Interview

'Jeff Buckley bezorgt nog altijd kippenvel'

Ruim twintig jaar na Grace verschijnt een nieuw album van de in 1997 overleden legende Jeff Buckley. Zijn ontdekker Steve Berkowitz over de man aan wie onder anderen Radiohead, Muse en Coldplay schatplichtig zijn.

Buckley in 1994. Hij instroduceerde een nieuwe manier van zingen: elastisch, teder en vooral antimacho Beeld Nicola Dill / Hollandse Hoogte

'Jeff was de beste. Er had nog zoveel moois uit hem kunnen komen. Grace was echt nog maar het begin. Maar het mocht niet zo zijn. Jeff ging dood, slechts 30 jaar jong.' Aldus Steve Berkowitz, de man die Jeff Buckley in 1992 contracteerde bij Columbia en de zanger zou begeleiden bij het maken van het nog altijd imponerende debuutalbum Grace. De plaat die in 1994 een generatie rockzangers blijvend zou beïnvloeden. Thom Yorke van Radiohead, Matthew Bellamy van Muse en Chris Martin van Coldplay: allemaal waren ze schatplichtig aan de zangstijl van Buckley. Hij had een nieuwe manier van zingen geïntroduceerd. Elastisch, teder en vooral antimacho. Heel anders dan binnen de rockmuziek gebruikelijk was.

Grace werd meteen op waarde geschat. Buckley bouwde ook in Nederland een geduchte livereputatie op, maar een tweede album kwam er niet. Groot was de schok toen op 29 mei 1997 het bericht kwam dat Buckleys levenloze lichaam bij Memphis was aangetroffen in de Mississippi.

Alle rechten naar de moeder

Berkowitz was een paar dagen eerder nog bij hem op bezoek geweest. 'Er zat eindelijk een beetje schot in de totstandkoming van zijn nieuwe album. De band zou komen, er kon worden opgenomen. Maar ineens was het afgelopen.' Ook voor Berkowitz. 'Wet is wet, zo simpel is dat. Jeff had geen testament, was niet getrouwd en had alleen een moeder, Mary Guibert. Die ging meteen over zijn nalatenschap. Alle opnamen die Jeff her en der had gemaakt en alle liverechten kwamen haar toe. Zij kon ermee doen wat ze wilde.'

Dus trok Berkowitz zijn handen af van de nalatenschap van zijn pupil. Alle postume Buckley-releases met live- en studio-opnamen, al dan niet voltooid, kwamen uit de koker van Guibert. 'Natuurlijk vond ik daar het mijne van. Maar ik bemoeide me nergens mee. Mary heeft alle rechten, die pakt niemand haar af.'

Dat Berkowitz nu toch naar Londen is gekomen om een nieuw album, You And I, met niet eerder uitgebracht Buckley-materiaal toe te lichten, komt doordat 'Mary eindelijk gekozen heeft voor het beste dat Jeff ooit opnam naast Grace. Het betreft de interessantste opnamen van Jeff, namelijk de allereerste voor Sony, opgenomen in februari 1993. Ik was ooggetuige, dus Mary vroeg me of ik haar wilde bijstaan bij de promotie ervan.'

Mary Guibert

Jeff Buckley (1966-1997) liet geen testament na. Zijn artistieke nalatenschap viel onder het beheer van zijn moeder, Mary Guibert, die een ijzeren controle uitoefende op alle films, documentaires, boeken en platen waaraan de naam Jeff Buckley was verbonden. Inspraak van kenners werd niet geduld bij de samenstelling van postume cd's. Steve Berkowitz trok zich al meteen terug. 'Ik had juridisch niks te vertellen. Best, maar dan kun je ook maar beter je mond houden.'

Veertig vs. tien liedjes

Dat wilde Berkowitz wel, al haast hij zich erbij te zeggen dat de tien liedjes die 'Jeffs moeder' heeft geselecteerd niet zijn keuze waren. 'In drie dagen namen we veertig liedjes op. Zij vond tien genoeg. Nou, ik niet hoor. Tegenover je zit de man die onlangs achttien cd's samenstelde met alle muziek die Bob Dylan in twee jaar opnam. Dus je begrijpt, tien liedjes vind ik wat min, maar soit, het is al mooi genoeg.'

Berkowitz werkt nog altijd voor Sony en is tegenwoordig vooral betrokken bij de uitgave van archief-releases, zoals van Bob Dylan, aan wiens vorig jaar verschenen box The Cutting Edge hij refereert, en Miles Davis.

Met het ontdekken en begeleiden van nieuw talent houdt hij zich al jaren niet meer bezig. 'Jeff was een van de laatsten en beslist de beste', herinnert hij zich. Hij weet ook nog goed hoe de samenwerking ontstond.

'Al ergens in 1990 hoorde ik voor het eerst over een zoon van Tim Buckley die minstens zo goed was als zijn vader. Ik werkte toen met de rockband Fishbone. Een van de leden liet me een cassettebandje horen van een huisgenoot. Dat was Jeff en wow, die kon zingen. Alleen had hij geen eigen repertoire en dat is altijd een beetje Jeffs probleem gebleven. Leuk, drie Led Zeppelin-songs, maar ik hoefde geen Led Zeppelin-coverband.'

'Ik wist niet wat ik hoorde'

Er ging meer dan een jaar voorbij. Toen benaderde de New Yorkse producer Hal Willner Berkowitz. 'Hij wilde een avond organiseren gewijd aan het werk van Tim Buckley en vroeg of hij wat van zijn platen mocht lenen.' Jeff was anders dan zijn legendarische vader Tim (die hij nooit heeft gekend) toen nog onbekend, maar verbleef wel al in New York en zou tijdens dit concert, in april 1991, ook voor het eerst naam maken. 'Hal zei nog: je moet komen want Tims zoon komt ook. Ik was fan van Tim maar was die hele Jeff eigenlijk alweer vergeten en ik ging dus niet.'

Een jaartje later liep Berkowitz met dezelfde Willner door New York over St. Marks Place. 'We liepen langs een koffietentje en Hal begon weer over Tims zoon. Die zou daar heel vaak optreden, ook nu, zo bleek, dus wij naar binnen. Man, ik wist niet wat ik hoorde.'

Berkowitz kraait het uit van enthousiasme, alsof de ontmoeting gisteren plaatsvond. 'Jeff stond alleen met zijn gitaar. Die stem, dat spel, het leek wel een heel orkest. Ik was meteen verkocht.'

Tekst gaat verder onder het filmpje

Moeite met zingen

Het contact verliep meteen goed, herinnert Berkowitz zich. Hij wilde Buckley graag contracteren en verder begeleiden. Maar hij voorzag ook problemen. Jeff leek niet goed te weten wat hij wilde en had moeite met het zingen van eigen nummers. Die had hij niet. 'Urenlang kon hij zingen, hij had een encyclopedische kennis van de popmuziek en schoot van Bob Dylan via Nina Simone naar The Smiths. Maar hoe hij zijn eigen werk vorm moest geven, daar had hij geen idee van.'

Buckleys optredens in het café, Siné geheten, bleven niet onopgemerkt. 'De ene na de andere limousine kwam voorrijden. Grote platenbazen als Clive Davis en Seymour Stein wilden allemaal even naar Tims zoon kijken.'

Op een dag kwam Jeff naar Steve Berkowitz met de mededeling dat hij een miljoen geboden kreeg voor een eerste album. 'Ik zei: gefeliciteerd, de lunch is op jouw kosten. Maar doe het niet, je weet niet eens wat je wilt. Want dat bleef het grote vraagteken. Welke kant wilde Jeff zelf op met zijn muziek?'

Het miljoen werd afgeslagen, maar Berkowitz wist dat hij snel moest handelen. In november 1992 contracteerde hij Buckley 'zonder ook maar een idee te hebben wat we gingen uitbrengen'.

Geduld

Er ontstond zo in februari 1993 toch enige druk op Berkowitz: wat was het plan eigenlijk met de zoon van Tim Buckley? Berkowitz stelde Jeff voor gewoon een paar dagen in een studio te gaan zitten, met een geduldig technicus die meedenkt. 'Jeff mocht alles spelen en zingen wat hij wilde. Zo kon hij hopelijk vertrouwd raken met het opnemen en ik hoopte natuurlijk ook dat zijn eigen werk daardoor wat meer gestalte zou krijgen.'

Berkowitz genoot drie dagen met volle teugen van Buckleys muzikaliteit. Een paar zaken werden hem duidelijk. Jeff nam graag overal de tijd voor. Een liedje van drie minuten rekte hij bij voorkeur op tot tien. En hij was behalve een fantastisch zanger een buitengewoon goed gitarist. 'Maar de belangrijkste ontdekking was dat Jeff niet zozeer een liedjesschrijver als wel een componist was. Hij dacht in veel grootsere concepten over zijn muziek dan gewoon het zingen van liedjes. Dat Grace uiteindelijk compacte liedjes bevatte, kwam door producer Andy Wallace, die vaak ellenlange sessies inkortte tot een paar minuten. Zij hadden een relatie zoals Miles Davis die had met producer Teo Macero. Miles speelde maar door en Teo knipte en plakte alles aan elkaar.'

Berkowitz' inzichten leidden aanvankelijk nergens toe. De vijf cassettes met veertig nummers verdwenen in een Sony-kluis. Berkowitz kwam met het plan om iets van Buckleys Sin-é-concerten op plaat uit te brengen. 'Om Jeff niet te nerveus te maken verstopten we de microfoons en zetten we de mixtafel bij de buren. Het ging goed. Jeff had zijn visitekaartje. De ep Live At Sin-é verscheen eind 1993.'

Op zoek naar een schrijfpartner

Toen was Jeff al begonnen aan de opnamen voor zijn studiodebuut Grace. 'Een paar eigen nummers, zoals het titelstuk, klonken nu wel compleet uitgewerkt. Maar Jeff had echt een schrijfpartner nodig, zoals Gary Lucas bij deze plaat.'

Tom Verlaine (vooral bekend van de newwaveband Television) moest Buckley helpen bij de nieuwe plaat, My Sweetheart The Drunk, die nooit werd voltooid. 'Dat lag niet aan Tom, maar aan Jeffs eigen onzekerheid. Hij bleef maar wijzigingen aanbrengen.'

Maar er was beslist iets moois in de maak, zo weet Berkowitz. 'De laatste keer dat ik bij Jeff was, een week voor zijn dood, liet hij me wat horen. We zaten op een afgeragde bank in zijn ingezakte huisje in Memphis. Speakers had hij niet, ieder had een oortje in van zijn oortelefoon. Ik hoorde echt muziek met de grootsheid van een U2 of een Sgt. Pepper. Komt goed, zei ik tegen Sony, laten we gaan opnemen.'

Een week later was Jeff Buckley dood. Er verschenen postuum opnamen op Sketches For My Sweetheart The Drunk. 'Deels mooi, maar het had nog niet de contouren van wat ik daar op dat bankje met Jeff had beluisterd.'

Jeff Buckley was nog maar net begonnen, zegt Berkowitz. Dat nu de allereerste opnamen van die veel te korte carrière beschikbaar zijn, al is het maar een klein deel, is niet alleen voor historici interessant. 'Zoals Jeff Buckley zich liedjes van Bob Dylan, Sly Stone en The Smiths eigen maakte, bezorgt hij nog altijd kippenvel.'

Jeff Buckley, You And I verschijnt morgen bij Legacy/Sony Music.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden