Je kunt de jongen uit Nieuw-West halen...

Omdat de eerste vier van zijn goedbesproken romans zich in Amsterdam Nieuw-West afspelen, waar mannen hangen in snackbars en lopen op badslippers, gaan we met Walter van den Berg, bij het verschijnen van zijn vierde, Schuld, in die buurt op zoek naar de wortels van zijn schrijverschap die ook verbonden zijn met die stiefvader die zijn moeder sloeg.

Walter van den Berg. Beeld Valentina Vos

Pas twee minuten zijn we aan het lopen vanaf Station Lelylaan, vooraf via de mail door de schrijver gedoopt tot 'de poort naar alle mistroostigheid', als Walter van den Berg schrikt van een nieuw gebouw, een moderne, donker glimmende school met chromen lijnen langs de wand en een blauwe voetbalkooi bovenop.

'Mooi is het niet', zegt hij, 'maar op zich is het leuk dat hier wat gebeurt.'

Hier is Amsterdam Nieuw-West, het stadsdeel waar Van den Berg (45) is opgegroeid, waar zijn moeder de bedrijfsleidster van een bordeel was, waarvandaan het gezin gevlucht is voor de man die zijn moeder sloeg, waaruit Van den Berg later zelf ontsnapt is om schrijver te worden en waar zijn vier romans zich afspelen.

West, waar volgens de achterflap van zijn nieuwe roman Schuld 'mannen hangen in snackbars, rijden in Nissan Sunny's en lopen op badslippers'. Waar de mensen even uitgebeend praten als hoe Van den Berg schrijft: geen woord te veel. En waar ook de sfeer aansluit bij zijn toon: kaal, grimmig, uitzichtloos.

CV

1970 - Geboren in Amstelveen

1992 - Studie Nederlands UvA (niet afgerond)

2000 - Begonnen met blog vandenb.com

2002 - Studie Rietveld Academie (niet afgerond)

2004 - Debuutroman De hondenkoning

2007 - Roman West

2013 - Roman Van dode mannen win je niet

2016 - Roman Schuld (Das Mag Uitgevers, verschijnt 1 februari)Van den Berg werkt als freelance copywriter en woont in Amsterdam met zijn vrouw.

Herinneringen

West, dus het decor van zijn oeuvre. Tot dusver.

Een wandeling met Van den Berg een boomlange man met een kale, vriendelijke kop door deze buurt is als een proustiaanse speurtocht naar verloren tijd. De elektronicawinkel is nu een Indiase supermarkt, de Febo een dönertent en de oude kantoorartikelenzaak is dicht en ziet er niet uit alsof hij ooit nog opengaat.

Dit ophalen van herinneringen verschilt niet veel van de terugkeer van 'Zingende Ron'. In de roman Schuld, die na drie boeken bij De Bezige Bij verschijnt bij het nieuwe Das Mag Uitgevers, komt Ron eind 2015 uit de gevangenis en beziet de wijk met nieuwe ogen. Twee jaar eerder heeft hij een man doodgeslagen. Omdat hij een vrouw wilde redden, want zo is Ron: een echte man. Met een wit plastic tasje in zijn linkerhand, stapt hij uit bus 18 op het Sierplein.

Café Huizinga

Hij keek even naar het plein, en het plein was niet veranderd. Links de Albert Heijn, rechts de Dirk. Ertussenin een rij winkels waar niemand iets te zoeken had. Hij liep naar het Bluebanddorp. Kleine huizen in een buurt die in de jaren vijftig was gebouwd, schuin tegen elkaar aan gezet, met blauwe daklijsten.

Begin 2016 staan we op hetzelfde plein en kijken we naar het Bluebanddorp met zijn sociale huurwoningen. Achter het plein staat het verzorgingstehuis waar zijn moeder vier jaar geleden overleed. We kijken naar rechts: in de verte ligt de Sloterplas. Dichterbij het steakhouse van zijn Egyptische zwager. De andere kant op, honderd meter van het Sierplein, is Café Huizinga, de kroeg die telkens terugkeert in zijn werk.

Als er iemand Café Huizinga binnenkwam, keek iedereen, en als ze hadden gezien wie het was, keek iedereen weer naar zijn biertje.

Beeld Valentina Vos

Terughoudendheid

Door het raam, dat omlijst wordt door een roze neonbuis, zie je om één uur 's middags forse mannen in het donker bier drinken. Naar binnen gaan we maar niet: Van den Berg is niet meer welkom sinds hij een verhaal over de buurt schreef in Nieuwe Revu. Dat hadden ze wel gelezen, ja, maar al die boeken van hem niet. Reacties uit de buurt krijgt hij zelden tot nooit. De mensen lezen hier geen boeken.

Of nou ja, een jaar geleden had hij beet: in de metro zag hij een jongen een boek lezen. Van den Berg keek naar het boek, zoals hij altijd even kijkt wat mensen lezen. Onopvallend probeerde hij het omslag te zien. Verdomd, het was West, zijn tweede roman, uit 2007. Het was de eerste keer dat hij iemand een boek van hem zag lezen, en dat deed hem goed. Stiekem maakte hij een foto en zette die op Facebook. Hij sprak de jongen niet aan de metro was te vol, veel mensen zouden het horen.

Die terughoudendheid lijkt typerend voor Van den Berg. Bekenden omschrijven hem als een 'vriendelijke reus', soms te vriendelijk. Hij vermijdt conflicten, is beschaafd en bescheiden, en op feestjes zegt hij dat hij copywriter is, wat hij ook is, en dat hij daarnaast, o ja, ook nog boeken schrijft.

Terug op het Sierplein in lunchroom 't Siertje, ook een locatie uit het boek bespreken we waar die houding vandaan komt, dat zelfrelativerende en de afkeer van ruzies. Van den Berg, die hierover vaak heeft gepraat met zijn therapeut, zegt resoluut: de man die mijn moeder sloeg. 'Mijn rol in hun relatie was het conflict helpen vermijden. Zodra ze ruzie kregen, ging ik hem pleasen. In de hoop dat hij haar niet zou slaan. Die houding is er nog steeds. Ik probeer te sussen. Ik kan geen nee zeggen.'

In een essay voor Tirade schreef Van den Berg vorig jaar over 'bepalende gebeurtenissen' voor een schrijver. Hermans had zijn zus die zelfmoord pleegde, Wolkers had een broertje dat overleed aan tbc en Van den Berg heeft de man die zijn moeder sloeg. Uit escapisme ging hij schrijven als jongen van 14, sciencefictionverhaaltjes, over alleen zijn in een post-apocalyptische wereld. De man werd de bron van zijn schrijven. De noodzaak. In al zijn boeken komt huiselijk geweld voor.

Zijn vorige roman, Van dode mannen win je niet, die lovend werd ontvangen, is geschreven vanuit het perspectief van de dader. Van den Berg beschrijft daarin de methode die hij zelf heeft kunnen aanschouwen: eerst stopt de man met drinken en charmeert hij zich het gezin in, en eenmaal 'veilig' ingetrokken begint hij weer met drinken, en met het drinken begint het slaan. Later hoorde Van den Berg dat deze man dit bij meer vrouwen zo gedaan had.

Beeld Valentina Vos

De man die zijn moeder sloeg kwam in hun leven toen hij haar leerde kennen in de nachtclub die zij runde. Hoerenmadam, kon je haar oneerbiedig noemen. Bedrijfsleidster, zei ze zelf. De man ging uiteindelijk niet mee naar boven met een meisje nee, hij koos voor haar. Hij nam een pan hachee voor haar mee en niet veel later waren ze samen en trok hij in. Een jaar ging dat goed. Als hij haar daarna sloeg, deed hij zijn ring af, of stompte hij haar in haar maag, want niemand mocht weten dat hij gewelddadig was. Hij had goed nagedacht over wat hij deed, want het was niet de eerste keer.

Terwijl zijn moeder en zijn oudere zus een hekel aan en een angst voor de stiefvader ontwikkelden, groeide Van den Berg juist naar hem toe. Zijn eigen vader was overleden aan longkanker toen Walter 12 was en had hem nooit aandacht gegeven. Omdat hij een watje was, dacht hij. De man die zijn moeder sloeg gaf hem wel aandacht. Ze gingen samen vissen in IJmuiden of ze reden rondjes in de auto. Hij had een hekel aan de man die zijn moeder sloeg, maar hij hield ook van hem.

Gevlucht

Uiteindelijk is het hele gezin, abrupt op een koude winterdag, uit het eigen huis gevlucht. Op de fiets gingen ze naar een vriendin van moeder. In de haast waren ze de honden vergeten thuis. Toen ze later terugkwamen, waren de honden verdwenen en was alles kapot geslagen. Alleen de kamer van de jonge Walter niet. Zijn kleren waren netjes opgevouwen en in zijn kast gelegd.

In drie van de vier boeken van Van den Berg West, Van dode mannen win je niet en Schuld zit een vergelijkbaar sleutelmoment: de gewelddadige man krijgt, nog voordat hij ooit de vrouw had geslagen, ruzie met de moeder en dreigt op te stappen en nooit meer terug te komen. De jongste uit het gezin protesteert, begint te huilen en de man blijft, voor hem. De oudste neemt de jongste dat kwalijk.

Lang heeft Van den Berg zich schuldig gevoeld. Dat hij zijn moeder niet heeft gered, dat hij niet de machoman was die zijn vader of zijn stiefvader wilde dat hij was. Nu kan hij die gevoelens met rationeel denken onderdrukken. Misschien hield zijn vader wel van hem, maar kon hij het niet zeggen. Misschien is het niet erg dat hij geen stoere man is. Hij dwong zichzelf van voetbal te houden, maar is er nu van teruggekomen het is niets voor hem.

Beeld Valentina Vos

Los van West

Net als zoals West ook niets voor hem was. Als je wat slimmer bent word je er dom gehouden of bespot, een uitslover genoemd. Vreselijk vindt hij dat. 'Je kunt twee dingen doen: weggaan of erin blijven hangen.' Hij ging weg. Maar hoe doe je dat, ontsnappen uit je omgeving? Dat ging in fases, zegt hij.

Tijdens een mislukte studie Nederlands en aan de Rietveld Academie deed hij goede contacten op. En als een van de eerste bloggers van het land won hij prijzen, vond hij langzaam zijn stem en raakte bevriend met andere bloggers. Daarna, met de publicatie van zijn eerste boek, werd hij een schrijver onder schrijvers en organiseerde hij een bekende borrel in Café De Pels. Zijn oude vrienden spreekt hij niet meer. Laatst ontvriendde hij op Facebook nog iemand van vroeger na een dom bericht over vluchtelingen. Weg ermee.

Als mens kwam hij los van West, maar als schrijver nog niet. Halverwege het gesprek, zegt hij: 'In mijn werk ben ik West aan het nabouwen.' Toch wil hij daar met een volgend boek vandaan. Dat gaat stapje voor stapje, en dat heeft te maken met wat hij 'mijn kleine crisis in het geloof in fictie' noemt. Dat zat zo: Van dode mannen win je niet werd enigszins weifelend bejubeld: de recensenten moesten zich er overheen zetten dat het deels waargebeurd is, alsof dat een zwaktebod zou zijn, een marketingtrucje.

Beeld Valentina Vos

Hij begon te twijfelen: kon hij nog wel iets schrijven dat hij niet had meegemaakt? Geloven lezers dat wel? Waarom zouden ze twintig uur van hun leven steken in verzinsels? Zich verliezen in fictie die niks met de werkelijkheid van doen had, hielp hem daarbij. Op het strand van Griekenland las hij The Bone Clocks van David Mitchell, een boek dat overduidelijk volstrekt verzonnen is, en hij was weer een gelukkige lezer.

Ja, dacht hij, fictie heeft zin. Met Schuld schreef hij voor het eerst een roman met een complexe plot, waarin bijna alle gebeurtenissen verzonnen zijn. Nu nog een nieuw decor voor het volgende boek. 'Met een personage dat West uitstapt en ergens anders gaat wonen, misschien.'


Hoe schrijf je?

'Na mijn werk als copy-writer ga ik op de bank zitten met de tv aan en de laptop op schoot. Meestal schrijf ik dan tamelijk makkelijk zo'n 500 woorden in een uurtje. Ik heb verder geen rituelen. Van een bevriende schrijver, Thijs de Boer, leerde ik een tip van Ernest Hemingway. Die zegt dat je moet stoppen na 500 woorden, liefst midden in een scène, zodat je de volgende dag meteen door kunt waar je gebleven bent. Die beperking werkt goed voor mij.

'Ik gebruik schrijfsoftware. Met het programma Scrivener kun je makkelijk schuiven met scènes en hoofdstukken. En met kaartjes kun je kort noteren wat er per scène gebeurt. En je kunt alle jaren bijvoorbeeld een kleurtje geven. Als je veel tijdssprongen gebruikt, kun je dus in één oogopslag zien of de jaren goed verdeeld zijn. Ik heb nog een programmaatje dat ermee integreert, Aeon Timeline. Daarmee zie ik per personage of de tijdlijn klopt. Of er bijvoorbeeld geen scène zich afspeelt in een jaar dat een personage al dood is. Sommige mensen vinden deze werkwijze vast blasfemie, omdat het niet romantisch is, maar ik probeer gewoon met de juiste gereedschappen het beste boek te maken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden