschriften verbrand in het bos, dan hadden we ze ook niet hoeven meeverhuizen. Maar dat mocht niet van Gwennie.'

Wat je aan de essays over de zelfmoordenaars zo treft, is niet alleen de messcherpe analyse van hun werk - 'wil je die zin in je stuk laten staan', zegt Brouwers zonder een spier te vertrekken - maar vooral ook de barmhartigheid waarmee hij zich over hen en hun daad ontfermt. In De laatste deur staat: 'Het is goed de doden met zo groot mogelijke liefde, en, kan het tevens zijn, zo groot mogelijke schoonheid te gedenken. Nil nisi bene.'

'Hoe zou het anders kunnen', bromt Brouwers. 'Het is niet aan mij om te oordelen. Het gaat mij om het begrip van de zaak. Wat bezielt de zelfmoordenaar? Wat is het wezenlijke van zelfmoord? Op die vragen heb ik overigens, ook na een halve eeuw studeren en schrijven, geen antwoord. Niemand weet het.'

Zelfs jij dus niet, na een halve eeuw studie?

'Nee. Ik ook niet. Ik weet alles over de redenen, de aanleidingen die schrijvers tot zelfmoord hebben aangezet. Ongelukkige liefdes. Faillissement. Miskenning. Depressie. Maar waarom zo'n zelfmoord ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden - geen idee. Ik heb veel van die sores ook meegemaakt. Maar voor mij was dat geen reden tot zelfmoord over te gaan. Ikzelf heb nooit zelfmoord overwogen.'

Vind je 'zelfmoord' eigenlijk wel een geschikt woord?

'Zo heet het verschijnsel nu eenmaal. Als ik jou of iemand anders doodschiet, heet dat moord. Schiet ik mijzelf dood of knoop ik mij op, dan is dat een moord op mijzelf. Zelfmoord. In dat 'plegen' zit een element van misdaad. Je pleegt een overval of een misdaad. Dat suggereert iets onwettigs, iets dat verkeerd is. Maar als je jezelf doodt, bega je iets. Dat is niet per se slecht.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Brouwers in 2014 in zijn woning 'Noli me tangere' in de bossen bij Zutendaal (België). Beeld Foto: Linelle Deunk

En euthanasie?

'Dat doe je met medeweten en soms zelfs met toestemming van je naaste omgeving en een arts. Zelfmoord doe je alleen. Degene die euthanasie wil plegen, loopt wel tegen dezelfde problemen op. Op het beëindigen van het leven ligt, ondanks alles, nog een taboe. We zijn met de hele discussie geen steek opgeschoten. Wie dood wil, treft lijden, troep en bloedspatten op zijn weg. Terwijl het met een eenvoudige pil, zoals Huib Drion ooit voorstelde beschikbaar te stellen, op te lossen zou zijn.

'Denk aan de schrijver Adriaan Venema. Die wilde dood. Dus ging hij op zoek naar pillen. Vesparax. Tal van smoezen verzon hij om aan stuk of veertig pillen te komen. Hij ging in andere steden naar de apotheek en zei: 'Ik ben op reis en ik heb mijn medicatie thuis op het nachtkastje laten liggen. Heeft u wat Vesparax voor mij?' Dan kreeg hij er weer een paar. Of hij ging naar de kroeg. Pokeren met een arts. De inzet: een paar pillen Vesparax. Net zo lang tot hij genoeg in huis had.'

De fascinatie voor zelfmoord betekent dus geen eigen doodsverlangen?

'Absoluut niet. Joost Zwagerman, die tegenover mij zat, zoals jij nu tegenover mij zit, had dat ook niet. Ik weet dat zeker. Hij is later alsnog overvallen door de noodzaak zich te verhangen. Maar waardoor hij is overvallen, dat weet ik niet.'

Brouwers ontmoette Zwagerman voor het laatst op 25 april 2015, bij een hommage in de Bourlaschouwburg in Antwerpen die Brouwers ten deel viel ter ere van zijn 75ste verjaardag. Zwagerman las daar een kort verhaal over de eerste keer dat hij bij Brouwers op bezoek kwam, om zijn bewonderde collega om raad te vragen.

'Na afloop van het Bourla-gebeuren', schrijft Brouwers in het essay over Zwagerman in De laatste deur, 'werden de zaken nog eens doorgenomen en besprenkeld in het nabijgelegen café De Duifkes. Joost kwam er ook even bij, vrolijk, het glas omhoog. Skol. Niets was er dat erop wees dat hij verlangde om er niet te zijn, noch iets wat aankondigde dat minder dan een halfjaar later de kist met hem erin ten afscheid zou worden neergezet in de Amsterdamse kerk De Duif.'

'Zwagerman kwam voor het eerst bij mij in 2004', zegt Brouwers, 'voor een interview voor zijn bundel Door eigen hand. Overigens een titel met scabreuze connotaties, maar daar gaat het nu even niet om. Voor die bundel sprak Zwagerman met mensen uit de naaste omgeving van zelfmoordenaars. Hij was benieuwd naar het effect van de daad op de nabestaanden. Ik zei tegen hem: 'Wat bezielt je om over zo'n onderwerp te willen schrijven?'

'Toen begon hij over zijn vader, die een paar jaar tevoren een zelfmoordpoging had ondernomen. Zwagerman was daar zeer door geraakt. Maar het ging nóg verder: hij dacht dat het een erfelijke kwestie was. 'Als mijn vader zelfmoord begaat, dan ga ik dat zelf ook doen. Of mijn kinderen of kleinkinderen.'

'Dat heb ik hem uit zijn hoofd proberen te praten. Ik zei : 'Je vader heeft toch geen zelfmoord begaan? Hij deed een poging, spoelde pillen weg met bleekwater, maar werd gevonden en gered. Het ís geen zelfmoord. Waar maak je je zorgen over?'

'Zwagerman ging 'bevrijd' van mij vandaan. Hij liet mij weten dat hij na die dag weer in zichzelf geloofde. Ik heb zijn latere daad in het geheel niet zien aankomen. En ook nu nog denk ik niet dat zijn vaders poging hem tot een zelfmoordenaar heeft gebrandmerkt. Zeker: bij de families Hemingway, Mann en Wittgenstein komen er gevallen voor. Maar die zijn bekend vanwege die achternaam. Zij vormen een uitzondering, geen regel. Zelfmoord hoeft niet genetisch bepaald te zijn.'

Zie je een verband tussen de obsessie voor het onderwerp en de uitvoering ervan in zijn eigen leven?

'Er is een psycholoog in Nederland die heeft opgemerkt dat er bij zelfmoordenaars een 'psychologische autopsie' zou moeten plaatsvinden.' Brouwers wijst naar zijn twee dikke boeken op tafel. 'Ziedaar de autopsies. Je moet, om te beginnen, het hele oeuvre van zo'n schrijver lezen. Daar gaat ook vijftig jaar in zitten. En dan op zoek naar indicaties voor de zelfmoord. Die vind je soms. Soms ook niet. En is dat laatste het geval, dan heb je ook een onderwerp. Ook bijzonder: nooit over gehad of gepiekerd, maar toch gedaan.'

Opmerkelijk is het geval van Piet Paaltjens, het pseudoniem van François HaverSchmidt. Die schreef in 1852 het lange, humoristische gedicht De zelfmoordenaar: 'En meteen zocht zijn blik / Naar een eikentak, dik / Genoeg om zijn lichaam te torsen. / Daarna haalde hij een strop / Uit zijn zak, hing zich op, / En toen kon hij zich niet meer bemorsen.' HaverSchmidt knoopte zich op 19 januari 1894 op aan zijn beddenkoord.

'Hij schreef zijn gedicht toen hij nog heel jong was', zegt Brouwers. 'Er zitten decennia tussen het schrijven van zijn vrolijke vers en zijn droeve daad. Ik heb me in De laatste deur meer gericht op de preken van HaverSchmidt, die tijdens zijn laatste jaren dominee in Schiedam was. Saaie, behoudende preken. Maar daarin is wel sprake van een worgengel die geen scherts kent. Dat lijkt me de kern. Hij werd geworgd door de depressie.'

Kan dat eigenlijk wel, geestelijke autopsie verrichten op een schrijver-zelfmoordenaar, door louter hun werk goed te lezen?

'I don't know', zegt Brouwers en fronst zijn zware, borstelige wenkbrauwen. 'Ik ben geen psycholoog of psychiater. Godzijdank. Ik heb een eerbaar beroep. Maar het lijkt me wel een goed begin: als het om een schrijver gaat, lees zijn werk. Je kunt wel gaan praten met de weduwe of de treurende kinderen, maar dat wilde ik helemaal niet. De laatste deur is een literair-historisch werk en verder niks.'

Uit je boek blijkt dat de reden waarom schrijvers tot zelfmoord overgingen, nogal eens verrassend is.

'Menno ter Braak beging op 15 mei 1940, anders dan wel werd aangenomen, niet louter zelfmoord uit angst voor het kwaad, nadat de stormtroepen van Hitler Nederland onder de voet hadden gelopen. Nee, hij dacht dat zijn burgerlijke bestaan niet meer vol te houden zou zijn. Dat was ook de reden dat Ter Braak niet naar Engeland vluchtte: omdat hij vreesde dat hij daar zijn kostje niet bij elkaar zou kunnen verdienen. Met die gedachte wilde hij niet verder leven.'

Ter Braak deed er uren over om zelfmoord te plegen. Nomen est omen. Ter Braak braakte de pillen weer uit. Een martelgang.

'Ach...', zegt Brouwers op laconieke toon. 'Hij heeft besloten tot euthanasie. Hij heeft overlegd met zijn vrouw. Die was daarmee akkoord. Ter Braak is toen naar zijn broer gegaan, die kennelijk niet goed geoutilleerd was. Die gaf hem niet het goede middel, of de verkeerde dosis. Ik zou nooit van een martelgang spreken. Hij heeft zijn vrouw gedag gezegd. Hij heeft nog rustig een sigaartje gerookt.'

De toon van De laatste deur is nooit sensatiebelust. Toch beschrijf je nauwkeurig hoe HaverSchmidt zijn beddenschot bekraste in zijn doodsstrijd.

'Daar moest het! Ik moest me verdiepen in wat dat eigenlijk is: ophanging. Dat is wat anders dan jezelf worgen in een strop. Als je je goed ophangt, dan sterf je onmiddellijk. Maar als je jezelf wurgt, dan duurt dat minuten. Daarbij komt: als je je wilt ophangen, maar om de een of andere reden lukt het niet, dan ga je toch zoeken naar een mogelijkheid om je niet op te hangen.'

Brouwers wijst met een rokende Caballero naar zijn luchtpijpprothese. 'Zo'n strop moet híér terecht komen. Door de klap stik je onmiddellijk. Zit de strop dáár', sigaret in de nek, 'dan gaat het effect verloren.'

Gerrit Komrij heeft beweerd: 'Zelfmoord is voor de Nederlandse schrijver een zegen.'

'Ja, dat heeft Gerrit mooi gezegd', lacht Brouwers. 'Hij raadde onbekende schrijvers aan met een knal uit het leven te stappen. Dan kwam daarna het succes vanzelf. Dat klinkt leuk, maar het is onzin. Noem mij maar eens een schrijver wiens roem is vergroot door zijn zelfmoord. Het is dat jij mijn boek hebt gelezen, maar niemand weet nog wie Jan Emiel Daele is. Of Dirk de Witte. Van Jan Arends is wel beweerd dat hij uit het raam is gesprongen om roem te vergaren. Maar als je de zaak nader bestudeert, dan was Arends helemaal niet zo onsuccesvol op het moment van zijn sprong. Misschien was het wel de roem die hem naar de keel vloog.'

Is dat iets wat Jeroen Brouwers ook parten speelt?

'Wat, de roem? Ha! Ik leef als een monnik in mijn huis. Roem en erkenning zeggen mij niets. Ik ken niemand in Amsterdam die mij daar iets over vertelt.'

Je voelt je niet miskend? De toekenning van de Prijs der Nederlandse Letteren in 2007 werd een aanfluiting - zoals je in je 'vloekschrift' Sisyphus' bakens schrijnend uiteenzette - en naar de P.C. Hooftprijs kun je tot nu toe fluiten.

'Gelazer met de prijzen', moppert Brouwers, terwijl hij de van een Caballero gevallen askegel met een nijdige haal van tafel veegt. 'Ja, dáár kom je mee in de krant. Ik sta er nog altijd voor de volle honderd procent achter dat ik die prijs heb geweigerd. Die Taalunie toch! Ze kraaien nog altijd uit dat De Prijs der Nederlandse Letteren de belangrijkste literaire prijs uit ons taalgebied is. Toch gek dat de P.C. Hooftprijs heel wat meer oplevert dan die suffe 16 duizend euro. Wat is dat voor een arrogantie? Is het de belangrijkste prijs omdat je dan een handje krijgt van Willem-Alexander of Filip? Als ze mij een hand willen geven, komen ze maar hier thuis. Krijgen ze er een kop koffie bij.' Brouwers neigt het hoofd. 'Majesteit.'

'Zo'n figuur die nooit een boek heeft gelezen, komt jou even prijzen. Sodemieter toch op!'

Toen ze de P.C. Hooftprijs voor essayistiek aan Bas Heijne gaven, dacht je?

'Goh, die prijs had ik ook best kunnen krijgen. Verder niks. Gerrit Komrij en Willem Jan Otten hadden de prijs liever voor hun gedichten gehad dan voor hun essays. Maar zo denk ik er niet over. Mijn essays staan op hetzelfde niveau als mijn romans. Een prijs voor het een of het ander, het is mij om het even. Dus, leden van de jury, het is opschieten geblazen, mijn tijd is bemeten geraakt.'

Brouwers' blik dwaalt rond over de verhuisdozen. 'Mijn huis in het bos wordt een dezer dagen afgebroken. Ik zal er nooit meer gaan kijken. Maar de gevelsteen met Noli me tangere heeft Gwennie meegenomen. Die mag op mijn graf.'

De laatste deur van Jeroen Brouwers is uitgegeven door Atlas Contact; 1.400 pagina's; euro 65,00.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.