'Je moet genieten van je poging het doel te bereiken'

De Belgische bestseller Het smelt van de Vlaamse schrijfster Lize Spit (27) kreeg lyrische recensies en wordt zowel vertaald als verfilmd. Een droom die uitkomt. Toch is het genieten van succes lastiger dan het nastreven.

Lize Spit.Beeld Frank Ruiter

Genadeloze schrijver of meelevend mens?

'Ik ben de genadeloze schrijver geworden. Als ik de empathische mens de bovenhand had gegeven, had ik Het smelt niet kunnen schrijven. Ik wist dat het een minder goed boek zou worden als ik rekening zou houden met de gevoelens van iedereen die zich erin zou kunnen herkennen.

'Het verhaal speelt zich af in Bovenmeer, een fictief dorp dat lijkt op Viersel, waar ik ben opgegroeid. Het 30-jarige hoofdpersonage Eva keert met een blok ijs in de kofferbak van haar wagen terug naar haar geboortedorp, om iets te wreken dat in haar jeugd gebeurd is.

'De genadeloosheid zit 'm volgens mij vooral in de gruwelijkheden waaraan ik Eva onderwerp, maar ook in de slechte kanten van mensen. Ik heb mensen dieper naar beneden getrokken door fictie aan de werkelijkheid toe te voegen. Er wordt veel over gepraat in Viersel: wat is nu echt?

'Ik gebruik andere mensen voor mijn schrijverschap. De mensen over wie ik het best kan schrijven, zijn de mensen die mij aan het hart gaan, omdat ik het langst naar hen kijk en het meest over ze weet. Genadeloos zijn voor de mensen in het dorp ging me best goed af, omdat de periode daar achter mij ligt. Maar in de toekomst ga ik waarschijnlijk hetzelfde meemaken met vrienden van nu.

'Ik weet al half waarover mijn volgende boek zal gaan en ben nu al de afweging aan het maken: wat wil ik voor dit verhaal op het spel zetten? Het is een dilemma. Daarom heb ik Het smelt ook in een rotvaart geschreven, binnen een jaar. Ik wist dat ik zou terugvallen in de empathische Lize als ik het even zou laten liggen.'

Pim of Laurens?

'Pim en Laurens zijn de enige twee kinderen in het dorp die in hetzelfde jaar zijn geboren als Eva. Er ontwikkelt zich tussen hen een hechte band. Ze noemen zichzelf 'de drie musketiers', maar de vriendschap komt onder druk te staan wanneer ze seksuele driften ontwikkelen. Pim is het grootste monster van de twee. Laurens is een meeloper. Pim is eropuit om te vernederen en is erg met zichzelf bezig. Hij heeft zijn broer verloren en is blind voor andermans verdriet, omdat hij zijn eigen verdriet niet eens kan plaatsen, benoemen en verwerken. Het maakt hem ontvankelijk voor asociaal en grof gedrag. Toch zou ik liever Pim zijn. Als je iets doet, moet je het goed doen. Ik ben dus liever degene die overtuigd slecht is, dan een lulletje dat meedoet.'

Bijkomen of doorwerken? (1)

'Halverwege januari kwam het boek uit. Sindsdien heb ik bijna elke week twee of drie interviews gehad. 'En nu is het voorbij', dacht ik steeds, maar Het smelt bleef maar op de eerste plaats staan in de Belgische boeken top-10. Er zijn nu zo'n 70 duizend exemplaren verkocht.

'Gisteren heb ik voor de belasting al mijn treinticketjes verzameld. Ik kwam alleen in België en Nederland uit op een totaal van 2.150 euro aan treinritten in vijf maanden. Dan weet je ongeveer hoeveel ik onderweg ben geweest. In het najaar treed ik gemiddeld drie keer per week op. Ik ben niet zo'n bijkomer, van nietsdoen word ik onrustig, dus doorwerken is goed.'

Dromen over succes of succesvol zijn?

'Voor het boek verscheen, zei ik tegen iemand van de uitgeverij: 'Het ergste dat mij kan overkomen is dat het boek een flop wordt of een succes.' Ik voel schaamte voor succes en de aandacht die succesvol zijn met zich meebrengt. Soms is het alsof ik midden in een kring sta met mensen die naar mij kijken, mijn naam en gezicht opslaan, terwijl ik al die namen en gezichten niet kan onthouden. Als iemand op straat mijn naam roept, weet ik vaak al niet meer wie diegene is en wanneer ik hem of haar heb gesproken. Dat vind ik verschrikkelijk, want ik wil graag geïnteresseerd zijn in anderen.

'Ik word ineens gezien zoals ik altijd gezien wilde worden, namelijk als iemand die schrijft. Het mooie is dat ik daardoor allerlei kansen krijg, zoals een column in De Morgen, een schrijversresidentie in Berlijn, carte blanche van een theaterhuis om een stuk te schrijven.

'Een boek schrijven was een droom van kinds af aan, al had ik nooit gedacht een boek te schrijven dat vertaald en verfilmd zou worden. Nu is dat boek er. Het is natuurlijk prachtig allemaal, maar ik ben wel een beetje in een zwart gat gevallen. Waar moet ik nu over gaan dromen? Misschien is dat wel wat ik het afgelopen half jaar heb geleerd: dat succes niet iets is wat je moet nastreven. Je moet proberen te genieten van je poging het doel te bereiken.'

Over jezelf praten of over het boek?

'Ik praat het liefst over het boek en wat ik het leukst vind aan schrijven: dat je altijd, op elk moment kunt kiezen hoeveel details je prijsgeeft. Ik heb een goed geheugen om uit te putten. Het werkt eigenlijk als Google Maps. Je kunt inzoomen, nog meer inzoomen en telkens komt er meer informatie vrij. Eerst zie je hoe een straat heet, dan zie je de huizen. Als ik schrijf is de overweging altijd: tot hoever ga ik inzoomen? Soms moet een personage gewoon een straat uitlopen. Punt.

'Ik denk dat in mijn boek de kracht zit in de dosering van details. Ik schrijf zeer gedetailleerd over misbruik, tot op het wansmakelijke af. Net als de personages mag ook de lezer niet gespaard worden, vind ik.

'De aandacht voor mij als persoon is gek. Ik krijg nu mailtjes van tijdschriften met allerlei verzoeken: 'Wij vragen aan Bekende Vlamingen wat zij meenemen in hun reiskoffer, wat neem jij mee?' Laatst wilde iemand een interview met mij en mijn ouders. Zoiets doe ik niet. Met De Morgen ben ik naar mijn geboortedorp gegaan. En elke keer opnieuw is er een journalist die begint te wroeten in het autobiografische. Ik weiger op zulke vragen in te gaan. Ik vind dat het er niet toe doet wat er echt is gebeurd en wat niet.

'Er komen ook boektoeristen naar het dorp. Het gemeentebestuur heeft me al een keer gemaild dat ze graag begeleide wandelingen willen organiseren met als thema Het smelt. Of ik daar aan wil meewerken. Natúúrlijk wil ik daar niet aan meewerken!'

Scenarist of romancier?

'Ik was 20 toen ik de opleiding scenarioschrijven afrondde. Ik vind scenarioschrijven een tof metier, maar ik ben meer een romancier. Als scenarist kun je alleen schrijven wat mensen kunnen zien of horen. Je hebt dus niks aan de zin: 'Laura komt binnen, zij is de dochter van die en die.' Als ik een scenario schreef, dacht ik vaak: o man, ik wil gewoon een boek schrijven.

'Het smelt wordt verfilmd door Veerle Baetens. Ik heb haar alle vrijheid gegeven om er zelf iets van te maken. Ik hoop zelfs dat de film niet lijkt op het boek, dat het boek gewoon een vertrekpunt is en ze met de elementen die er liggen iets nieuws maakt.'

Bijkomen of doorwerken? (2)

'Ik was als kind al erg gevoelig. Bij mij thuis was het een taboe om openhartig te zijn over je gevoelens, maar ik heb dat op een of andere manier als enige van de kinderen sterk ontwikkeld. Hoe dat komt, weet ik niet. Wat was er het eerst, de openhartigheid of het feit dat ik graag wilde schrijven? Die twee dingen hebben met elkaar te maken.

'Ik ben nogal een piekeraar, altijd bezig mezelf in vraag te stellen. Toen ik van de opleiding afkwam, had ik een gegeneraliseerde angststoornis. Aan de basis lag de irrationele angst om gek te worden. Ik ging ervoor in behandeling en een van de eerste vragen die de dokter toen stelde was: 'Wanneer was de laatste keer dat je gewoon eens op een stoel hebt gezeten, dat je gewoon even bewust niks aan het doen was?' Ik heb dat nog nooit gedaan. Zelfs als ik naar het café ga met vrienden vind ik iets drinken alleen vaak niet genoeg. Ik wil ook nog scrabble spelen.

'Angst voor angst; fysiek voelt dat alsof er iemand op je hart staat. Het is beklemmend, alsof je moet vluchten. Maar je kunt niet vluchten, want dan moet je uit jezelf vluchten. Ik ben nog altijd niet helemaal beter, maar dat ik altijd bezig ben, leidt ertoe dat ik me er minder druk om maak. Toch pieker ik ook daarover. Wat als ik niet kan behappen wat er nu allemaal op mij afkomt? Weer een irrationele angst, want niks wijst erop dat ik het niet aankan. Ik ben vooral heel dankbaar.'

Hoopvol of wantrouwend?

'Qua wereldbeeld ben ik wantrouwender geworden. Ik heb niet het gevoel dat het goed gaat met de wereld en maak me daar voortdurend zorgen over. Ik geloof wel dat ik minder donker overkom dan veel mensen die mijn boek hebben gelezen verwachten. Na een optreden komen ze dat vaak tegen me zeggen: 'Ik ben zo opgelucht dat ik je nu heb ontmoet, je bent zo vrolijk.' Ik ben een melancholische ziel in een hoopvol omhulsel. Mijn buitenkant heeft altijd goesting in het leven, mijn binnenste soms wat minder.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden