Je moet hier zijn geweest

Een prachtig tijdsbeeld van kunstenaarsdorp Oosterbeek

In een van mijn bureauladen ligt een oud schetsboekje. Snelle schetsen in potlood of houtskool. Kippen, schaapskopjes en vooral koeien, veel koeien, in close-up en in groepjes tegen de achtergrond van een bosrand of in de uiterwaarden van een rivier. Enkele ervan zijn met een kwastje sepia uitgewerkt tot fraaie schilderijtjes. Op sommige pagina's heeft de schilder zijn handtekening geoefend. 'H.A. van Ingen', staat er op het voorblad, en het jaartal 1870.

Anders dan de schilders die vanaf de tweede helft van de 19de eeuw vanuit het westen van Holland naar de Veluwezoom trokken om er, net als de Franse kunstenaars van die tijd en plein air te schilderen, was Hendrik Alexander van Ingen (1846-1920) uit de streek afkomstig. Aangestoken door het schilderkunstig esprit van de uitheemse gasten, die na gedane arbeid een borrel dronken, verlangde Hendrik ernaar zelf schilder te worden. Sindsdien had hij op zijn wandelingen altijd tekengerei op zak. En dit schetsboekje dus.

Hoewel schrijver Frederik van Eeden Van Ingen met Vincent van Gogh vergeleek en de toonaangevende Théophile de Bock hem vroeg zijn eigen Veluwse landschappen met wat koeien - Van Ingens specialiteit - te stofferen, zou hij nooit de roem verwerven die andere Oosterbeek-gangers ten deel viel, zoals Mauve, Mesdag, de gebroeders Maris, maar ook Breitner en Jan Toorop. Rijk zou Van Ingen van de kunst niet worden. De schaarse inkomsten werden veelal omgezet in drank.

Rekeningen betaalde hij waar mogelijk in natura. Bij de slager tekende hij, in ruil voor een lapje vlees, koeien en kippen op het behang. En toen mijn vader, toen nog als 10-jarig jochie, eropuit werd gestuurd om het geld voor op de pof geleverde kolen te innen, kwam hij, tot groot ongenoegen van mijn opa, thuis met schilderijen. Zo kwam het schetsboek in mijn bezit.

In Je moet hier zijn geweest beschrijft Willem de Bruin 'Nederlands Barbizon', tussen 1840 en 1940 gevestigd in en rond Oosterbeek, een nederzetting op een stuwwal aan de Rijn, die zich ontwikkelde van kunstenaarskolonie tot toeristenoord, maar tijdens de 'Slag om Arnhem' in 1944 in een ruïne veranderde. Het betekende het einde van de artistieke trekpleister.

De Bruin portretteert niet alleen de schilders die de link legden naar 'het Nederlands impressionisme', ook legt hij dwarsverbanden tussen de fine fleur van het culturele, politieke en grootindustriële leven, die in het kielzog van schilders en schrijvers naar Oosterbeek trok. De Hollandse elite liet er uitgestrekte landgoederen aanleggen en gezichtsbepalende villa's bouwen, die overigens lang niet door iedereen werden gewaardeerd. Zo sprak een enkeling geringschattend van 'een samengroeisel van karakterloze villa's' bewoond door 'vervelende renteniers.'

Over de schilders van de Veluwezoom is vaker geschreven, maar nooit in een zo breed perspectief. Een prachtboek! Oók voor lezers die geen uit ruilhandel verkregen Van Ingen aan de muur hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.