'Je bent zo dierbaar trouw'

De Zuid-Afrikaanse schrijver André Brink liet een schat na: de liefdesbrieven van en aan dichteres Ingrid Jonker. Ze zijn gebundeld en de Nederlandse editie verschijnt begin juni. Een voorproefje van de briefwisseling tussen twee woordkunstenaars. D

André Brink en Ingrid Jonker. Beeld No Candy

Aan boord van een KLM-toestel, tijdens een vlucht van Amsterdam naar Kaapstad, stierf op 6 februari 2015 de Zuid-Afrikaanse schrijver André Brink (79). Enkele maanden eerder had hij een literair-historische schat aan zijn uitgever overhandigd: de bijna tweehonderd liefdesbrieven uit de jaren 1963-1965 van de gescheiden dichteres en moeder Ingrid Jonker (1933-1965) en de getrouwde schrijver en vader André Brink (1935-2015).

De laatste zou een gerespecteerd auteur en professor worden. De manisch-depressieve Ingrid Jonker zou na de verhouding met Brink én die met schrijver Jack Cope (1913-1991) instorten en op 19 juli 1965 zelfmoord plegen in de zee bij Drieankerbaai, waarna haar roem onstuitbaar zou groeien.

Ook tot Nederland drong in deze eeuw de faam van de intense poëzie van Ingrid Jonker door, dankzij de vertalingen van Gerrit Komrij in een vaak herdrukte bloemlezing (Ik herhaal je, 2000), de documentaire van Saskia van Schaik (Korreltjie niks is my dood, 2001), en de Engelstalige speelfilm van Paula van der Oest (Black Butterflies, 2011 met Carice van Houten als Jonker).

Originele bewaarde brieven

Dat de twee beroemde Zuid-Afrikaanse schrijvers een verhouding hebben gehad, was al lang bekend, natuurlijk ook door de roman Orgie (1965) van Brink, en zijn openhartige memoires Tweesprong (2009). Maar het was opmerkelijk dat Brink bijna alle brieven vijftig jaar in zijn studeerkamer had bewaard (haar originele brieven, en doorslagen van de zijne, want hij gebruikte carbonpapier), en ook dat hij ze zonder één coupure voor publicatie bestemde, gezien de weinig verhullende inhoud.

Vlam in die sneeu verscheen vorig jaar in Zuid-Afrika. Voor de Nederlandse vertaling wees uitgeverij Podium Rob van der Veer aan voor Brinks brieven, en het duo Karina van Santen en Martine Vosmaer voor Jonkers brieven. Op 6 juni verschijnt de Nederlandse editie: Vlam in de sneeuw, de geheime paringsdans van twee gepassioneerde woordkunstenaars.

Deze voorpublicatie bevat brieven uit 1964, toen Jonker door een geldprijs een Europese reis kon maken en ook Amsterdam aandeed. Daar wachtte ze op Brink (werkzaam in Grahamstad aan de Rhodes Universiteit), die later met haar naar Parijs en Barcelona zou gaan, maar die niet van plan was te scheiden.

Ingrid Jonker & André Brink

Non-fictie
Vlam in de sneeuw
Podium; 536 pagina's; euro 34,90

Het begin van het einde

Tijdens het verbeiden in Amsterdam, en het 'lachen om de Hollandse Gggggod!', schreef Jonker het gedicht Wagtyd in Amsterdam (ook opgenomen in de bloemlezing Ik herhaal je), dat ze aan haar twee minnaars in Zuid-Afrika stuurt, aan ieder afzonderlijk opgedragen, met een verwijzing naar de Amsterdamse Schreierstoren: 'Ik kan enkel zeggen dat ik je heb opgewacht/ tijdens westerse nachten/ bij haltes/ in lanen/ bij grachten/ op vliegvelden/ en de toren van tranen.'

De bom zou barsten in Barcelona, Jonker verlaat Brink en vliegt gebroken terug naar Parijs. Daar moet ze in een psychiatrische kliniek worden opgenomen. Het begin van het einde.

Maar in deze brieven uit april en mei 1964 tonen de twee talenten zich volop enthousiast en hunkerend. De vlam laait nog tussen de dichteres en de schrijver die elkaar vonden in hun verzet tegen censuur en apartheid - en in hun liefde; voor de literatuur en voor elkaar.


Ned. ZuidAfrikaanse Vereniging
Keizersgracht 141 Amsterdam C
Maandag 27 april 1964

Mijn liefste André P. Brink,

God, lieveling, ik ben er. Ik ben met het vliegtuig gekomen en heb een heuse ware echte ouderwetse zolderkamer. Hij is schoon en mooi met een tweepersoonsbed dat bijna de hele kamer beslaat - in ieder geval is het beter naar bovengenoemd adres te schrijven want ik weet niet hoelang ik hier kan blijven - het is in ieder geval vlakbij en de hooggeachte gestrenge jonkheer van Bose past op me en stuurt me morgenochtend om elf uur naar Elisabeth Eybers voor een... onderhoud? Nu ik in Amsterdam ben, in Café Eijlders - weet ik hoe ik Londen háátte: God, en dan ook álles - het was voor mij onmogelijk om daar te bestaan en te zijn... ik kon er geen postzegel kopen voor je brieven... het was alsof ik niet eens de taal sprak. En dan ook nog die voortdurende diners en het 'entertainment'.

Maar nu gaat het goed en ik ben als een kat op mijn pootjes terechtgekomen. Alles is meteen ruim en goed. Ik ben zo blij dat ik heb besloten te gaan en je hier te ontmoeten. Wat zijn de verdere plannen en ben je boos dat ik nog niet eerder heb geschreven? Geloof me jongen, Engeland was niet makkelijk. En ik was zo bezig om ervan te genieten en het te 'waarderen', ik leek wel een losgelaten gek. En nu ga ik een heleboel eten kopen en terug naar mijn wonderbare eigen zolderkamer, eigen kamer, eindelijk! na maanden! Ik mis je zo. En ik ben zo opgewonden over je geloof en oneindige brieven... Kun je niet vóór juni hier zijn? (Heb geprobeerd B. Schierbeek te bellen; ziek; Simon Vinkenoog is uit de gevangenis: hij zat voor hasj; morgen ga ik De Bezige Bij op hun donder geven!) Dank dat je zo braaf bent geweest, dank dank voor alles en dat je hier bent. Ik zal je morgen een behoorlijke brief schrijven. Intussen, tot dan, jíj - blíj.

Je
Cocon. Cocon

{Ps Ik ben ook geil. IJ.}


Dinsdag 28 april 1964

aangekomen per adres ned zuidafrikaanse vereniging keizersgracht 141 amsterdam [stop] verrukkelijk [stop] brief volgt liefs cocon


Koninginnedag Donderdag 30 april 1964

Mijn liefste dier,

Dank voor je briefje dat het SAHuis heeft doorgestuurd en dat de eenzaamheid heeft verlicht. Want deze prachtige stad is waarschijnlijk de eenzaamste ter wereld en deze eerste paar dagen waren moeilijk. Heb nog geen schrijvers ontmoet - wel Elisabeth Eybers, dinsdagochtend bij haar op de thee. Ze is een charmant mens maar leeft helemaal afgezonderd zo te zien en gaat ook niet met de [?] om. (Ik ben erachter dat Simon in de gevangenis zat voor hasj, maar hij is weer vrij!) Morgen ga ik naar De Bezige Bij om erachter te komen hoe het zit met Lobola. Toen ik belde was Bert Schierbeek ziek maar ik hoop dat hij er morgen is. Intussen hier en daar formele avondjes waar ze je het raarste eten aanbieden - oneetbaar, zoals een bakje pinda's en een blokje kaas - je zal hier honger lijden, joh! En verder maakt de beeldbuis natuurlijk elk gesprek onmogelijk - ik kom nu net van zo'n avondje en heb Romeo en Julia in het Nederlands gezien en zo gelachen om het Hollandse Gggggod! In plaats van Dear God... Ach, mijn André. Hoe is het nieuws daar en wat vinden ze van je Spanjereis? Je bent zo dierbaar trouw en ik voel me soms zo onwaardig - want ik zwalk in mijn hoofd nog steeds heen en weer tussen mijn twee loyaliteiten en ik wou dat je meteen kon komen om daar een eind aan te maken. Jack is steeds zo boos op me omdat ik zo weinig schrijf dat hij me ongeveer een week geleden een gekrenkt briefje heeft gestuurd waar ik me absoluut ellendig over voelde. Je moet me zolang maar dragen en verdragen. Afstand en afwezigheid zijn zo verschrikkelijk vernietigend als je niet voortdurend op je hoede bent. En dit verblijf in Amsterdam lijkt op het ogenblik zo futiel - dus begin ik maandag al op de universiteit (de laatste colleges van het jaar).

Dank liefste mens, kostbaar hart, dat je zoveel geduld met me hebt gehad in deze tijd van weinig schrijven en bijnanietweten, maar bijbenaderinggóédweten. Alles komt in orde wanneer jij hier eenmaal bent - dát weet ik tenminste. En hoewel ik in januari heb gezegd dat je vrij moet komen als je terugkomt, weet ik nu dat we deze kans om bij elkaar te zijn nodig hebben - dat we het aan onszelf en aan het leven verschuldigd zijn. Dus moet je snel komen naar je eenzame cocon en bedroefde hart. Zoals mijn oma gezegd zou hebben: voor jou heb ik alles veil... Lieveling ik wilde dat ik alle interessante en opwindende vreemde dingen kon opschrijven en overbrengen. Zie je me hoor je me... Ik heb een nieuwe kamer in Hotel De Maas maar alleen tot morgen - dan weer verder zoeken. Er is nog geen plek voor een muis in Amsterdam, want het is Koninginnedag en 1 mei... iets met tulpen. De mensen hier zijn ook altijd aan het feestvieren... ze vieren hun zomer van nu en dan waterig zonlicht. Maar vanavond is het hart belangrijker, dit verlangende hart zonder haven. Hoe gaat het met jouw hart en hoe sta jij tegenover het leven en tegenover je vertrek? Weet je nog hoe ik eruitzie? Ja, ik draag allebei de ringetjes en raad eens, de blauwe pyjama. En ik lig in een groot schoon wit bed en draai intussen de krul om de pen.

Kon je maar naast me liggen moesieman, dan zal alles weer helder worden en de tederheid als een natuurlijke golf over zijn kust stromen. Maar nu moet ik wachten, wachten, zo láng, zo vréémd, zo vér en gaat het echt gebeuren, mijn wakende engel, dat ik op een ochtend naar buiten ga en je op Schiphol begroet, alsof we nooit gescheiden waren in dit vreemde mysterie, en zal de scheiding, mijn starcrossed [lover], tóch iets opleveren wat sterk en creatief bij ons zal blijven? Hoe kan het hart zo liggen en [?] in het nieuwe leven, maar ik voel me vanavond net als Romeo verbannen en verwijderd van al wat ik liefheb. Maar nu moet je niet schrikken - communicatie op zo'n afstand is moeilijk en verkeerd, blijf kalm tot je me álles kunt komen vertellen, en blijf een mooie prins in mijn liefde en verlangen.

Je Cocon

Ingrid Jonker. Beeld André Brink

Grahamstad Zondag 3 mei 1964

Mijn eigen Cocon,

Zondagochtend vroeg. Stilte en herfst buiten. De dagen zijn louter poëzie. Lig je nu te slapen in je tweepersoonsbed op je zolder kamertje, 'na zwoegen en zwerven' eindelijk weer op een intiem plekje dat je 'thuis' kunt noemen?

Door je lieve brief van gisteren is het stille verlangen van de afgelopen tijd weer in alle hevigheid opgelaaid. Je aangename holderdebolder geschreven brieven uit Engeland, hoe verrukkelijk ook, kwamen van ver. En nu ben je opeens weer heel dichtbij. En Spanje is zo'n werkelijkheid, zo dichtbij. en. Ik heb een week extra vakantie gekregen en vertrek dus pas op vrijdag 7 aug. weer uit Madrid.

heb je al geboekt?

De liefde, alles, krijgt nu een teveel aan schakeringen van tederheid en hartstocht om op papier gezet te worden. Als ik zeg: ik hou van je, dan klinkt het als een stelling. Als ik zeg: ik heb zin in je, heb onverdraaglijk veel zin in je, dan klinkt het schaamteloos. Wat zegt het bovendien over alles: bij je te zijn en naast elkaar te liggen praten, met je haar en met je wangen te spelen, je gesloten ogen te kussen en je oorlelletje tussen mijn lippen te nemen, alles te begroeten: de zachte verrukking brengende mond, de gladde spikkelschouders, de smalle bruine gestrekte rug, de armen die zo zacht en zo vast kunnen omklemmen, en de handen met de lieve slonzige nagels, de ronde tere borsten met de tiptoptepeltjes die zo tuitend overeind staan en op een dorstige mond wachten, de weerloosheid en het rommelen van je buik, je kleine heupen die zo goed tussen de mijne passen, je gestrekte benen met de kleine glanzende haartjes in het licht, de fraaie voeten met de leucodendron, de koele billetjes. En eindelijk het opengaan en de extase van de diepe begroeting, in je hongerige liefkozende kleine cocon. God mijn lieveling, hoe houdt iemand dat vol, anderhalve maand wachten? Maar we zullen het vlammetje van de kuisheid aansteken en ons in de gloed verheugen. En 20 juni vieren we feest.

Je moet voor mij een kamer in de buurt zoeken. Het beste is natuurlijk als men het niet erg vindt dat ik bij je intrek.

En dan wordt onze speelse droom van vroeger waar en neem ik je kleine hand in de mijne en loop ik met je door de straten van Parijs, drinken we aan terrastafeltjes, zitten we in de koelte van de Jardin du Luxembourg, dwalen we langs de Seine en door de Notre Dame, slenteren we door kleine smalle kromme steegjes. En gaan we terug naar ons kamertje, Monsieur et Madame, en neuken we ons suf.

Het is té mooi om te geloven. Daarna zal ik net als de oude Simeon kunnen zeggen: Nu laat u, Heer! uw dienstknecht in vrede heengaan...

En Spanje, vissersdorpjes, zee en zon, oude Moorse kastelen, de magere schaduw van Don Quichot. Ik zal de 'magere oude Don' zijn die windmolens bestormt, en jij mijn paardje Rocinante. En we dopen ons autootje Sancho Panza. Want ik regel dat we in Barcelona een auto huren waar we overal mee naartoe kunnen rijden, waar we ook maar willen.

'Zalig zijn zij die elkaar liefhebben, want zij zullen Spanje zien.' (Tekst voor vandaag.)

Beeld x
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden