‘Je eerste impuls in deze omgeving is toch: helpen’

Theater in ziekenhuis..

‘Wat een doolhof, hè?’ Ze zegt het een paar maal, onze gastvrouw. Met een vriendelijke maar ook wat vreemde blik, en een holle stem. Ze gaat voor door de gangen van het Leidse Diaconessenhuis. Het is er stil ’s avonds, in dit poliklinische gedeelte, verlaten en een beetje griezelig, en onze hostess is met haar robothouding niet bepaald van het geruststellende type. Een interessant verhaal heeft ze wel: ze kijkt terug op ziekenhuis en zorg anno 2006. Zijzelf is al vele decennia verder, en heeft haar publiek teruggevoerd in de tijd.

Mara van Vlijmen, gastactrice bij Leids ensemble de Veenfabriek, kneedde haar personage zelf, uit allerhande materiaal dat ze verzamelde tijdens haar verblijf in het Diaconessen. Ze verdiepte zich in het fenomeen van gastvrouwschap in een ziekenhuis en liep daarnaast mee op verschillende afdelingen. Net als de andere Veenfabriekers: acteurs, actrices, regisseurs, muzikanten, vormgevers – voor een aantal maanden stapten ze in de wereld van de zorg. In het kader van Zieke Zielen, hun muziektheatervoorstelling waarin ze die onzichtbare, maar o zo aanwezige drempel tussen gezonde buitenwereld en zieke binnenwereld aan de kaak stellen. Op locatie in het Diaconessenhuis, dat hen verwachtingsvol ontving.

Susanne Rutten, hoofd stafbureau directie: ‘We vonden het heel leuk om ons bedrijf te kunnen laten zien, maar dat is wat het is: een bedrijf, ook ’s avonds. Dat botste met sommige artistieke plannen; maar dan zochten we andere oplossingen.’

Het is geen ‘gewone’ voorstelling, zeggen de makers direct, het is een geheel van impressies, verhalen, associaties, van fantasieën ook. Met alle projecten die eraan vooraf gingen (ze organiseerden zogenoemde ‘Veenproeven’, waartoe ze medische experts en aanverwanten uitnodigden voor lezingen, en ook al publiek meenamen langs locaties in het ziekenhuis) is het een paar dagen voor de première van woensdag nog zoeken naar de definitieve vorm. We stoeien met al dat materiaal, zegt regisseuse Sarah Moeremans. Spannend.

Samen met Joachim Robbrecht benaderde ze de Veenfabriek met hun plan. Moeremans en Robbrecht zijn even oud (27), komen beiden uit Gent, maar kennen elkaar van de regie-opleiding in Amsterdam, wonnen respectievelijk in 2005 en 2006 de Ton Lutz Prijs voor veelbelovend talent en werken inmiddels ruim twee jaar samen. Vijftien pagina’s omvatte hun plan voor Zieke Zielen. Ze kozen Leiden, de stad van de befaamde medicus Boerhaave, ze stortten zich op de dogma’s die rond ziekte hangen.

Moeremans: ‘Uit de toneelliteratuur ken ik ziekte voornamelijk als iets dat symbool staat voor straf. Daar kan ik niets mee. Het fenomeen ziekte treft ons allemaal. Maar het is beladen, taboe. Meer dan, zeg, schuld – iets dat duidelijk is, omdat het een reden heeft. Karin Spaink, één van de genodigden voor een Veenproef, zei: je moet niet vragen ‘waarom ik’, je moet je afvragen ‘waarom ik níet’. Ziekte is brute pech.’

‘We willen kijken hoe een maatschappij en een omgeving op het fenomeen reageert. Hoe zo’n systeem als een ziekenhuis functioneert, hoe dat de brug slaat tussen het repareren van een lichaam en de zielenzorg die erbij hoort.’

Het epicentrum van de voorstelling is de kapel. Daar wordt het publiek ontvangen, als in een wachtkamer. Vanuit daar vertrekken ze ook, voor een route door het hospitaal. In het hart staan de instrumenten; om muziek op te maken, maar ook in de vorm van buisjes, trechters, glazen bollen.

Terzijde stelde John van Oostrum zijn installatie op: een wirwar van prachtige, krioelende wezentjes (proefdieren? bacillen?), die zich gaande de voorstelling een weg trachten te banen richting het midden of verder.

Louis van der Waal en Mara van Vlijmen dansen er in een sprookjesachtig intermezzo; Zieke Zielen is allesbehalve een opeenvolging van loodzware stageverslagen. De acteurs hebben hun materiaal op eigen wijze verwerkt en de scènes lopen qua vorm en inhoud uiteen.

‘Vind jij het voor honderd procent legitiem dat je hier bent?’ vraagt regisseur Robbrecht aan zijn co Moeremans. ‘Ik bedoel, je eerste impuls in een omgeving als deze is toch: helpen. En ik ga repeteren!’

Moeremans: ‘Feit is dat je anders gaat kijken als je hier langer rondloopt. Alles krijgt geschiedenis en betekenis. Zo weet ik dat er een man werkt, wiens enige opdracht het is muren wit te verven, iedere dag. Om sporen weg te werken. Geen bloedspatten – het gaat om hánden. Nu kan ik geen muur meer zien zonder dat ik denk: hoeveel handen zijn daar overheen gegaan, handen die een muur nodig hadden – al was het om vooruit te kunnen komen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden