Je hebt die hele Ottolenghi nergens meer voor nodig

Louis Paul Boon is een veelzijdig schrijver die ik met zéér gemengde gevoelens heb gelezen. Als 12-jarige probeerde ik het met Menuet, een voor beschermd opgegroeide tieners (en vele anderen) weinig toegankelijk, existentialistisch werkje over vervreemding, wreedheid en isolement. Het boek liet me voornamelijk verward achter, maar ik had wél een belangrijke ontdekking gedaan; er was méér tussen hemel en aarde dan Thea Beckmans Kruistocht in spijkerbroek.

Niet veel later kreeg ik Mieke Maaike's obscene jeugd in handen. Wat de titel betreft: de vlag dekte beslist de lading. Tot mijn begrijpelijk enthousiasme kwam daar allerlei smeerlapperij onomwonden aan bod, geboekstaafd door een zekere 'student Steivekleut'. Het boek was bedoeld als satire, maar daar kon je gelukkig makkelijk overheen lezen. Ook was een en ander behoorlijk melig, maar pornografie is pornografie, en in de jaren zeventig was een kinderhand gauw gevuld.

Wat betreft De Kapellekensbaan kan ik me vooral herinneren dat ik na lezing besloot mijn eventuele dochter later Ondineke te noemen. Dat is er overigens niet van gekomen. Boon zou trouwens voor dat werk de Nobelprijs voor literatuur krijgen, maar hij stierf aan zijn schrijftafel, één dag voor de Zweede ambassade hem het goede nieuws zou mededelen. (Dode schrijvers geven ze geen Nobelprijs, anders kunnen ze wel aan de gang blíjven.)

Mijn lievelingsboek van Boon is ongetwijfeld Eten op zijn Vlaams. Hij beschrijft de eenvoudige Vlaamse keuken zó beeldend dat je niet rust voor je het allemaal zelf geproefd hebt, de rijpe stinkkaas met hete, sterke koffie, de gehaktballen van grootvader, gepofte erwten, harde paardenworstjes, spruitjessoep, rode kool met zwarte worst, gebakken uier, boterhammen met koud soepvlees en een 'klad' mosterd, smout, varkenskop, 'prinsesjes' met melksaus en 'lichtgekookte' eitjes, ja, zelfs in zoiets nederigs als savooiekool of gekookte lever krijg je enorme zin wanneer je Boon leest.

Als je écht kunt schrijven, zoals hij, dan kun je overál over schrijven. Over de oude dokter Daelman die op een gammele fiets zijn zieke patiënten in die arbeiderswijk afreed, en het eerste en laatste wat hij zei was steeds 'Maak jij je eens een goed preisoepje!' en over hoe Boon als knaap met zijn vader 's avonds laat na het werk aan een kraampje dampende 'schargossen' stond te eten, met een pint bier daarna. Hoe hij 'onervaren huisvrouwtjes' toespreekt: 'Als je kookt, hoe arm of rijk je mag zijn, laat het dan op geen centje steken. Koop liever een paar panty's minder, of draag er geen, en neem in ruil ervoor een kwartkilo boter van de boer.'

Eten op zijn Vlaams stamt uit de vroege jaren zeventig, een tijdperk waarin veel mensen nog dweepten met eten dat uit blik kwam, of uit de vriezer, of uit het buitenland. Was hij indertijd vooral onder jongelui een roepende in de woestijn, tegenwoordig is Boons boodschap weer helemaal hip. 'Nouvelle normaal' of 'nouveau ruig' willen we eten, en kom maar óp met die complete hammen , die knollen en rapen, die nieren, poten en hersenen.

Lees Eten op zijn Vlaams, en je hebt die hele Ottolenghi nergens meer voor nodig.

s.witteman@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden