Jeff Koons en zijn belachelijke kunst

Deze week in Zwagerman kijkt: Jeff Koons maakt opzettelijk belachelijke kunst waaraan je niet kunt ontsnappen.

Jeff Koons, Split Rocker, 2000 Beeld -

Vrijdag wordt Jeff Koons' bloemensculptuur Split Rocker 1 ontmanteld. Het ongeveer 12 meter hoge kunstwerk, dat bij het Rockefeller Centre stond, heeft er gedurende een paar maanden... ja,wat is het juiste woord: gepronkt, gebloeid, geprovoceerd?

Waar in kunstkringen Koons' naam valt of diens oeuvre wordt besproken, lijkt het bijna verplicht om te benadrukken dat hij bij uitstek de artiest-provocateur van onze tijd wil zijn - júíst omdat hij de massa wil plezieren. Daarin slaagt hij vaak volop. Toen ik eerder dit jaar op het Rockefeller Plaza belandde, ontdekte ik weinig belangstellenden die een geprovoceerde indruk maakten. Split Rocker glorieerde er als een toeristische trekpleister van de eerste orde.

Drommen mensen hielden hun smartphones in de aanslag en maakten selfies met op de achtergrond de goedmoedige bloemenlobbes met twee halve hoofden: dat van een dinosaurus en van een pony, gemodelleerd naar een speelgoedbeest van een van Koons' kinderen. Van binnen is Split Rocker opgetrokken uit staal. Dankzij een intern irrigatiesysteem worden de tienduizenden bloemen adequaat bewaterd. Jaarlijks wordt Split Rocker voorzien van tienduizenden nieuwe planten. Het restaureren van een willekeurig werk van Rembrandt of Rubens is stukken minder begrotelijk dan het conserveren, beheren en 'verversen' van deze twee Koons-sculpturen.

Stoute dromen

Als kindvriendelijk spektakelstuk triomfeert Split Rocker, zoals het ook iedereen met hart voor de botanie in jubelstemming zal brengen. Zó veel frank en vrij bloeiende planten zó hoog boven de grond: Split Rocker moet wel de stoutste droom van iedere deelnemer aan een bloemencorso overtreffen.

Onophoudelijk weerklonken de vertederde 'oooohs' en 'aaaahs' van het toegestroomde publiek, terwijl, zo stel ik me voor, ergens in de periferie die ene scepticus die wél weet heeft van Koons' status als kunstenaar, een in kunstkringen misschien kardinale, maar voor ieder ander de volstrekt irrelevante vraag stelt: 'But is it art?' Het bedrijf Jeff Koons heeft 125 mensen in dienst. Het uitvoeren van zijn ontwerpen en totaalkunstwerken wordt veelal uitbesteed. Koons gaf in The Koons Handbook (1992) het antwoord: 'In de kunstwereld is absoluut alles mogelijk. Het enige dat de kunstwereld nodig heeft, zijn mensen die het mogelijk maken dat kunst buiten de eigen parameters kan reiken.'

In zekere zin beweert hij hier dat de ware kunst van nu de kunst is die niet meer als zodanig wordt herkend. Met die stelling in gedachten is de weg vrij voor het uitbaten van het postmoderne anything goes-principe, natuurlijk onder verwijzing naar, zoals Koons dit altijd pleegt te doen, de readymades van Marcel Duchamp, die in 1917 een urinoir tentoonstelde en het ding 'opwaardeerde' tot kunst. Dat was een kleine ingreep met maximale gevolgen voor de 20ste- en 21ste-eeuwse kunst. Marcel Duchamp baarde Andy Warhol en Andy Warhol baarde Jeff Koons - zo hoor je het dan te zeggen als je je over Koons' oeuvre uitlaat.

Geen mysterie

Jeff Koons presenteert en exploiteert zijn werk als de overtreffende trap van het Duchampiaanse kunstwerk: het zijn vaak schijnbare readymades die met industriële precisie worden gemaakt. De logistiek van de productie laat hij over aan zijn assistenten en ingehuurde firma's. Kenmerkend voor Koons is dat hij zijn hightech ready mades radicaal wil ontdoen van ook maar de geringste zweem van mysterie. Elk werk dient een ultieme leegte te verbeelden: de schrander gecultiveerde leegte van de maker, de vermeende leegheid van de toeschouwer.

De platste, leegst denkbare sculpturen, geplukt uit de wereld van kindervreugd en massacultuur, begeleid door gezwollen statements, door de kunstenaar altijd uitgesproken met een opzettelijk vrome, zijige glimlach: het is bij Jeff Koons allemaal zó extreem suikerzoet en behaagziek dat het griezelig wordt. Dat laatste is vermoedelijk zijn bedoeling. Koons' fondanten kitsch-objecten zijn schrikwekkend karakterloos - alsof hij alle leven uit zijn tot kunst gepromoveerde cartoonfiguren en knuffeldieren heeft weggezogen.

Gelijktijdig met de lancering van de Split Rocker op het Rockefeller Plaza in juni bracht het Whitney Museum in New York een groot Koons-overzicht (nog te zien tot en met half oktober), dat vanaf november te zien zal zijn in het Centre Pompidou in Parijs. Jeff Koons: A Retrospective toont drie decennia glimmend en glanzend gecultiveerde Koons-kitsch: van een Popeye-sculptuur tot de porseleinen beeltenis van een witte Michael Jackson met zijn aapje Bubbles tot de reeks Made in Heaven, waarin Koons met zijn toenmalige echtgenote La Cicciolina een ongetwijfeld hemelse liefde bedrijft.

Jeff Koons' kunst is geheel en al geïmmuniseerd. Alle mogelijke waardeoordelen, van luidkeels beleden afkeuring tot jubelzang, ketsen er altijd op af. Jeff Koons exploiteert zichzelf, de kunsthandel én de zich vergapende menigte bij het Rockefeller Plaza. Dit laatste baseer ik op Koons' eigen streven: 'Ik geloof dat kunstenaars de plicht hebben hun publiek te exploiteren.' Dat we het maar weten. Ook dát vergroot het griezeleffect van zijn kunst. Koons is een dokter Frankenstein die tot ons komt in de gedaante van een glimlachende entrepreneur in een Armani-kostuum.

Telkens wanneer je denkt dat Koons' werk nu wel de climax van geestdodende stupiditeit en behaagzieke hersenloosheid heeft bereikt, voegt hij aan zijn rozenkrans van geheiligde wansmaak weer een nieuwe kraal toe - meestal van een verpletterende omvang en op een schaal die je niet voor mogelijk had gehouden.

Jeff Koons, Play Doh, 1994-2014 Beeld Ronald Amstutz

Pronkstuk in het retrospectief in het Whitney Museum is Play-Doh 2, een overweldigende reuzenhomp van nagemaakte kinderklei. Een van Koons' kinderen, toen nog een dreumes, maakte een kleine twintig jaar geleden van Play Doh een kleibergje. Zijn vader confisqueerde het maaksel en vervolgens besteedden zijn assistenten er twintig jaar aan om een reuzenreplica te vervaardigen die volgens Koons een zalige textuur heeft. Het deed hem denken aan de beste werken van Auguste Rodin. Koons beweerde dat in een filmpje waarop te zien is hoe hij zijn meer dan 3 meter hoge werk Play Doh liefkozend betast.

'Uitzinnig' moet het woord zijn dat van toepassing is op het project dat Koons nu al dertig jaar volvoert. Zijn ingenieuze manipulatie van de kunstwereld, die zich met een masochistisch genoegen láát manipuleren, is uitzinnig. De stoïcijnse en behaagzieke volharding waarmee Koons ons met een subliem instinct voor publieksvriendelijke Publikumsbeschimpfung allerlei proeven van perfect gefabriceerde wansmaak voorschotelt, is dat evenzeer.

Koons maakt opzettelijk belachelijke kunst, de tientallen miljoenen dollars en euro's die ervoor worden betaald zijn al helemaal belachelijk, de superlatieven die erover worden uitgestrooid nog méér. Terwijl je dit allemaal opsomt, maak je nolens volens deel uit van zijn tirannieke belachelijkheidsindustrie waaraan je met geen mogelijkheid kunt ontsnappen.

Die patstelling stemt licht wanhopig. Maar: waarom zou je wanhopig zijn omwille van, godbetert, een nagebootste homp kinderklei of een schattige reus van bloemen? Met die wanhoop maak je jezelf nóg belachelijker dan Koons zelf - en zo heeft hij je dan toch in zijn greep. Een wurggreep. Hij en jij zijn partners in belachelijkheid.

Beeld -
Jeff Koons, Split Rocker, 2000 Beeld -

Banaliteit is niks

Die onmacht stemt uitzinnig. Je kunt niet eens meer iets beweren over de banaliteit van het Kwaad, of de banaliteit van de wereld die voorbij het banale is - want het Kwaad is bij Koons niks, banaliteit is idem dito niks, een kunstwerk van tienduizenden bloeiende bloemen is een miljoen keer niks en jouw scepsis is ingekapseld in datzelfde alomvattende en allesverstikkende niks. Quelle horreur!

Ja, Jeff Koons is een horrorkunstenaar, bij wie het exploiteren van het onschuldigste kinderplezier en de liefste en schattigste kitsch de troeven zijn voor een maximaal griezeleffect. Maar wie is er nou in 's hemelsnaam bang voor een tweekoppig troeteldier van bloemetjes dat de vertedering wekt van een miljoenenpubliek? Dan ben je toch bang voor en om niks?

Juist.

Jeff Koons: A Retrospective in het Whitney Museum of American Art, New York, t/m 19/10. Van 26/11 t/m 27/4/2015 in Centre Pompidou, Parijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.