Je bent jong en je wilt Metro

Veel hoofdredacteuren van dagbladen kijken neer op Metro en Spits. Maar de vraag is hoe lang ze dat nog kunnen volhouden....

OTTELIJN Sauveur, 23 en studente facilitaire dienstverlening in Wageningen, leest Spits en Metro vanwege de contactadvertenties. 'Die zijn heel wanhopig, veel grappiger dan de advertenties in echte kranten. Turkse man zoekt vrouw met dikke kont, staat er dan. En eronder: Vrouw met dikke kont zoekt Turkse man. Het is een soort Logikwiz: als je ze allemaal hebt gelezen, kun je leuk strepen trekken van de een naar de ander.'

Metro en Spits bezorgen menig dagbladdirecteur en hoofdredacteur versnelde haaruitval door maar geen voorbijwaaiende modegril te willen worden. Sinds juni vorig jaar verspreiden het Scandinavische Modern Times-imperium en het Nederlandse Telegraaf-concern hun gratis kranten in een oplage van respectievelijk 300 duizend (Metro) en 220 duizend (Spits) exemplaren op en rond de NS-stations. Het einde is nog niet in zicht: in Zweden, de bakermat van de gratis kranten, maakt Metro zich op voor de komst van concurrent Stockholm News, dat in september als gratis avondblad gaat verschijnen.

'Huis-aan-huisbladen voor in de trein', noemt NRC-hoofdredacteur Folkert Jensma de gratis kranten smalend. 'Het ANP op papier. Inhoudelijk niet serieus te nemen.'

Het is de houding die de meeste hoofdredacteuren van de betaalde dagbladen tot nu toe aannemen, maar de vraag is hoe lang dat nog valt vol te houden. Deze week maakte Het Oplage Instituut (HOI) de oplagecijfers bekend van het laatste kwartaal van 1999. Afgezet tegen de landelijke gemiddelden zoals geregistreerd bij het Cebuco, betekenden die cijfers een oplageverlies van 0,4 procent, waarvan het grootste deel terechtkwam bij De Telegraaf, de Volkskrant en het Algemeen Dagblad.

Het ligt voor de hand de oorzaak van die terugloop te zoeken bij Metro en Spits. Maar zwaarder weegt de almaar afnemende neiging van jongeren om zich aan een krant te binden. 'Vroeger was het rijtje: gas, water, licht, telefoon, krant. In dat rijtje van vanzelfsprekendheden hoort de krant niet meer thuis', zeggen Dick Bond en Hans Elzinga, marktonderzoekers bij PCM dat vijf van de zes landelijke dagbladen uitgeeft. 'De krant heeft het zwaar en gaat het nog veel zwaarder krijgen.' Uit alle onderzoeken - of ze nu door SUMMO, NIPO of het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) worden gedaan - blijkt dat steeds minder jongeren de krant kopen. En wie een krant heeft, besteedt er minder tijd aan.

In de jaren vijftig werd er al geklaagd dat jongeren te weinig de krant lazen, relativeert hoogleraar vrijetijdswetenschappen Wim Knulst van de Katholieke Universiteit Brabant. 'Het is niet zo dat jongeren vroeger wel geïnteresseerd waren in nieuws en in politiek en nu niet; vroeger waren ze er óók niet zo in geïnteresseerd, maar dat viel minder op omdat er niet zoveel aanbod was. De werkelijke interesse in nieuws en politiek is onder jongeren altijd minder geweest dan men vond dat ze zou moeten zijn. Tijdens de hoogtijdagen van de verzuiling is de interesse in nieuws en politiek er met een beschavingsoffensief ingeramd; je hoorde op de hoogte te zijn van wat er volgens jouw zuil in de wereld speelde.'

In hun boek Jong in de jaren zeventig (1993) wijzen Ed van Eeden en Peter Nijssen op de mondigheid van de generatie jongeren van toen. Ze citeren in dat verband John Jansen van Galen, die in een jarenzeventig-special van de Haagse Post verslag deed van een onderzoek door zijn redactie onder 262 middelbareschoolleerlingen: 'Wat het grootste verschil lijkt met vroeger is de mate waarin kinderen nu van het nieuws kennis nemen. De meesten kijken zo om de dag de krant wel eens in, allen horen het nieuws op de radio en zien het journaal. (...) En ik weet niet hoe het met u is, maar mijn leeftijdgenoten van zestien lazen de krant niet en ik zelf ook niet. Televisie was er nog niet, we stelden het met het statig voorgedragen ANP-nieuws per radio.'

Voor kranten waren de jaren zeventig een mooie tijd. De Volkskrant had in september 1965 het katholicisme verruild voor 'kritisch engagement met de vernieuwingsbeweging' en overschreed in 1970 de magische grens van 200 duizend exemplaren. Hoewel de krant ook daarna in oplage bleef stijgen, nam de belangstelling onder jongeren voor kranten - en trouwens voor alles wat in druk verscheen - daarna langzaam af. Die ontwikkeling zette na twee schokgolven versneld door: eind jaren tachtig door de komst van 24-uurs tv, en begin jaren negentig door de pc en internet.

'De markt van het nieuws is overvol', zegt Wim Knulst. 'Mensen kopen nieuws en dus kranten als dat schaarse factoren zijn; niet als het in overvloed wordt aangeboden. Het is merkwaardig dat de oorzaak van het teruglopen van nieuws interesse altijd maar bij de consument wordt gezocht. Nooit wordt eens nagedacht over de mate waarin de uitgevers met hun drukpersen die markt maar overstelpen - je moet een paar dagen verzwaard arrest hebben om die zaterdagbijlagen te kunnen doorploegen. Er is veel te veel, er is sprake van een ware informatie-inflatie, en het meeste is ook nog eens gratis. Wat verwacht je dan?'

De krant heeft nog steeds een unieke functie, zeggen marktonderzoekers Bond en Elzinga: 'Alleen loopt de bereidheid om daarvoor te betalen, terug. Voor de papieren krant is na de introductie van de magazines niet veel nieuws meer te verzinnen. De uitdaging ligt in het bieden van exclusieve meerwaarde voor je abonnee, waarbij je gebruikmaakt van internet zonder via internet spullen gratis weg te geven - dat zou waanzin zijn.'

Bijkomend probleem is dat jongeren tegenwoordig niet van lidmaatschappen en verenigingen houden, en dus ook niet van abonnementen. Hoogleraar Knulst: 'Als krantenuitgever zou je moeten nadenken over flexibele abonnementenvormen, bijvoorbeeld alleen voor de zaterdag en de maandag. Jongeren hebben geen vast mediapatroon: ze willen vrij shoppen. Afhankelijk van waar ze tegenaan lopen bepalen ze of ze hun nieuws van de tv halen, uit de krant of van internet.'

Volgens de Amsterdamse studente geschiedenis Sandra de Jong kunnen tv, radio en internet nooit de krant vervangen. 'We delen met zijn zevenen een Volkskrant-abonnement; een krantje bij de koffie hoort er gewoon bij.' Niet zozeer vanwege de voorpagina, die slaat ze over. 'Ik lees liever wat er die avond op tv komt, of het magazine. En verhalen over mode zijn ook leuk. Nieuws? Nee, dat hoor ik wel op radio 3.'

Wat een krant in elk geval niét moet doen om jongeren te trekken, is zich nog meer op jongeren richten, vindt Knulst. 'Niet alleen omdat dan de mensen afhaken die geïnteresseerd zijn in een serieus blad, maar ook omdat het beleid om jongeren zoveel mogelijk in hun eigen taal aan te spreken, er zo langzamerhand in heeft geresulteerd dat ze een bericht niet meer begrijpen als het in grotemensentaal is opgesteld. Het gewone nieuws is ontoegankelijk geworden. Gechargeerd: als de krant niet in stripvorm en op discjockey-toon wordt aangeboden, snappen ze hem niet. Dat is een onbedoeld gevolg van het in het leven roepen van al die jongerenhoekjes.'

Stagecoördinator Hans van Strien van de School voor Journalistiek in Utrecht signaleert bij zijn eerstejaars studenten niet zozeer een teruglopende belangstelling voor het dagblad, als wel een groeiende onbekendheid met het fenomeen. 'In de lesgroep actualiteiten leren we ze om te gaan met verschillende soorten media: hoe gebruik je het televisienieuws, hoe lees je een krant? Van studenten journalistiek ga je er eigenlijk van uit dat ze het gewend zijn kranten te lezen, maar dat valt dus tegen. Alleen Metro en Spits, daar lopen ze allemaal mee rond. Er komt een generatie aan voor wie het lezen van Metro en Spits de eerste kennismaking met een dagblad is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.