Jazzwereld ziet veiling met lede ogen aan

Reportage Veiling jazzmemorabilia levert paar miljoen op Een saxofoon van Charlie Parker, de bladmuziek van A Love Supreme - de eerste grote jazzveiling in New York was een feest voor liefhebbers....

Van onze medewerker Diederik van Hoogstraten

'Och man, ik hou van de Trane', mompelt hij. Waarom hij 5500 dollar heeft neergeteld voor een verfomfaaide notitie van Coltrane? 'De inhoud.' Ritmisch draagt hij voor uit de catalogus, waar Coltrane's briefje in staat: 'We moeten bidden en kennis zoeken die ons in staat stelt de dingen die we liefhebben in de muziek te portretteren en projecteren.' Het gaat in het leven en in de muziek om 'toewijding en een positieve smaak', schreef Coltrane.

Baker is zondagavond in New York een relatief kleine vis. Maandag was het totale bedrag niet meteen bekend, maar de veiling in het gloednieuwe jazzcentrum, Jazz at Lincoln Center, heeft een paar miljoen dollar opgebracht.

Het is voor het eerst dat een veilinghuis, Guernsey's, zo'n grote en gevarieerde collectie jazzspullen heeft verzameld en verkoopt. Een saxofoon van Charlie Parker is het topstuk, en gaat weg voor ruim 261 duizend dollar. Alle mogelijke artefacten van Amerika's enige eigen kunstvorm - de schoenen en hoed van Benny Goodman (twaalfhonderd dollar), de uitgeschreven bladmuziek van A Love Supreme (129 duizend dollar), een trompet van Dizzy Gillespie (31 duizend) - gaan onder de hamer.

Het idee voor de veiling ontstond tien jaar geleden. Pas recentelijk kon Guernsey's aan de slag, toen de families van jazzlegenden zich erachter schaarden. 'Veel van deze spullen zijn nooit gezien', zegt Guernsey's-directeur Arlan Ettinger. 'Beter beheer kun je je niet voorstellen; het is nooit de familie uit geweest.'

Het biedende publiek in de jazzhall is veel gevarieerder dan bij een gemiddelde Sotheby's-veiling: hip geklede, cool-kijkende musici zitten naast ernstige curatoren van musea. Rijke New Yorkers met hun onmiskenbaar door plastische chirurgie verbouwde ega's zitten er wat ongemakkelijk bij. '5500 Dollar voor een briefje?', sist een vrouw als Baxter zijn Coltrane-notitie binnenhaalde.

Veel betrokkenen uit de jazzwereld, waaronder officiële jazzinstellingen, zien het biedfestijn met lede ogen aan. Juist voor de echte kenners en liefhebbers - New York barst van de worstelende muzikanten - is het pijnlijk al dat moois te zien staan in de expositieruimte. Ze weten dat het te koop is - en dat ze geen kans maken iets mee naar huis te nemen.

Patrick Silvain staat dromerig naar een jas van Duke Ellington te kijken. Gaat hij straks meebieden? 'Ik wou dat het waar was', zegt de dichter en fotograaf. 'Ik vind het triest. Ik zou willen dat het naar musea ging. Dit zijn nationale kunstschatten. Jazz wordt nog steeds niet als kunst beschouwd.'

Maar TS Monk, de zoon van jazzlegende Thelonious Monk, noemt de veiling 'heilig'. Volgens hem bewijst de gebeurtenis de grootheid van de muzikanten. 'Ze leven.' Maar Silvain is niet onder de indruk. Als bladmuziek van Beethoven miljoenen dollars ophaalt, hoe kan het dan dat het Wayne Shorters Nefertiti in een arrangement van J.J. Johnson een paar honderd dollar doet, vraagt hij zich af. Hij loopt naar de handgeschreven partij van Johnson. Even later haalt de partij twaalfhonderd dollar op. 'Kleingeld', vindt Silvain.

Dat geldt niet voor schetsen en schilderijen van de trompettist Miles Davis. Als 'een enorme jazz-lover' hoopt David Harmon iets van Davis op de kop te tikken. Kalm biedt hij even later iedereen onder tafel als een kleurrijk, abstract werk van Davis aan de beurt is. Harmon neemt de Davis mee voor 28 duizend dollar. 'Hee, dit is toch kapitalisme.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden