‘Je herkent de moed en de lafheid’

Josse De Pauw..

ANTWERPEN Een grote, hoge industriële ruimte met daarin tweehonderd stoelen, kriskras door elkaar. Stoelen waarop je wel rechtop moet blijven zitten, strenge stoelen, allemaal anders en , allemaal oncomfortabel. Terwijl het publiek binnenschuifelt, laat een mannenkoor zich horen. Twaalf stemmen in perfecte harmonie zingen van rust. Ruhe. Straks, als de tweehonderd mensen zitten, zal er een opstaan, gedecideerd het woord nemen en de mogelijke rust verstoren met een verhaal.

‘Het is een simpele constructie; bijna een installatie-achtig iets’, zegt Josse De Pauw (1952) over zijn nieuwste muziektheatervoorstelling Ruhe. Op een Antwerps terras praat de Vlaamse theatermaker over het stuk dat deze week zijn Nederlandse première beleeft in het Zeeland Nazomerfestival in een grote houtopslag in Goes. De oerpremière was in het Kunstenfestivaldesarts, en er is een videofragmentje van een Brusselse uitvoering waarnaar hij kan verwijzen. De ruimten zijn enigszins vergelijkbaar, zegt hij. Ruhe gaat verder op Europese tournee, af en toe moet hij wat pragmatisch zijn waar het de locaties aangaat, De Pauw heeft het liefst zo’n groot oud loodsachtig gebouw. Ruhe gedijt net iets beter buiten het theater.

‘Daarbuiten is er namelijk geen veiligheid. Al die anderen in het publiek zijn onontkoombaar. Je kijkt ze recht in het gezicht, ze zitten onverwacht schuin achter je, naast je – je bent deel van de enscenering.’ In die opstelling krijg je liederen van Schubert te horen. Mooie, romantische, vrolijke liederen, over landschappen, liefde en wijn; maar die worden (twee maal op een avond) onderbroken door monologen die behoorlijk confronterend kunnen zijn. Opvallend is dat muziek en (scene-) beeld zo met elkaar verbonden zijn, dat je zelfs naar aanleiding van een klein videofragment en ondanks de titel al voelt dat dit (ook) een onrustbarende voorstelling gaat zijn.

De SS’ers van Armando en Hans Sleutelaar was het boek waar het voor Josse De Pauw mee begon. Hij kreeg het een tijd terug alweer van acteur Tom Jansen – die nu ook meespeelt, naast Dirk Roofthooft, Carly Wijs en De Pauw zelf. ‘Ik was er zwaar door gepakt. Het zijn een stuk of zeven, acht interviews uit de jaren zestig met lui die uit zichzelf bij de SS zijn gegaan; waarbij de auteurs hebben gezocht naar mensen die nog steeds hun standpunt konden en wilden verdedigen. Dus geen spijtoptanten.’

‘Ze hebben de vragen weggelaten in dat boek, waardoor het een soort interne monologen geworden zijn. Opgedroogde taal. Geen literatuur, maar woorden waarin een mens hardop denkt en zichzelf verraadt in de sprongen die hij maakt.’ In Ruhe zijn in totaal vier bewerkte monologen opgenomen. Carly Wijs speelt altijd: een vrouw die in een Duits lazaret heeft gewerkt en dat nog steeds beschouwt als een van haar mooiste ervaringen. Elke avond sluit zich een van de andere acteurs met een eigen monoloog bij haar aan.

‘Het komt heel dichtbij, dat is wat er voor mij nu nog belangrijk aan is. We hebben lang de gewoonte gehad te denken: SS, dat is monsterachtig, dat heeft zo weinig met ons te maken, wij zitten heel anders in elkaar. Ik heb daar altijd wel een beetje m’n twijfels over gehad. In deze verhalen ontmoet je plots mensen die heus monsterachtige daden voorstonden – maar het zijn gewoon mensen. Je herkent dat denken, je herkent de moed en de lafheid, de ijdelheid en de liefde. Daardoor komt het je nader en word je gedwongen je eigen denken te confronteren met het denken van hen.’

De opstelling draagt daaraan bij, de acteurs lopen rond tussen de stoelen, het publiek kijkt naar hen, maar blijft steeds ook de andere toeschouwers zien. De Pauw: ‘Al die koppen! Wat gaat er om in al die koppen van al die andere mensen in de wereld! Weet jij het? Mijn personage zegt heel heftige dingen, maar ik hoor die dingen nu om mij heen. Over buitenlanders. Over de kunsten. De haat tegen al wat vreemd is, waar men niet in kan meegaan, of niets bij vindt. Dat mag niet meer bestaan, dat moet weg! Kijk, ik wil altijd in eerste instantie proberen een mooie aangrijpende voorstelling te maken, maar ik vind dat deze heel erg op vandaag kan slaan – en dat vind ik toch belangrijk.’

Als de acteur niet praat, is er de Schubert-recital door het Collegium Vocale: twaalf zangers verspreid door de ruimte, die als ze willen zingen, op hun stoel gaan staan. ‘Op een vreemde manier word je erdoor geraakt, zoals muziek dat zo kan doen. Ik denk dat het te maken heeft met ons verlangen naar harmonie, naar rust, in een extreme vorm – zoals die feitelijk slechts in de kunsten kan bestaan. Iemand die ook maar een beetje vals zingt komt er bij Collegium Vocale niet in, en als iemand te vaak slordig zingt, vliegt ie eruit. Nu, datzelfde verlangen naar harmonie denk ik, ligt aan de basis van elke ideologie – van het fascisme, het communisme, welk fundamentalisme ook; men is op zoek naar die orde. Alleen kun je je die in een samenleving echt niet permitteren, is het ongewenst, te zeggen: ho, je zingt vals, je moet eruit. Dat mag niet, dat wil je niet. Je zult altijd rekening moeten houden met de relatieve chaos. En dus met het feit dat harmonie, Ruhe, een verlangen zal blijven.’

Karin Veraart

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden