Je zit niet alleen in je vel

Het grote in het kleine overdoen

Een 'robinsonade' is een roman of vertelling die zich hoofdzakelijk afspeelt op een 'onbewoond eiland', in een kleine wereld waar de strijd om te overleven groots uitgevochten wordt. De naam is uiteraard afgeleid van Defoe's Robinson Crusoe (1719), en in het kielzog daarvan werd de robinsonade een eeuw lang een populair genre, ook in Nederland.



In hoog letterkundig aanzien heeft dat genre nooit gestaan, gezien de navolging en een hoge mate van voorspelbaarheid. Daarom is het opmerkelijk dat Jacq Vogelaar, die je moeilijk kunt verdenken van navolging of voorspelbaarheid, de lezer van Je zit niet alleen in je vel al meteen in het 'Vooraf' informeert dat zijn boek 'een soort van robinsonade' is. Die terloopse mededeling wordt in het boek nog één keer toegelicht: het gaat Vogelaar om 'verhalen van individuen die in het klein de grote wereld overdoen, in elkaar geflanst met strandgoed uit de grote.'



Van dat geslacht is Robinson Crusoe misschien niet de aartsvader maar dan toch de naamgever en een prototype. Vogelaar heeft voor Robinsons letterkundig nakroost vele aanduidingen: eigenheimers, solipsisten, solitairen, tussenfiguren, invulfiguren, egotisten, wissellijsten... Ze hebben vele vederdrachten en schutkleuren, maar als je er een in het papieren wild ontmoet, herken je ze onmiddellijk: een 'Meneer'. Een kleine greep. De meneer is een analyticus, net als Poe's Auguste Dupin die de moord in de rue Morgue oplost. Voor de Meneer in het werk van Bertolt Brecht is 'denken' de enige vorm van wellust. Paul Valéry noemde zijn Meneer Teste kernachtig 'een soort intellectueel dier, een mongool'.



Het eerste hoofdstuk is dus hoofdzakelijk een door Vogelaar gechoreografeerde parade van meneren, waaronder literaire coryfeeën. Maar het is Vogelaars verdienste dat hij de lezer probeert te interesseren voor meneren van wie je zou kunnen zeggen dat ze slechts in heel weinig boekenkasten zijn aangespoeld.



Geen nood! Vogelaar roeit de lezer tegemoet met uitgebreide citaten. Met als toppunt misschien meneer Kizje van Joeri Tynjanov. De korte maar daarom niet minder enerverende levensloop van Kizje is het gevolg van een schrijffout van een ambtenaar. Kizje is, denk ik, een meta-meneer. Die zie je maar zelden.



Veertjes, pootafdrukjes in het zand, en de uitwerpselen van al deze en andere meneren vinden we ook in de volgende hoofdstukken, onder meer over 'kelderbewoners' in werken van Dostojevski en Kafka.



Je zit niet alleen in je vel, zegt Vogelaar, is geen boek met essays. Dat is het natuurlijk wel, en zelfs in de beste betekenis: een poging waarbij niets vanzelfsprekend is, en alles avontuur. Daarnaast is het boek ook een eiland. Op dat eiland vertelt Vogelaar zijn verhalen. Aan ons, aangespoeld in zijn boekenkast.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden