JAZZ

Sex Mob groeit uit tot veelzijdig jazz-kwartet Sex Mob: Solid Sender. Knitting Factory...

Een volwassen band die een kinderkoor inschakelt, haalt zich een risico op de hals. De ongeschoolde stemmetjes kunnen evengoed vertederen als braakneigingen oproepen - helemaal als de makers iets stichtelijks voor ogen hebben. Bij het New Yorkse kwartet Sex Mob levert het zes peuters tellende 'children's choir' alleen maar feestgedruis op.

Kraaiend, joelend en handenklappend staan ze leider Steve Bernstein bij in de chachacha Not Boweevil, een lekker domme meezinger ('dit lied heet niet Boweevil') op een aanstekelijk stuiterritme.

Sex Mob is een slim bandje, dat geen verschil maakt tussen vrolijkheid en virtuositeit. De debuut-cd uit 1998 was nog wat tam, maar Solid Sender demonstreert hoe dit veelzijdige kwartet is gegroeid.

Slide-trompettist Steve Bernstein, bassist Tony Scherr, altist Briggan Krauss en drummer Kenny Wollesen maken een explosief soort slapstickjazz, waarin geliefde thema's uit jazz en pop tot bizarre proporties worden opgeblazen.

Kurt Cobain, Duke Ellington, James Brown, The Rolling Stones en Buffalo Springfield (For What It's Worth) worden vindingrijk verbouwd in de partymix, en het zegt iets dat ABBA's Fernando ('hallucinations on 3 minutes of melody') alleen maar nóg sterker uit de behandeling tevoorschijn komt.

Bernstein en Wollesen spelen morgen op het SJU Jazz Festival in Vredenburg, Utrecht.

Wayne Horvitz's Zony Mash: Upper Egypt. Knitting Factory.

Keyboardspeler Wayne Horvitz lijkt elke keer dezelfde plaat te maken. Veel van zijn nieuwe cd Upper Egypt (naar het gelijknamige stuk van Pharoah Sanders) had zo op zijn eerste platen uit de jaren tachtig gepast: hetzelfde koel-verfijnde groepsgeluid, dezelfde ingetogen synthesizers, hetzelfde klimaat van verlatenheid en melancholie. Maar wat zou het, of zijn groep nu The President, Zony Mash of Pig Pen heet, Horvitz' glinsterende r & b-miniaturen blijven fascineren.

Graham Haynes: Bpm. Knitting Factory.

Met een pompeuze montage van Wagner-samples, dreunende elektronica en een in een loop gevangen mannenkoor opent Bpm van Graham Haynes, een kornettist met een bewonderenswaardig expressief kopergeluid, die de laatste tijd lijkt uitgekeken op akoestische muziek. Na het ambient-experiment Tones for the 21st Century gaat Haynes nog wat stappen verder. Invloeden van Stockhausen tot Asian dub verwerkt hij in bizarre, futuristische soundscapes, waar soms geen kornet meer aan te pas komt. Een elektronische afrekening met de jazznostalgie.

Gary Lucas: Improve The Shining Hour. Knitting Factory.

Compilatie van achttien niet eerder verschenen stukken van Gary Lucas, opgenomen tussen december 1980 en januari 2000. De Amerikaan is een 'super genious wonder gitarist' volgens de persmap, maar blijft vooral bekend bij een groep trouwe bewonderaars.

Improve The Shining Hour verklaart misschien waarom: Lucas heeft verwarrend veel gezichten. Hij begeleidt Nick Cave (in een VPRO-opname uit 1991), schrijft stemmige muziek bij een documentaire over de Unabomber, vertolkt melige liedjes met Peter Stampfel, improviseert een horror-hoorspel met DJ Spooky, en levert zijn beste werk in akoestische solostukken, waarin de Gibson juicht en jammert onder een zinderende slide-techniek.

Aanbevolen, ook voor Captain Beefheart-adepten, die blij zullen zijn met wat laatste snippers van diens Magic Band. 'Man can play guitar', horen we de kapitein over zijn aanwinst in 1980 brommen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden