Profiel

Jean-Philippe Rameau, wat een genie

Pas op late leeftijd trekt hij naar Parijs, waar hij met zijn fascinerende muziek naam maakt. In zijn 250ste sterfjaar is barokcomponist Jean-Philippe Rameau (1683-1764)helemaal terug.

Portret van de componist. Beeld Musée des Beaux-Arts de Dijon

Het orgel ontploft op een zaterdagavond in mei. In Clermont-Ferrand leven kerkgangers devoot toe naar Sacramentszondag, als ze worden bedolven onder een akoestisch bombardement. De koorjongen die op verkenning wordt gestuurd, ziet hoe een magere woesteling zich vergrijpt aan toetsen en pedalen.


Jean-Philippe Rameau is zijn organistenleven in de provincie beu. Hij wil naar Parijs: pronken met zijn gewaagde muzikale theorieën, de opera's componeren die hij voelt jeuken in zijn 38-jarige lijf. Maar hier, in de Auvergne, houden die kinkels hem aan zijn contract. Nog 21 jaar!


Met de rampartij op het orgel laat Rameau zijn leven kantelen. Had het dubbeltalent zich geschikt, dan zouden we hem nu, in z'n 250ste sterfjaar, hebben herdacht als een knappe denker die de fundamenten van het westerse toonsysteem heeft blootgelegd. Nooit hadden we de sensuele klankschikkingen van zijn opera's gekend, met hun strelende noten en dansante gekte.

Genie

Dat Jean-Philippe Rameau (1683-1764) een genie was, is komend weekeinde in de NTR ZaterdagMatinee opnieuw te horen. Coulez, mes pleurs (Vloei, mijn tranen) heet een aria uit zijn opera Zaïs. Herderinnetje met liefdesverdriet, hoe spannend kan het zijn. Tot je de tranen voelt prikken bij die doortrapte melange van zachte violen, desolate fluit en bewasemde sopraanstem.


Of neem de drieste ouverture. Lang voordat Haydn en Beethoven zich zouden buigen over de soundtrack onder de Schepping, laat Rameau er zijn fantasie op los. Oersoep met schiftende samenklanken en klodders melodie - dat verzint alleen een zonderling.


Voltaire zal Rameau later beschrijven als een dwaas met de kop van een zestiendenoot. De dichter Piron zag in de componist eerder een wandelende orgelpijp. Meer fantoom dan mens, vond de schrijver-musicus Chabanon.

Vijf magnifieke Rameaus

1. Coulez, mes pleurs (uit: Zaïs)
Verzin ze maar eens, de bemoste fluitstreepjes die het liefdesverdriet van een herderin tastbaar maken.

2. Les Sauvages (uit: Les Indes galantes)
In 1725 vergaapt Parijs zich aan twee indianen uit Louisiana. Rameau vangt hun dans in een deuntje dat kleeft aan het trommelvlies.

3. Tristes apprêts (uit: Castor et Pollux)
Luister hoe een sopraan zich verstrengelt met vier fagotten, die nooit eerder zo droevig hebben geklonken.

4. Aire de la Folie (uit: Platée)
Het is sadistisch wat de lelijke moerasnimf Platée wordt aangedaan. In deze aria wrijft de Waanzin zich alvast in de handen.

5. Entrée de Polymnie (uit: Les Boréades)
Hoe begeleid je de binnenkomst van Polyhymnia, de muze van het ernstige lied? Met de mildste en zoetste tonen die je kunt bedenken.

Zwerversleven

Als zijn frustratie zich in 1722 ontlaadt op het kathedraalorgel van Clermont-Ferrand, kijkt Rameau terug op een zwerversleven. Als violist van een reizende operatroupe heeft hij de Languedoc en de Provence verkend. Als organist zigzagt hij door heel Frankrijk. Van Dijon, zijn geboorteplaats, reist hij naar Avignon, Clermont-Ferrand en Parijs. Na baantjes in Dijon en Lyon belandt hij opnieuw in Clermont.


In 1722 publiceert een Parijse uitgever zijn revolutionaire Traité de l'harmonie (Verhandeling over de samenklank). Dit zetje heeft Rameau nodig om korte metten te maken met zijn provinciale organistenbestaan. De sabotage slaagt, het contract wordt ontbonden. Rameau verhuist naar Parijs, waar hij van zich laat horen met klavecimbelstukken en kamermuziek. Toch zal het nog tot z'n 50ste duren voordat hij eindelijk zijn eerste opera schrijft.


Hippolyte et Aricie splijt in 1733 de oren. Parijs is opgegroeid met het 17de-eeuwse fluweel van Jean-Baptiste Lully. Rameau, de debutant, geeft zijn karakters meer smoel. Als een wetenschapper kiest hij hun karakters en hartstochten. Voor een componist, schrijft hij, is het vervolgens alleen nog maar een kwestie van cacher l'art par l'art même: het kunstmatige met kunst verdoezelen.


In Hippolyte et Aricie klinken waanzinnige dansen. De koren flemen en bijten. Aria's te kust en te keur. Het stuk bevat noten voor wel tien opera's, noteert Rameaus collega André Campra vol bewondering. Die komen er ook - en meer. Als Rameau in 1760 met Les Boréades zijn laatste muziektragedie aflevert, geniet hij van eretitels en een vorstelijk pensioen.

Rameaujaar

Als compositeur-savant (componist-wetenschapper) vertegenwoordigt hij de muzikale kant van de Verlichting. Toch kruipt Rameau pas laat tevoorschijn uit de mist die over de Eeuw van de Rede is neergedaald. In de barokrevival zijn eerst Bach en Händel aan de beurt. Daarna volgen Purcell en Monteverdi. Pas nadat de Amerikaanse klavecinist-dirigent William Christie zich er in de jaren tachtig mee komt bemoeien, krijgt Rameau weer de ontvankelijke oren die hij verdient.

Terecht dat Christie in dit Rameaujaar een 27cd-operabox mag openen met Hippolyte et Aricie. Het Franse label Erato bundelt dertien opera's en kleinere muziektheaterstukken, in een fraai discografisch overzicht dat de jaren 1974-2002 beslaat. Ook Rameauvertolkers als Harnoncourt, Gardiner en Minkowski zijn van de partij.

In Nederland slaat de Rameaurevival pas laat aan. De Nederlandse Reisopera brengt in 2002 Platée, de tragikomedie rond een lelijke moerasnimf die wordt gepest met kwaakwoorden als quoi en moi. Frans Brüggen revitaliseert in 2004 het multicultispektakel Les Indes galantes. De Nationale Opera haakt in 2008 eindelijk aan met het tweelingdrama Castor et Pollux.

Aan het eind van zijn leven betreurt Rameau de uren die hij heeft verknoeid met componeren. Had hij ze maar besteed aan onderzoek naar de wetten der muziek! In een novelle voert filosoof Denis Diderot hem op als een beroepsgedeformeerde. Rameau? Een kwibus die het overlijden van zijn vrouw en dochter niet zou betreuren, zolang in de doodsklok de 12de en 17de boventoon maar resoneren.

Jean-Philippe Rameau: Zaïs. Les Talens Lyriques o.l.v. Christophe Rousset. Amsterdam, Concertgebouw, 15/11, 13.00 uur, live op Radio 4
Jean-Philippe Rameau: The Opera Collection (27 cd's). Erato

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden