'Je moet je eigen coulissen verplaatsen'

In zijn roman ‘Vaslav’ bouwt Arthur Japin schaarse historische gegevens uit tot een ingenieus verhaal over een beslissend moment in het leven van de balletdanser Nijinsky....

Twee gekke mensen herinnert Arthur Japin (54) zich nog haarscherp, van de zondagse bezoekjes in zijn jeugd aan het gesticht in Wassenaar, waar zijn vader – toneelrecensent en detectiveschrijver – zat opgesloten vanwege psychotische en agressieve buien. ‘Een jongen die in zijn eentje een compleet orkest nadeed, zichzelf dirigerend, en een vrouw die altijd op de gang hartverscheurend zat te huilen. Als kind raakte ik snel gewend aan dat extreme gedrag. Ze zagen er niet ongelukkig uit. In een ander leven zouden ze wellicht briljant zijn geweest.‘

De zotte orkestman en de tragische huilebalk keren terug in Vaslav, Japins nieuwe roman die komende week verschijnt. Ze lopen over de gang in een sanatorium in Kreuzlingen, waar Romola Nijinsky haar man, de legendarische – homoseksuele – balletdanser Vaslav Nijinsky uit nood heeft laten opnemen. Nijinsky’s dochter Kyra gaat naast de blèrende vrouw zorgeloos zitten tekenen. En loopt later met haar vader uitgelaten achter de trommelende en fluitende jongeman aan, gewend als ze is aan dit circus der gekken. Japin: ‘Psychiaters zullen het zeker tegenspreken. Maar aan deze jeugdervaring heb ik de rotsvaste overtuiging overgehouden dat mensen die op een gegeven moment waanzinnig worden, daar min of meer zelf voor kiezen.’

Volgens Japin voelen deze mensen zich zo verscheurd tussen verschillende werelden dat ze besluiten de deur dicht te gooien, om zich nog maar op één ding te focussen. Huilen bijvoorbeeld, of meerstemmige melodieën voortbrengen. ‘Ik koester dit romantische idee van waanzinnigheid. Ik denk nog steeds dat mijn vader op een gegeven moment dit ook heeft besloten.’ Japins vader pleegde zelfmoord toen hij twaalf was.

Of Kyra echt zo ontspannen heeft rondgelopen tussen de geesteszieken, weet Japin niet. Het is de verbeelding van de schrijver die de schaarse historische gegevensuitbouwt tot een beeldend hoofdstuk in een roman.

Dit koorddansen op de grens tussen feit en fictie, tussen waarheid en fantasie, is inmiddels Japins handelsmerk geworden. Eerder gaf hij in Een schitterend gebrek (2003) de vrouwenversierder Giacomo Casanova en zijn allereerste liefde, de 14-jarige Lucia, eigen karakters in een nieuw gedramatiseerd leven, als extrapolatie van de geschiedenisbronnen die over hen bekend zijn. Hetzelfde deed hij in De Zwarte met het Witte Hart (1997), over twee Afrikaanse prinsjes die als onderpand werden geschonken aan Koning Willem I, en in De droom van de leeuw (2002), over de liefdesrelatie tussen de Italiaanse cineast Federico Fellini en de Nederlandse schrijfster Rosita Steenbeek. ‘Ik doe jarenlang research en begin pas aan een boek op het moment dat ik zo veel van mijn hoofdpersonen weet dat ik hun dromen droom. Dan weet ik dat ik klaar ben om te schrijven.’

In Vaslav toont Japin de achterkant van de geschiedenis door in te zoomen op Nijinsky’s allerlaatste optreden voor publiek: 19 januari 1919, in een hotel in het mondaine skioord Sankt Moritz. Midden in een benefietvoorstelling voor het Rode Kruis richt de beroemde balletdanser zich na een dramatische uitbeelding van oorlogsgruwelen tot het publiek met de woorden: ‘Nu is het kleine paardje moe’.

Hij laat zijn bewonderaars in verbijstering achter. De rest van zijn leven, nog 31 jaar, brengt hij door in stilzwijgen, zonder ooit nog te dansen. Eén keer – Nijinsky is inmiddels 51 – maakt hij tot ieders verrassing uit het niets zijn roemruchte sprong voor het oog van de camera’s, op de gang van de kliniek. Daarna zakt hij opnieuw weg in zichzelf. Japin: ‘De foto van die spontane sprong van een onwillig man, vind ik zo mooi, dat ik hem heb opgenomen in het boek’, zegt de schrijver die zelf ook nog graag danst – Japin heeft jarenlang balletles gehad – en daarvoor zelfs deze zomer een privéballetstudio heeft laten bouwen in zijn tweede huis in Frankrijk: ‘Ik wil als oud mannetje straks eindigen zoals ik als kind begon.’

Japin beschrijft in Vaslav die bizarre 19e januari 1919 vanuit drie gezichtspunten: Nijinsky’s bediende Peter, zijn vrouw Romola en zijn voormalig minnaar en ontdekker Serge Diaghilev. Japin: ‘Ik wil weten: wat richt iemand die waanzinnig wordt aan in zijn omgeving, bij zijn dierbaren? Ik heb zelf lang onderzocht hoe ik door mijn vaders situatie ben beïnvloed. Door zijn agressieve gekte ben ik altijd liefde tegenover geweld blijven stellen. Ook toen ik vreselijk werd gepest op school. Ik heb toen besloten mij niet aan te passen aan de grootste gemene deler, mijn passie te volgen en de wereld mooier te maken dan die is. Te ontsnappen met verbeeldingskracht.’

Hij wijst op een citaat achterin zijn boek uit de dagboeken van Nijinsky, dat gonst van mantra’s over liefhebben en houden van. ‘Dit is bijna een moderne rap over de opdracht lief te hebben. Ik kreeg Nijinsky’s dagboeken van mijn vriend Lex, toen ik 24 was en op de toneelschool zat. Toen heb ik een toneelstuk geschreven over de driehoeksverhouding tussen Nijinsky, Diaghilev en Romola. Ik heb het nog. Nee, het is nog nooit opgevoerd. Dat houd ik zo.’

Peter uit Vaslav is de echt bestaande stoker uit huize Nijinsky. Hij zorgt voor het vuur in huis – een dankbare metafoor voor de passie die Japin hoog in het vaandel heeft staan – en geeft aan het slot zijn leven zelf een radicale wending. Peter heeft in zijn jeugdjaren ook filosoof Friedrich Nietzsche meegemaakt en vermoedelijke diens begin van waanzin. Hij is degene die Romola voorzichtig wijst op dezelfde verschijnselen bij haar man. Japin laat de dorpse Peter verwonderd kijken naar Nijinski’s schaamteloze kunsten: ‘Die heeft makkelijk praten, dacht ik eerst nog, geen kunst om je vrij te voelen als je de zwaartekracht zo moeiteloos een loer draait.’ En: ‘Hij neemt een aanloop en maakt met zo veel kracht een zweefsprong dat het even lijkt alsof hij dit keer dan toch echt voorgoed zijn vrijheid kiest en uit het raam zal vliegen. Naast me hoor ik mevrouw naar adem happen. Zijn landing dreunt na onder onze voeten en maakt de boodschap in één klap duidelijk: hier wordt gespeeld met krachten die geen afleiding dulden. Met opgeheven kin en twee armen in de lucht staart hij ons aan, uitdagend, alsof hij een volle zaal tot applaus dwingt. Ik ben geen circuspaard dat weet op welke maat hij zijn rondje door de piste moet lopen.’ (Uit: Vaslav van Arthur Japin)

Nijinski’s vrouw Romola krijgt bij Japin de kans weerwoord te geven aan de dansgeschiedenis die haar altijd als kwade genius heeft bestempeld achter het desastreuze einde van Nijinsky’s grootse carrière. Japin: ‘Zij moest haar eigen zegje kunnen doen, vond ik. Zij heeft haar hele leven aan hem gewijd.’ En Sergej Diaghilev, de artistiek leider van Ballets Russes, is in Vaslav iemand die zijn eigen lijf verafschuwt, maar via de lichamelijke danskunst zijn dromen toch realiseert. ‘Dansen staat gelijk aan het koesteren van dromen’, zegt iemand in Vaslav. En: ‘Een stapje opzij, een stapje van niks is genoeg en heel de wereld oogt anders. Een mens moet in het leven zijn eigen coulissen verplaatsen.’

Japin mag dan de waarheid verzinnen, hij heeft grondig research gedaan. Zo is hij naar het mondaine skioord Sankt Moritz afgereisd om te zien wat nog rest van de villa van de Nijinsky’s: ‘Niets. Afgebroken. En in het hotel waar Nijinsky zijn laatste voorstelling gaf herinnert nog geen gedenkteken aan de balletlegende.’ Natuurlijk wil Japin dat de lezer door Vaslav veel te weten komt over de curieuze biografie van deze Slavische danser. Maar ook over de schrijver zelf, en diens levenskunst – het boek grossiert in wijsheden. ‘Ik wil dat de lezer iets over mij ontdekt naar aanleiding van de geschiedenis die ik vertel. Mijn personages worstelen altijd met dezelfde vraag als ik: moet ik leven naar hoe de mensen mij zien of moet ik leven naar wat ik zelf voel, hoe onzeker ook? Nijinsky deed duidelijk het laatste. Die volledige afwezigheid van schaamte en angst bewonder ik enorm.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden