Aard van het beestje

Je gaat bijna geloven dat de nachtegaal het ook voor ons doet

Caspar Janssen gaat wekelijks op zoek naar een dier in zijn habitat. Wat typeert het dier? En waarom doet het juist nu van zich spreken?

null Beeld Margot Holtman
Beeld Margot Holtman

Soms is het gewoon hard werken om je enthousiasme een beetje te bedwingen. Zoals op deze zeer vroege ochtend, eind april, in de nog stille duinen van Meijendel, bij Wassenaar. De eerste nachtegaal, de zang klinkt nog gloedvoller dan het op mijn trommelvlies stond. Lange strofen, trillers, lage en hoge tonen, dan weer ingehouden, dan weer uit volle borst, de variatie is eindeloos en eigenlijk onbeschrijflijk.

En dat voor zo’n klein vogeltje. Nachtegalen vallen weg in het struikgewas, je hoort ze wel, maar ziet ze vaak niet. Behalve nu dan. Pal voor onze neus, in het eerste licht van de zon, zit een nachtegaal opzichtig op een tak van een meidoorn, we zien de gele snavel vibreren terwijl het mannetje zich uitslooft, om zijn plek te markeren, en voor de vrouwtjes – al zijn die nog niet terug uit Afrika, zij komen altijd een weekje later.

We kijken en luisteren minutenlang naar het tafereel, je gaat bijna geloven dat de nachtegaal het ook een beetje voor ons doet. Maar, zegt mijn metgezel Peter Spierenburg, als ecoloog werkzaam bij Dunea: ‘In het universum van de nachtegaal speelt de mens geen enkele rol.’

Meijendel is een bolwerk van nachtegalen. Tegen de landelijke trend in groeide de populatie hier, het gebied is nu vol, de aantallen zijn al jaren stabiel. Het zwaartepunt van het leefgebied van nachtegalen is in de laatste decennia drastisch verschoven. Hoorde je de nachtegaal dertig jaar geleden nog overal in de loofbossen in het Oosten (en Zuiden) van het land, hij is nu vooral een soort van de duinen geworden, en ook wel van bossen langs rivieren. Uit de bossen op de hogere zandgronden is de nachtegaal nagenoeg verdwenen. De ondergroei is te dicht geworden, de combinatie van verdroging en stikstof speelt de nachtegaal parten. Het zal ook eens niet.

Hier, in de middenduinen, is het halfopen, er zijn bomen en struiken en open plekken waar de nachtegaal genoeg insecten kan vinden. We tellen de zingende nachtegalen onderweg, we horen er acht. Spierenburg: ‘Deze vroege, sterke mannetjes hebben de beste territoria al uitgezocht. In mei wordt het vechten om de laatste goede plekjes. Uiteindelijk zitten hier per vierkante kilometer zeker twintig paartjes.’

Een paar dagen later sta ik opnieuw heel vroeg in het duingebied, nu op de Waalsdorpervlakte. Met Dick de Vos, die net het mooie boekje Ode aan de nachtegaal heeft geschreven. ‘Ze zingen de vrouwtjes de lucht uit’, zegt hij, terwijl we de betekenisvolle plek op ons laten inwerken, en luisteren.

‘Aan die trillers horen vrouwtjes hoe sterk een mannetje is. Dat trillen is vergelijkbaar met heel snel in je handen klappen. Als je dat snel en lang kunt, ben je fysiek sterk. En aantrekkelijk dus.’

Op deze plek, bij de vier kruisen van het monument voor gefusilleerde verzetsstrijders, begeleiden de nachtegalen tijdens de Dodenherdenking ieder jaar – bij mooi weer – de twee minuten stilte. Het is verleidelijk om er de klaagzang in te horen die de oude Grieken erin hoorden. Maar niet realistisch. De Vos: ‘Wat je hoort is voortplantingsdrift, levenslust. Je zou het wel kunnen zien als ode aan het leven. Dat gaat door, ondanks het leed.’

We staan nog wat stil, lopen nog wat rond, de zon komt op, een specht klopt op een dode berk, de nachtegalen zingen gewoon door, en ik denk: hoe tragisch voor de mensen in het oosten van het land dat dit geluid uit hun bossen is verdwenen.

null Beeld Margot Holtman
Beeld Margot Holtman
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden