Recensie

Je ziet Nietzsche eenzamer worden in de brieven uit zijn laatste jaren ★★★★☆

In een verzameling brieven uit de laatste jaren van Nietzsche wordt zijn isolement steeds groter en zijn toon steeds verhitter.

Friedrich Nietzsche (1844-1900) Beeld Getty
Friedrich Nietzsche (1844-1900)Beeld Getty

‘Ik leef merkwaardig, als op de toppen van de golven van het bestaan – een soort vliegende vis’, schrijft Friedrich Nietzsche in 1881 aan vriend en bewonderaar Heinrich Köselitz. Nietzsche staat op het punt om ‘het filosofische schema’ te onthullen waarop ‘het christendom ingetekend heeft’.

In deze verzameling brieven uit de laatste, ‘levensgevaarlijke jaren’ van zijn leven (met vaste hand vertaald, geselecteerd en toegelicht door Peter Claessens) zie je Nietzsche steeds eenzamer worden. Halfblind pendelt hij tussen Nice, Sils-Maria, Genua en Turijn in de hoop dat het lokale klimaat zijn vreselijke hoofdpijnen en ingewandenellende verzacht. In 1879, het jaar waarmee deze brievenverzameling aanvangt, verbreekt hij definitief zijn contract met de Universiteit van Bazel en werkt hij aan boeken die hem wereldberoemd zullen maken, van Also sprach Zarathustra (1883) tot Ecce homo (1888).

Nietzsche ziet Also sprach Zarathustra als ‘een soort afgrond van de toekomst’. Nu het idee van God is weggevallen, moeten we het doen met de kale aarde. Er bestaat geen externe zin en betekenis meer die valt te ontdekken als je je best maar doet. Ongelijkheid en onrechtvaardigheid worden niet gladgestreken in een hiernamaals. Troost voor je verdriet zul je moeten vinden in jezelf, je medemens of de natuur – of niet. Alleen sterke geesten kunnen dat kille inzicht aan, dacht Nietzsche: Übermenschen, mensen die ‘klaar zijn voor de vrijheid’ en zichzelf de wet kunnen stellen. Hij voelde zich ‘een heraut die vooruitgesneld is’ om dit nieuws te brengen en vraagt zich in deze brieven openlijk af of de mensen eigenlijk wel willen horen wat hij te vertellen heeft.

Miskend

Daar lijkt het aanvankelijk niet op. Tot Nietzsches ergernis zet zijn uitgever Zarathustra in de wacht omdat hij eerst nog een half miljoen christelijke gezangboeken wil drukken. En als het meesterwerk dan eindelijk verschijnt, is de receptie lauw. Nietzsche voelt zich miskend en moppert daar volop over.

Maar de bundeling omvat ook brieven uit de ‘lange rijke zomer’ van 1882, waarin Nietzsche de briljante, 20-jarige Lou von Salomé ontmoet, wier analytische geest hij openlijk roemt en heimelijk wil opslorpen. Salomé moet denken zoals hij – anders is het verraad. Gelukkig voor haar weet Lou weg te glippen. In enkele verongelijkte brieven lees je hoeveel pijn hem dat doet, maar in een latere, nooit verstuurde brief aan Salomé is hij wel zo aardig om te schrijven: ‘Ik heb er nooit aan gedacht u eerst te vragen of u het wilde.’

Profetisch

Na deze episode neemt Nietzsches isolement alleen maar toe. De brieven worden steeds verhitter, de woorden nog bombastischer, totdat hij zichzelf opblaast. ‘[Het] griezelige tijdstip nadert waarop ik een ‘beroemd dier’ ben en me tegen entreegeld laat zien’, schrijft hij in 1886 aan zus Elisabeth. Toen Nietzsche in 1889 aan een geestesziekte bezweek, begon zijn werk ironisch genoeg juist aan te slaan. Zijn woorden bleken profetisch. Ruim tien jaar lang leefde Nietzsche als een zombie op de bovenverdieping van de villa die zijn verschrikkelijke zus – hij noemt haar ergens ‘een wraakzuchtige antisemitische gans’ – rond het archief van zijn werk had opgetrokken. Af en toe, als Elisabeth bezoekers rondleidde, konden zij Friedrich boven horen brullen.

null Beeld

Friedrich Nietzsche: De levensgevaarlijke jaren – Een keuze uit de brieven 1879 – 1889. Uit het Duits vertaald door Peter Claessens. Arbeiderspers; 443 pagina’s; € 28,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden