null

BESCHOUWING

Jelle Brandt Corstius zwemt het hele jaar rond in natuurwater: ‘Dit is mijn medicijn’

Beeld Hilde Harshagen

Er is geen betere remedie tegen coronazorgen dan een ijskoude duik, weet Jelle Brandt Corstius. Het hele jaar rond zwemt hij in natuurwater. ‘Of het nou regent of stormt, ik klim altijd volkomen gelukkig aan wal.’

Het is begin januari, en ik sta in mijn zwembroek aan de oever van een plas aan de rand van Amsterdam. De zon schijnt, de meerkoeten dobberen in het water. Rustig loop ik de plas in en plens wat water op mijn gezicht om m’n lichaam te laten wennen aan de kou. En om moed te verzamelen om het water in te duiken. Zonder bescherming van een wetsuit komt de kou niet langzaam, maar in één klap. Mijn lichaam gaat in overlevingsstand en beperkt de bloedtoevoer naar minder essentiële delen als de armen en de benen om mijn romp zo warm mogelijk te houden.

Toen ik net begon met zwemmen in de winter kreeg ik de neiging te gaan hyperventileren en moest ik bewust nadenken om rustig te blijven ademen. Na een halve minuut had ik mijn ademhaling onder controle en maakte een paar slagen, om daarna weer rustig naar de wal te zwemmen. Het moment dat je weer aan de kant klimt, voel je je verrukkelijk, je hebt het helemaal niet koud, je lichaam staat nog in de overlevingsstand. Maar toch moet ik me snel aankleden voor de ‘after drop’, het beruchte moment waarop het bloed weer gaat circuleren door armen en benen. Dan pas komt de echte kou.

Sinds het begin van dit jaar neem ik elke week een duik in mijn zwembroek. Steeds lukt het mij een klein beetje langer te zwemmen. Nog steeds maar een paar minuten, wat een lachertje is voor vrienden die het een halfuur uithouden in hun zwembroek. Maar voor mij is een paar minuten genoeg. Ik heb mijn medicijn weer gehad. Mijn medicijn, dat is zwemmen in het open water, en al helemaal tijdens deze lockdown.

12:48:04. Beeld Hilde Harshagen
12:48:04.Beeld Hilde Harshagen

Het begon allemaal een paar jaar geleden, op een koude novemberochtend. Met vrienden maakte ik een wandeling rond een grote plas aan de rand van Amsterdam. In het water zwommen vier mensen in een wetsuit, achter hen dobberde een feloranje boei. In een rustig tempo, met ontspannen slagen, crawlden ze door het water, alsof het geen guur winterweer was, maar eigenlijk zomer. ‘Dat wil ik ook’, dacht ik. Uit ervaring weet ik dat de gedachte ‘dat wil ik ook’, behalve een beetje kinderachtig ook buitengewoon motiverend kan zijn. De vorige keer dat ik die gedachte had, was toen ik hoorde dat er een fietsroute vanuit Nederland naar de Middellandse Zee liep. Een paar maanden later stond ik met mijn fiets op het strand van Saintes-Maries-de-la-Mer, na een tocht van 1600 kilometer.

Fietsen ging dus wel, maar zwemmen nog niet, tenminste, niet goed genoeg. Eigenlijk leer je als kind niet om te zwemmen. Het enige wat je leert met je A-diploma, is niet verdrinken. Zwemmen, echt zwemmen, is een technische sport. De dichtheid van water is achthonderd keer die van lucht; elke kleine verbetering in je slag levert seconden op in je snelheid. Die winter volgde ik een cursus borstcrawlen, in de veiligheid van het zwembad.

12:55:51. Beeld Hilde Harshagen
12:55:51.Beeld Hilde Harshagen

Als je eenmaal echt goed kan zwemmen voel je je niet meer te gast in het water, maar ben je er een onderdeel van. Je voelt je meer een vis dan een mens, het grootste deel ben je met je hoofd naar het water onder je gericht, alleen om lucht te happen doe je even je mondhoek boven water. Zwemmen is ook mindful: het is een van de weinige activiteiten waarbij je bewust moet nadenken over wanneer je gaat ademen. Dat is voor veel mensen lastiger om onder de knie te krijgen dan de borstcrawl zelf. Je bent zo gewend om te ademen wanneer je wil, of als dat niet gaat, om je adem in te houden. De truc is om niet je adem in te houden, maar langzaam uit te ademen onder water. Op vaste momenten neem je een hap lucht; iedereen heeft een ander ritme, ik adem een keer in de drie slagen.

Die winter had ik een mindere tijd in mijn leven en piekerde ik veel. Doordat ik tijdens het zwemmen bewust nadacht over ademen, was het niet mogelijk om over andere dingen na te denken. De eeuwige monologue intérieur waarmee ik in die tijd rondliep en die de hele tijd een uitgesproken mening had over alles, vooral mijn eigen handelen, en daar kritiek op gaf die ik niet echt opbouwend kan noemen: die stopte.

12:55:58. Beeld Hilde Harshagen
12:55:58.Beeld Hilde Harshagen

In het voorjaar vond ik dat ik klaar was voor het buitenzwemmen. Ik werd lid van een club van buitenzwemmers, en ging met hen mijn eerste duik nemen. Het was april, het water was een beetje opgewarmd, maar nog steeds ijskoud. We waren van top tot teen aangekleed in wetsuit, cap, handschoenen en schoentjes. Oordoppen zijn ook belangrijk, koud water doet iets mafs met je evenwichtsorgaan waardoor je duizelig of misselijk kan worden. Met gierende zenuwen stapte ik in de plas en begon te zwemmen. Na een paar slagen kreeg ik een priemende pijnscheut tussen mijn ogen. Een beetje wat je voelt als je te snel een ijsje eet. Pas na de zwemtocht hoorde ik dat dit ‘brain freeze’ heet en vaste prik is voor zwemmers in koud water. Het komt door de plotselinge samentrekking van de bloedvaten in je voorhoofd, in reactie op het koude water. Na een paar minuten verdween de pijn en kon ik op andere dingen gaan letten.

Die eerste keer in open water voelde het alsof ik terugkeerde naar een plek waar ik ooit heel gelukkig was geweest. Dat kan niet, want het was de eerste keer. De eerste negen maanden van je leven breng je door in een gezellige zak met water, misschien komt het daar wel door. Omringd zijn door water doet iets met me, op de een of andere manier werkt water troostend en helend. Of het nou regent of stormt, ik klim altijd volkomen gelukkig aan wal. Zwemmen in open water is voor mij een innige omhelzing, en vooral in deze tijden een goede vervanger voor alle knuffels die ik niet aan vrienden kan geven of ontvangen. Het is zoveel tegelijk. Je bent gewichtloos, je zweeft boven een andere wereld, dichter bij vliegen zal je niet komen.

12:56:46. Beeld Hilde Harshagen
12:56:46.Beeld Hilde Harshagen

Zwemmen in open water is niet te vergelijken met een zwembad – hoewel ik daar ook nog wel kom. Er zijn geen stinkende kleedkamers waar het veel te warm is. Er zijn geen andere zwemmers die dwars door je baan zwemmen, en er is geen keerpunt na vijftig meter. En je bent in de natuur. Soms vecht je door golven en wind, en weet je niet meer wat boven of beneden is. Soms geniet je van een regenbui als je even uitpuft, hangend aan je zwemboei. Soms moet je uitwijken voor een boze zwaan, of een boze visser (sommigen zijn bang dat je de vis wegjaagt met je gezwem). Je bent alleen, met je blik omlaag gericht op een wereld die zo anders is dan de jouwe. In het voorjaar, als het water helder is, zie je met wat geluk waterplanten of een snoek of een baars. In de plas waar ik zwem ook wel eens een laptop, en in de gangkast hangt een spiegel die ik op de bodem vond. Ook dat maak je niet vaak mee in een zwembad.

Het open water is voor mij ook de redding geweest tijdens de coronacrisis. Terwijl de zwembaden sloten in maart, dook ik met vrienden het water in. Elke zondag spraken we af, altijd een rondje van 3,5 kilometer. Ruim een uur doorzwemmen, elke drie slagen ademen, elke twaalf slagen snel naar voren kijken om te zien of je nog wel en de goede richting uit gaat. Even niet piekeren over ziekenhuizen en onderwijsachterstanden, of mijn twee reisseries die zijn uitgesteld en hoe lang ik het nog uitzing met mijn spaargeld. De onderwaterwereld was een parallel universum zonder corona. We waren niet de enigen, het aantal leden van m’n openwaterzwemclub verzesvoudigde.

12:57:50. Beeld Hilde Harshagen
12:57:50.Beeld Hilde Harshagen

Met mijn groepje besloten we door tot te zwemmen tot aan Sinterklaas, toen de watertemperatuur gezakt was tot 9 graden. Na het zwemmen lukte het nauwelijks om de koffie uit de thermos in de kopjes te schenken, zo erg waren we aan het bibberen. Het is goed zo, besloten we. We zien elkaar weer in maart.

Maar in de weken erna bleef het water trekken. Ik werd somberder, begon weer te piekeren, en kreeg last van allerlei pijntjes. In de groepsapp van de zwemgroep keek ik jaloers naar foto’s van de leden die wel door bleven zwemmen. ‘Dat wil ik ook’, dacht ik, opnieuw.

En dus ga ik weer het water in, al is het maar een paar minuten, voor mijn wekelijkse medicijn.

13:02:02. Beeld Hilde Harshagen
13:02:02.Beeld Hilde Harshagen

Winterzwemmen, zo pak je dat aan

1) Zwem nooit alleen. Als je niemand zo gek kan krijgen om met je mee te gaan in de kou, zet dan een berichtje op de Facebookgroep ‘Open Water Swimming Nederland’ waar je wilt gaan zwemmen, en dat je op zoek bent naar een zwemmaatje. Zelfs als je alleen maar een duik neemt, is het goed als er iemand in ieder geval aan de kant staat.

2) Bouw het rustig op. Thuis koud douchen of een koud bad nemen helpt ook.

3) Zwem altijd met een zwemboei. Je bent dan beter te zien voor je zwemmaatje en boten, en je kan er even aan hangen als je wilt pauzeren of aan je brilletje wil rommelen. Bovendien kan je er je sleutels en je telefoon droog in bewaren.

4) Trek na het zwemmen je warmste kleding aan, en let vooral op bescherming voor je hoofd, handen en voeten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden