Reportage

'Je kunt als vereniging niet blijven doen wat je al veertig jaar doet'

Wat is er mooier dan samen muziek maken? Toch hebben amateurblaasorkesten het moeilijk. Verslaggever Fabian de Bont pakte zijn trombone, liep mee met het orkest uit zijn jeugd en bracht een serenade.

Leden van de fanfare Voor Eer en Deugd wandelen om 6 uur 's ochtends vanaf het Belgische Meersel-Dreef naar het Nederlandse Rijsbergen.Beeld Io Cooman

Tromgeroffel weerkaatst tegen de gesloten rolluiken in de donkere, verlaten dorpsstraat. Het is Hemelvaartsdag, 6 uur 's ochtends. Een fanfare marcheert in het ochtendgloren voorbij. Eenentwintig muzikanten in uniform, drie rijen dik. Ze dragen trompetten, saxofoons en tuba's. Een grote sousafoon sluit de stoet af.

We bevinden ons in het Belgische dorpje Meersel-Dreef, zo'n 12 kilometer onder Breda. Grensfanfare Voor Eer en Deugd, met zowel Nederlandse als Vlaamse leden, maakt een muzikale ochtendwandeling van 8 kilometer naar het nabijgelegen Nederlandse dorp Rijsbergen. Dauwtrappen heet dat, een jaarlijkse traditie voor veel West-Brabantse muziekverenigingen.

Ook ik draag een instrument: de trombone - vaak ten onrechte schuiftrompet genoemd. Het koper voelt koud aan mijn handen, de wind blaast in mijn gezicht.

Vooraan loopt het slagwerk. Tromgeroffel, hard gebonk. De blaasinstrumenten volgen, de benen lopen synchroon. 'Links! Rechts! Links! Rechts!' Dan klinkt een verdwaald fluitsignaal. De mondstukken gaan richting de lippen, nog een paar tellen wachten - snel even ademhalen.

Lid van de fanfare Voor Eer en Deugd.Beeld Io Cooman

De mars is ingezet. Een uur eerder stond ik in mijn slaapkamer in het ouderlijk huis, dat ik sinds enkele jaren heb verruild voor een Amsterdamse studentenkamer. Aan mijn voeten een koffer met drie metalen sloten.

Klik. Klik. Klik.

Eerst haal ik de schuif eruit, dan de beker van het instrument. Ik draai ze in elkaar, zet het mondstuk erbovenop.

Een handeling die ik al meer dan vijftien jaar, zo sinds mijn 10de, herhaal: als ik thuis oefen, bij de repetitie van het orkest. Maar ook bij optredens: de carnavalsoptocht, vlaghijsen op Koningsdag, serenades bij vijftig jaar getrouwde stellen, het jaarlijkse grote concert: instrument uit de koffer, en weer dicht.

HaFaBra

Onder de term blaasorkesten vallen in Nederland over het algemeen drie orkestvormen: harmonieën, fanfares en brassbands - vaak aangeduid als HaFaBra.

De brassband bestaat enkel uit slagwerk en koperblazers: cornetten, trompetten, (alt)hoorns, euphoniums, baritons, trombones en bassen.

De fanfare bestaat uit hetzelfde instrumentarium, maar dan aangevuld met saxofoons.

De harmonie is de grootste orkestvorm. Naast koperblazers, saxofoons en slagwerk mogen ook houtblazers meedoen: klarinetten, dwarsfluiten, hobo's en fagotten. Verder bestaan er in Nederland blaaskapellen en big bands, deze hebben een vrije bezetting.

Steeds minder leden

Toen ik de voorzitter opbelde met de vraag of ik een verhaal mocht schrijven over onze fanfare zei hij: 'Natuurlijk, maar je speelt toch wel mee hè, ik heb wat moeite de bezetting rond te krijgen.'

En dat is een probleem. Amateurblaasorkesten - harmonieën, fanfares en brassbands - hebben het moeilijk. De traditionele muziekvereniging in het dorp verliest leden, de jeugd trekt weg en de bestaande leden worden ouder. Daarbij is het met de recente bezuinigingen in de cultuursector steeds moeilijker om subsidies binnen te halen. En er is natuurlijk dat alom bekende stereotype dat afschrikt: hoempapamuziek.

Maar is dat allemaal wel zo? Eerst wat cijfers. In Nederland zijn 2.311 verenigingen aangesloten bij de Koninklijke Nederlandse Muziek Organisatie (KNMO), die bijna alle blaasorkesten in Nederland vertegenwoordigt. In 2014 waren dat er 23 meer: 2.334. Daarvoor was de KNMO uitgesplitst in verschillende regionale bonden. Niet alle cijfers zijn beschikbaar, maar bij de grootste daarvan (ongeveer tweederde van de huidige KNMO) verdwenen in de laatste tien jaar 200 orkesten en slonk het aantal individuele leden met 12 procent. Het aantal deelnamen aan concoursen - wedstrijden voor orkesten - is de afgelopen tien jaar zelfs gehalveerd. Het totale aantal actieve blaasmuzikanten anno 2016 is 131.152.

Onderzoek

Evert Bisschop Boele, lector aan het Prins Claus Conservatorium in Groningen, doet onderzoek naar amateurblaasorkesten in de drie Noordelijke provincies. Bisschop Boele: 'Alle blaasmuzikanten in deze provincies kennen wel een orkest in de buurt dat is verdwenen of gefuseerd. De helft van de orkesten zegt dat ze moeite hebben nieuwe leden te vinden en die vast te houden. Lang niet elk orkest heeft nog een jeugdorkest.'

Toch benadrukt Bisschop Boele dat het geen kommer en kwel is. 'Waar orkesten verdwijnen is dat jammer voor de sociale structuur - bij mij in het dorp zijn tien jaar geleden de twee orkesten omgevallen. Nu wordt een orkest ingehuurd voor de avondvierdaagsen en de sinterklaasintocht. Maar de wereld vergaat niet. Het wordt wat kleiner, misschien komt er straks weer een revival. Het is een sector in transitie: minder is niet per se slecht - orkesten gaan zich gewoon anders organiseren.'

In het West-Brabantse grensland staat de zon inmiddels aan de horizon. De fanfare loopt over landwegen, langs weilanden en beekjes. Waar paarden staan, wordt wat zachter gespeeld, als mensen speciaal naar buiten zijn gekomen, pauzeert de fanfare voor een serenade.

De vereniging heeft nu zo'n 35 leden, bijna allen inwoners van de drie dorpskernen die de fanfare bestrijkt - sommige families zitten er al decennia bij. Voor de voorzitter is het belangrijkste doel de club te houden zoals-ie is. 'En om zichtbaar te zijn in de gemeenschap', zegt hij. 'Daarom ook dit dauwtrappen.'

Leden van de fanfare Voor Eer en Deugd.Beeld Io Cooman

Hoogtepunt

Ondertussen loopt een groep van dertig toeschouwers achter de fanfare aan. Een van de tubaspelers vertelt dat de fanfare eind jaren negentig nog vijftig leden had, een hoogtepunt, maar hij herinnert zich ook mindere tijden. 'Ik herinner me een concert tien jaar daarvoor op een dorpsfestival. De dirigent kwam te laat binnen en we zaten maar met acht man. Dat was toen echt koppen tellen. Gelukkig is dat nu helemaal goedgekomen.'

Waarom wordt de sector kleiner? Thijs Oud, dirigent voor zowel toporkesten, amateurorkesten en initiator van muziekscholen in Friesland, ziet ook dat er meer verenigingen verdwijnen dan bijkomen. Volgens hem ligt dat aan twee dingen. Ten eerste aan de individualisering van de samenleving. Bovendien willen mensen zich minder sterk voor het verenigingsleven inzetten. 'Het is lastiger iets van hen te vragen: ze willen best een vereniging besturen, maar daar moet hard voor gewerkt worden. Dat willen mensen minder graag.'

Volgens Oud is dat logisch. 'In de jaren negentig waren er veel subsidies, muziekscholen bloeiden. De orkesten waar het goed gaat, daar willen mensen zich wel voor inzetten, maar als het ergens niet goed loopt, trekken ze zich terug. Het is een vicieuze cirkel.'

Bart van Meijl, voorzitter van de KNMO, heeft zo zijn twijfels. 'Als er een paar verenigingen omvallen, denkt iedereen: ze vallen allemaal om.' Maar ook hij ziet dat de samenleving verandert. 'Mensen zitten liever drie uur achter hun tablet dan op een repetitie. Daardoor', zegt hij, 'gaan orkesten zich anders organiseren. Sommige fuseren bijvoorbeeld, nemen een voorschot op de toekomst.' Andere orkesten zetten volgens de voorzitter meer in op onderwijs, vernieuwende concerten, populaire muziek. 'Het vergt maatwerk, maar je kunt als vereniging niet blijven doen wat je al veertig jaar doet: orkesten gaan zich ontwikkelen.'

Inmiddels is de dauwtrapstoet halverwege. Na een pauze met koffie, thee en jenever wordt koers gezet richting eindpunt. Vooraan lopen twee meisjes van 15 in uniform. In de maat spelen, blazen en lopen tegelijk; het is spannend voor hen. Ze gaan voor het eerst mee op straat, zijn net vanuit het jeugdorkest doorgestroomd. Zij zijn de toekomst.

Waar de vorige generaties kinderen enkel zongen of blokfluit speelden, komen blaasinstrumenten nu naar de klas toe. De KNMO, met hulp van de overheid, werkt daar hard aan: kinderen mogen blazen op instrumenten, ze krijgen het koper in hun handen. Zo zien kinderen wat het inhoudt en kiezen ze makkelijker voor de blaasmuziek - iets waar de muziekvereniging de vruchten van kan plukken. En ook al kiezen sommige kinderen er nooit voor, hun begrip voor blaasmuziek wordt wel groter. Een van de bestuursleden van de fanfare Voor Eer en Deugd, een jonge trompettiste, vertelt dat ze voor het eerst sinds jaren weer nieuwe jeugd in opleiding hebben, negen kinderen zelfs. 'Gewoon door naar schoolklassen te gaan, kinderen instrumenten uit laten proberen en ze te enthousiasmeren. We zijn blij als er van die groep uiteindelijk twee of drie kinderen in het grote orkest belanden.'

Beeld Io Cooman
Beeld Bart Mijnster

Opleiding

Want blaasmuziek is niet het makkelijkste om een kind aan te leren. Ik weet zelf hoe het is. Eerst een jaar theorieles, voordat ik überhaupt een instrument zag. Daarna prutste ik wat aan - mijn armen waren aanvankelijk zelfs te kort voor de schuiftrombone - en voordat ik in het grote orkest zat en een mooie toon kon blazen, was ik weer een paar jaar aan individuele les verder. Je moet het echt willen.

Daarom proberen verenigingen hun opleidingen laagdrempelig te maken. 'Bij de fanfare', vertelt de jonge trompettiste, 'laten we de kinderen daarom niet alleen meer individueel oefenen, maar ook in groepsverband, zodat ze elkaar motiveren.'

Ondertussen begint de zon al flink te schijnen in West-Brabant. In de verte is het café waar de leden gaan ontbijten al te zien. Maar dan klinkt het fluitje. Het is tijd voor een nieuwe mars. Een voorbijganger op tourfiets ziet het gevolg langskomen en stopt. Hij trekt zijn mobiele telefoon, begint te filmen en lacht.

Dat de fanfare voor sommige mensen een wandelend anachronisme is, lijkt de leden niets te kunnen schelen. Ook ik trek me er niets van aan. Maar waarom doe je het, zal de argeloze toeschouwer misschien denken. Waarom in een uniform op straat, waarom drie, vier jaar zwoegen voordat je eindelijk dat instrument meester bent?

Welnu: de liefde voor de blaasmuziek. Allereerst is er de liefde voor het instrument: het is een verlengstuk van het lichaam, waarmee je menselijke emoties vertaalt naar muziek. En hoe langer je speelt, hoe beter je wordt, hoe bevredigender het is.

Maar de aantrekkingskracht van het orkest schuilt vooral in het samenspelen. Vergelijk het met een piano. Bij een orkest is elke muzikant één van de pianotoetsen, ze zijn onderdeel van het geheel. Het samen een prestatie leveren en dát gevoel delen, maakt het speciaal.

En daarbij, als jij verbondenheid kunt creëren door het volkslied te spelen op Koningsdag, een kind gelukkig laat zijn met Sinterklaas of tijdens het dauwtrappen een voorbijganger laat lachen, als jij iemand geborgenheid kunt geven door muziek te maken, dan is dat toch fantastisch?

Vraag het een willekeurig persoon in een blaasorkest en zij zullen allen zeggen dat het spelen op straat in uniform slechts een fractie is van wat ze doen. Sommige orkesten hebben de uniformen zelfs afgeschaft, lopen niet eens meer op straat. De meeste verenigen doen daarbij allang aan Night of the proms-concerten, optredens met bekende artiesten, samenwerkingen met theaters en musicals, en ga zo maar door.

Zo ook de fanfare. Een van de bestuursleden vertelt dat ze een 'totaalervaring' willen meegeven aan hun toeschouwers. 'Vorig jaar hielden we in ons gebouw een concert met Frans thema. We speelden niet alleen chansons, maar lieten ook beelden uit Frankrijk zien op een groot scherm. De zaal was versierd, obers met alpinopetten schonken wijn.'

Beeld Io Cooman

Gemotiveerde muzikanten

Alle geïnterviewden denken dat in de toekomst bloeiende regionale verenigingen en orkesten op projectbasis zullen opkomen. Orkesten met goede, gemotiveerde muzikanten, die voor een bepaalde tijd aan een project werken. Zij gaan muziek op maat maken en zullen naast de traditionele verenigingen bestaan. De wisselwerking tussen die twee zal de blaasmuziek in Nederland gaan dragen.

Na ruim drie uur wandelen en muziekmaken komen we aan bij het eindcafé. De fanfare brengt nog een serenade, het lijflied van de vereniging, waarbij de leden zelfs zingen. Na de laatste strofe van het lied - 'Dit zal nooit verdwij-hij-nen, Voor Eer en Deugd!' - leggen de leden hun instrumenten weg. De geur van gebakken eieren en vers brood voert ze naar binnen.

Na het ontbijt tik ik de voorzitter op zijn schouder. Hij draait zich om, zet zijn bierglas weg. Het is nog niet voorbij, maar ik moet gaan. Hij snapt het: studie, werk, vrienden - allemaal ver weg van het dorp. Het is jammer, maar aan alles komt een eind.

Ik schroef de trombone uit elkaar. Het mondstuk, de schuif, de beker: een voor een gaan ze terug in de koffer. Ik staar voor mij uit. Een fruitmachine knippert, achter mij wordt alvast de volgende ronde getapt. Glazen rinkelen, mensen lachen.

Voor de allerlaatste keer gaat de koffer dicht.

Weer een lid minder.

Blazersexperimenten

Hoe maak je het bereik van blaasorkesten groter?

Vijf jaar geleden werd door de Koninklijke Nederlandse Muziek Organisatie (KNMO) de doelgroep blaasmuziek opgericht. Doelgroepvoorzitter Michiel Dijkman noemt het de denktank van de blaasmuziek, om initiatieven aan te moedigen. De aanleiding voor de oprichting was de halvering van de concoursen, wedstrijden voor blaasorkesten. 'Muzikanten gaan liever op concertreis of naar een leuk muziekfestival dan dat ze voor een lege zaal verplichte werken spelen.' Zo experimenteert de bond met jurering bij verenigingen en worden er festivals georganiseerd - om zo de kwaliteit op peil te houden. Maar ook daarbuiten zijn veel nieuwe initiatieven. 'Er zijn veel orkesten die op projectbasis werken, ze gaan dan naar het buitenland of trekken door het land. Denk aan studenten die niet meer in hun eigen dorp blijven wonen - zij gaan dan echt op zoek naar studentenorkesten of een ander leuk orkest.' Hij adviseert om het publiek op te zoeken. 'Ga naar festivals of naar grote evenementen als de Tour de France. Als je daar speelt, bereik je een veel groter publiek.' Dijkman hoopt dat zo meer mensen begrip krijgen voor blaasmuziek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden