Filmrecensie Le grand bain

Je hoeft als cineast geen groot komisch talent te bezitten om met het uitgangspunt van Le grand bain een lach te scoren ★★☆☆☆

Maar na anderhalf uur is de lol er wel van af en kan de afloop je nauwelijks schelen.

Beeld uit Le Grand Bain.

Een depressieve gezinsvader, al jaren gestrand op de bank. Een opvliegerige fabrieksdirecteur die half in scheiding ligt. Wat zou nog betekenis kunnen geven aan het leven van deze en zes andere, tamelijk hopeloze vijftigers?

Natuurlijk – een wekelijkse les synchroonzwemmen. Zonder dat de Franse komedie Le grand bain er veel psychologie aan vuilmaakt, lijkt Bertrand (Mathieu Amalric), de trieste thuiszitter in kwestie, precies de juiste impuls te hebben gevonden wanneer hij een oproep ziet van het lokale mannen-synchroonzwemteam. Een stevig intakegesprek met trainer Delphine (Virginie Efira), en Bertrand mag meedoen. Al zijn het eerder stuntelaars dan sporters: fabrieksdirecteur Laurent (Guillaume Canet), mislukt rocker Simon (Jean-Hugues Anglade), berooid zwembadverkoper Marcus (Benoît Poelvoorde) en de rest maken er in het bassin een zooitje van. Maar ze hebben tenminste even geen andere zorgen aan hun hoofd.

Net als de vrijwel gelijktijdig verschenen, vooralsnog niet in Nederland uitgebrachte Britse productie Swimming with Men grijpt Le grand bain dankbaar terug op de documentaire Men Who Swim (2010), rond een Zweeds team mannelijke synchroonzwemmers. Dankbaar, maar ook lui. Harige benen, onbeholpen wapperend boven het wateroppervlak: je hoeft als cineast geen groot komisch talent te bezitten om met dat uitgangspunt een lach te scoren.

Le Grand Bain filmstills Beeld x

Schrijver-regisseur Gilles Lellouche en zijn twee co-scenaristen doen verder weinig moeite om van Le grand bain iets oorspronkelijks te maken. Het staat vast dat de mannen uiteindelijk de synchroonzwemsmaak te pakken krijgen en zullen schitteren als hechte buitenbeentjesbende, hoe sceptisch de buitenwereld ook mag zijn.

De film krijgt meer vlees via de achtergrondverhalen van de mannen (en dat van Delphine), maar Lellouche weet die soms behoorlijk serieuze scènes niet altijd overtuigend aan de kluchtige zwembadperikelen te koppelen. Ronduit storend is de rol van het enige personage met een donkere huidskleur: Avanish (de Franse Tamil-amateuracteur Balasingham Thamilchelvan) dient enkel als compositorisch contrast met de andere, bleke mannenlijven, en hoeft verder hoogstens af en toe iets onverstaanbaars te mompelen.

Het scheelt dat de sterrencast er geen been in ziet om in zwemslip een modderfiguur te slaan, maar na anderhalf uur is de lol er wel van af. Tegen de tijd dat het team naar Noorwegen vertrekt om aan de wereldkampioenschappen synchroonzwemmen voor mannen mee te doen, kan het je nauwelijks schelen of ze winnen of niet.

Le grand bain

Komedie

Twee sterren

Regie Gilles Lellouche

Met Mathieu Amalric, Guillaume Canet, Benoît Poelvoorde, Jean-Hugues Anglade, Philippe Katerine, Virginie Efira, Leïla Bekhti, Marina Foïs.

122 min.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden