Recensiesdrie boeken bij de tiende sterfdag van Harry Mulisch

‘Je bent een afgrijselijk mispunt’, schreef zijn moeder aan Harry Mulisch

De brieven van zijn moeder, een nieuwe druk van Het mirakel met een extra verhaal en een bundel met aforismen: drie boeken bij de tiende sterfdag van Harry Mulisch.

Alice Schwarz met zoon Harry, 1930.Beeld Archiefbeeld

Een boek met brieven van de ouders van de schrijver – dat lijkt me een primeur in de prestigieuze Privé-domeinreeks van de Arbeiderspers. Het is ook curieus: de brieven van Alice Schwarz en Kurt Victor Karl Mulisch, de ouders van Harry, zijn op zichzelf niet bijzonder. Ze zijn louter van belang vanwege de afwezige derde, de zoon om wie ze gaan. En aan wie de meeste zijn gericht.

Brieven van de zoon aan zijn ouders zijn er niet meer. Aan zijn vader hoefde hij niet te schrijven. Tot diens dood op 10 juli 1957 woonde Harry in Haarlem bij hem in huis. En de brieven die hij zijn moeder stuurde – ze emigreerde in 1951 naar Amerika – bleken na haar dood in 1996 spoorloos verdwenen uit haar appartementje in San Francisco. Veel zullen het er niet zijn geweest. Alice klaagde steen en been dat Harry nooit terug schreef. ‘Je bent een afgrijselijk mispunt’, schreef ze op 1 november 1955.

Bij gebrek aan het andere deel van de correspondentie heeft Robbert Ammerlaan, de biograaf en oud-uitgever van Harry Mulisch, een lange inleiding geschreven waarin hij Alice en ‘K.V.K.’ van de nodige achtergrond voorziet. Bovendien heeft hij de brieven aangevuld met de ontluisterende brieven van ex-vriendinnen van Mulisch en, vooral, met uitgebreide citaten van Harry zelf. Onbekende fragmenten, zoals zijn dagboekaantekeningen uit 1958, maar ook overbekende, zoals de aangrijpende sterfscène van de vader uit Voer voor psychologen.

Alice Schwarz: Zo’n genie ben je nou ook weer niet – Harry Mulisch en de brieven van zijn ouders. Samengesteld en ingeleid door Robbert Ammerlaan. Privé-domeinreeks De Arbeiderspers; 400 pagina’s; € 25,99.Beeld Arbeiderspers

Zo is Zo’n genie ben je nou ook weer niet toch een rijke bron geworden voor de verscheurde verhouding tussen de schrijver en zijn ouders. Met name tussen hem en zijn moeder. Tekenend is haar reactie op Mulisch’ verhaal Oneindelijke aankomst, waarin staat te lezen: ‘Ik zag de radeloze kilheid van de jaren waarin ik was opgegroeid, geen moedertjelief kon dat meer opheffen.’

‘Ik vraag mij af’, schreef Alice aan Harry op 25 juli 1952, ‘als jouw jeugd anders geweest zou zijn, ik bedoel als je wel alles had gehad wat je nu hebt gemist, of je dan ooit in staat zou zijn geweest om nu creatief te zijn. Ik geloof niet dat een werkelijk gelukkig mens in staat is om te scheppen en er zijn plenty illustere voorgangers aan te tonen, die dit illustreren.’

De onaanraakbare eigenzinnigheid van Alice blijkt erfelijk. Aan haar zoon schrijft ze: ‘Zo’n genie ben je nou ook weer niet’.

De literaire critici waren dat bij het verschijnen van archibald strohalm, Mulisch’ romandebuut uit 1952, niet met haar eens. Greshoff noemde Mulisch een wonderkind. Ook de verhalenbundel Het mirakel werd drie jaar later hooggeprezen. Deze ‘episodes van troost en liederlijkheid uit het leven van de heer Tiennoppen’ spelen zich af in een burgerlijke, maar surrealistisch wereld. Met een fluïde heer als held. Tiennoppen wordt in het verhaal ‘Gelijkenis’ tot zijn verbijstering steeds als een ander herkend.

Veel van wat Tiennoppen overkomt of wat hij zich afvraagt, zou Mulisch later verder uitwerken: ‘Ik ben onsterfelijk, wist de heer Tiennoppen als bij toverslag. Breng mij maar ter dood. Het is mogelijk gebleken dat ik geen invloed meer op mijn lichaam heb – mijn lichaam zal ook geen invloed meer op mij hebben. Ik ben al dood, ik ben al onsterfelijk.’

Harry Mulisch: Het mirakel – Episodes van troost en liederlijkheid uit het leven van de heer Tiennoppen. Negentiende, aangevulde druk. Verantwoording Marita Mathijsen. De Bezige Bij; 160 pagina’s; € 21,99.Beeld De Bezige Bij

De negentiende druk van Het mirakel verschijnt ter ere van de tiende sterfdag van de schrijver met een extra verhaal, ‘Nadering’, dat samenstelster Marita Mathijsen uit het archief van de schrijver opduikelde.

Vanaf zijn eerste schreden in de schrijverij strooide Harry Mulisch in zijn werk met aforismen. Zijn weduwe Kitty Saal stelde samen met Johan Kuiper een aforismenbundel samen onder de titel Ik kan niet dood zijn. Ook daarin veel bekends – ‘Het beste is, het raadsel te vergroten.’ – maar ook veel onbekends. Tot vlak voor zijn dood noteerde Mulisch invallen op velletjes van hotelblocnotes, die overal in zijn werkkamer rondzwierven. Samen vormen de aforismen uit het werk en het archief een heerlijke verzameling vol paradoxen over genialiteit en gekte, orakeltaal over vrouwen en vriendschap, en betrokken statements over oorlog en kwaad. Je vindt er speldenprikken als ‘dieren zijn ook mensen’ en ‘naïviteit is kracht’, maar ook puntig geformuleerde aanmoedigingen op weg naar de onsterfelijkheid: ‘Houd nooit op te beginnen; begin nooit op te houden.’

Harry Mulisch: Ik kan niet dood zijn – Aforismen. Samengesteld en ingeleid door Kitty Saal en Johan Kuiper. De Bezige Bij; 208 pagina’s; € 20,99.Beeld De Bezige Bij

Bij de tiende sterfdag van Harry Mulisch: Onno Blom over zijn ontmoetingen met de ‘wondergrijsaard’

Onno Blom schreef een boek over Mulisch’ late jaren, waarin hij zijn beste werk publiceerde, en haalt herinneringen op aan zijn ontmoetingen met hem.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden