Review

Je me tue à le dire is een maf en boeiend debuut

De Belgische regisseur Xavier Seron maakte een maf, ongecontroleerd, gemankeerd en boeiend debuut. Maar het zal niet voor iedereen even komisch zijn, dat de film een ziekte herleidt tot absurd verhaalconcept.

Je me tue à le dire.

'Volgens mij was die Oedipus een vreemde vogel.' Tijdens een gesprekje dat dertiger Michel voert met een vriend, aan het begin van de Waalse komedie Je me tue à le dire, wordt dit speelse en aangenaam mallotige debuut van Xavier Seron aardig samengevat. Seron maakte een in fraai zwart-wit gedraaide film over een volwassen kind en zijn obsessie met zijn moeder.

Dat Michel zich uitstekend bewust is van die obsessie - vandaar dat gesprek over Oedipus - geeft de film een dramatisch fundament: op gezette tijden is het zowaar mogelijk met zijn twijfels en angsten mee te leven. Dat resulteert erin dat de overdaad aan vindingrijke leukdoenerij zelden gaat trekken.

Gedurende 90 minuten vertelt Seron zijn verhaal in zes hoofdstukken, afgeteld van vijf naar nul, met titels als 'Mijn moeder, mijn sterfelijkheid, borsten', 'De betasting van Christus' en 'Socrates is een kat', waarin hij zijn visie etaleert op seks, de dood en de zinloosheid van het bestaan. Dat doet hij in een consequent doorgevoerde stijl, met een nadruk op beeldrijm.

Wanneer Michel bijvoorbeeld lusteloos de liefde bedrijft met zijn vriendin en we vanuit zijn perspectief alleen haar op en neer bewegende borsten zien, volgt Seron dat beeld doodleuk op met een shot van twee eieren in een koekepan. In dit geval is dat niet zomaar een lollige vondst, maar een verbeelding van Michels gedachtenwereld: sinds zijn moeder lijdt aan borstkanker, associeert hij alles dat rond is met haar ziekte.

Daar begint het eigenlijk pas. Michel ontdekt plots een hard plekje rond zijn eigen tepel, ziet zijn haar uitvallen en vermoedt dat hij, net als zijn moeder, aan borstkanker lijdt. Kolder en ernst vechten om voorrang.

Het zal niet voor iedereen even komisch zijn, zo'n film die een dodelijke ziekte herleidt tot absurd verhaalconcept. Bovendien slaat de balans tussen existentiële angst en bijtende humor wat vaak door naar dat laatste, maar dat neemt niet weg dat Je me tue à le dire een aantal maal vol in de roos schiet. Sommige scènes lijken weggelopen uit een film van de Zweed Roy Andersson (A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence), maar qua timing en verrassing doen ze in een aantal gevallen niet voor hem onder. Je me tue à le dire is een maf, ongecontroleerd, gemankeerd en boeiend debuut.

Je me tue à le dire
Komedie, ***
Regie Xavier Sero
Met Jean-Jacques Rausin, Myriam Boyer, Fanny Touron, Serge Riaboukine.
90 min., in 10 zalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden