Jazz proteïne

Hij stelt zijn muzikale projecten zorgvuldig samen volgens vooraf bepaalde concepten. Maar als James Carter speelt, dan wordt alle ratio uitgeschakeld....

Het gebeurde tijdens een nachtelijke jamsessie in het Bel-Air Hotel in Den Haag, na afloop van één van de vorige edities van North Sea Jazz. Tijdens een solo draaide de hals van James Carters saxofoon weg van zijn gezicht, maakte een rondje van 360 graden en belandde precies op tijd voor de volgende noot weer in zijn mond.

'En ik weet er niets meer van', zegt Carter. 'De trompettist Roy Hargrove heeft het me later verteld.'

Was het een truc? Was Carter dronken? 'Nee. Zulke dingen gebeuren gewoon.'

En die keer dat hij het podium op kwam lopen terwijl hij een enorme baritonsaxofoon boven zijn hoofd rondslingerde? 'Heb ik dat gedaan? Ha!'

James Carter kent de jazzgeschiedenis als geen ander. Een gesprek met hem kan uitmonden in een college waar Ken Burns' zestien uur durende televisieserie Jazz schraal bij afsteekt. Hij weet alles van saxofoons en heeft een enorme verzameling eigenhandig gerestaureerde, zeldzame instrumenten. Zijn muzikale projecten zijn zorgvuldig samengesteld volgens vooraf bepaalde concepten. Maar als James Carter speelt, dan wordt alle ratio uitgeschakeld en weet hij vaak achteraf niet meer wat hij gedaan heeft. 'Spelen vanuit een theoretisch standpunt is verraad aan de muziek.'

Het is topdrukte in Tomo's Sushi & Sake Bar, Carters favoriete restaurant in de New Yorkse wijk Morningside Heights. Harlem ligt om de hoek. James Carter is vijfendertig, en één van de meest eigenzinnige jazzmuzikanten van dit moment. Niet alleen is zijn techniek fenomenaal - hij speelt op alle gangbare én niet-gangbare typen saxofoons met het gemak alsof hij een eitje staat te bakken -, Carter is zo'n beetje de enige jonge saxofonist die klanken uit de freejazz (zoals scheuren, klakken en piepen) combineert met toegankelijk harmonisch en melodisch spel.

'Ik gebruik gewoon alle mogelijkheden die het instrument mij biedt. En meer. Ik vind het vervelend als mensen dat trucs noemen, beweren dat ik het doe om het publiek te laten applaudisseren. Als je de techniek hebt om te laten horen wat je voelt, waarom zou je die dan niet mogen gebruiken?'

Als Carter speelt, is er geen ontsnappen mogelijk. Zijn geluid is van een ongekende breedte en intensiteit. Naast het podium is hij de rust zelve, maar niettemin prominent aanwezig. Tijdens optredens kleedt hij zich onberispelijk in opvallende, ouderwetse gestreepte pakken, vandaag draagt hij een glimmend zilverkleurig trainingspak en een petje. Onzeker is hij niet, dat is duidelijk. 'Als je speelt zoals ik en je bent niet zeker van je zaak, dan wordt je opgegeten. Mijn leraar Donald Washington, de belangrijkste man in mijn leven, zei altijd: als je de mensen geen high proteïne music food voorschotelt, zal niemand je horen.

'Waar ik niet tegen kan is mensen die een beetje hun muzikale was gaan buiten hangen. Dat gebeurt op jamsessies voortdurend. Musici willen tegenwoordig onder geen beding op hun bek gaan, dus spelen ze alleen maar dingen die ze al kennen. Dat doe ik nooit. Als ik mensen een nummer hoor spelen dat ik niet ken en het klinkt goed, dan wil er juist deel van uitmaken.'

Het is één van de redenen dat Carter op zijn recente plaat Gardenias for Lady Day - met het kwintet waarmee hij op North Sea speelt - een hommage brengt aan Billie Holiday. 'Zij is voor mij een wezenlijk kunstenaar. Ze heeft nog nooit een nummer twee keer hetzelfde gezongen. Je kunt aan haar voordracht horen dat ze haar teksten heeft geleefd. Wij instrumentalisten zouden hetzelfde moeten proberen. De saxofonisten met wie zij speelde, zoals Lester Young, kenden ook allemaal de teksten van de nummers. Dat helpt om in je solo een echt verhaal te vertellen.'

Op Gardenias for Lady Day speelt Carter het nummer Strange Fruit, één van de weinige nummers die Holiday zelf heeft geschreven. De tekst gaat over de racistische lynchpartijen die in haar tijd nog volop plaatsvonden. Carters versie, gezongen door Michelle Braden, is extreem heftig. Braden zingt hartverscheurend, Carters gierende solo is ongeschikt voor mensen met een zwakke maag. 'Ik heb commentaar gehad van mensen die het nummer over the top vonden. Maar luister naar de tekst: dat is geen rozengeur en maneschijn.

'Ik vond Billies versie uit 1939 mooi, maar voor mijn gevoel is de diepe angst die in het onderwerp besloten ligt nog nooit muzikaal naar voren gebracht. Het is begrijpelijk dat zij dat niet kon doen. Het zou destijds nooit zijn geaccepteerd. Maar ik vind het heel vreemd dat in de tussentijd nooit iemand er iets mee heeft gedaan.' Volgens Carter is Strange Fruit nog steeds relevant. 'Niet zozeer op een raciale manier, maar het gaat wel over gerechtigheid. Voor mij is het één van de stukken die jazz een intellectuele status hebben gegeven. Het staat aan het begin van alle latere sociaal geëngageerde muziek: Fables of Faubus, Black and Blue, Freedom Suite, The Last Poets, Public Enemy.'

Het is dit soort academische kennis waar Carter verzot op is, in tegenstelling tot de hokjesgeestbevorderende muziektheorie die op conservatoria wordt onderwezen. Op een docerend toontje: 'Bebop kenmerkt zich door polyritmiek en het gebruik van noten uit de hogere regionen van het akkoord zoals daar zijn: de elf, de dertien en de verminderde kwint. Bah. Op die manier verwijder je je van waar het om gaat. Je creëert een mentale grens van hoever je muzikaal kunt gaan. Daarmee sluit je potentiële nieuwe invalshoeken af.'

'Er bestaat een boek met uitgeschreven solo's van mij, met onder meer het nummer Nomadic Princess erin. Daar zit een passage in waarin ik behoorlijk vrij speel. Dat gedeelte vertegenwoordigt de tijd die ik heb doorgebracht met de desbetreffende prinses. Op die plek houden in het boek de noten op en staat er: speel twee minuten vrij. Nou ja! Daar ging die hele solo om! Als je het mij vraagt, gaat de muziek naar de klote van dat geïnstitutionaliseer. Alles moet maar opgeschreven worden. Terwijl de eigenlijke toepassing van al die theorie naar de achtergrond verdwijnt.'

Het zijn opvallende uitspraken van iemand die op zijn zeventiende op sleeptouw werd genomen door supertraditionalist Wynton Marsalis. De trompettist wordt geregeld genoemd als één van Carters mentors. Hij verslikt zich bijna in zijn sushi. 'Mentor? Nou nee. Ik heb anderhalf jaar bij Wynton gespeeld. Los-vast, want ik zat nog op school. Ik heb ook nooit met hem opgenomen. Achteraf ben ik daar dankbaar voor. Ik kwam in de plaats van Branford Marsalis, die ging spelen bij Sting. Dus van de neotraditionalisten in de jaren tachtig was dat the hottest chair. Een beetje zoals er naar de stoel van Lester Young werd gekeken toen die vertrok bij het orkest van Count Basie, en die is overgenomen door Don Byas.'

Van onschatbare waarde noemt Carter zijn contact met de Lester Bowie, de oprichter van het Art Ensemble of Chicago. 'Dat mag je nou echt een mentor noemen.'

James Carter raakt geëmotioneerd als hij verteld over de in 1999 overleden trompettist met een zeer open geest. 'Hij nam me mee op tournees. Hij heeft me de wereld laten zien. ”Wees niet bang voor je instrument”, zei hij. ”Wees niet bang voor wat anderen van je zullen vinden. Je kunt niet wachten tot iedereen begrijpt wat je wilt vertellen.” Het is waar: er zijn nog steeds mensen die John Coltrane niet waarderen, dus dan moet ik ook niet te veel verwachten. Ik hoor het Lester nog zeggen: ”Zolang ze je naam maar goed spellen, jongen. Dat is het belangrijkste.”

'Je mag nooit vergeten waardoor je iets bent gaan doen. Als kind zag ik mijn moeder altijd helemaal opleven als er op de radio nummers werden gedraaid van zangeressen als Carmen McRae, Billie Holiday, Sarah Vaughan. Na de zang kwam steevast een saxofoonsolo. Dát zou mijn instrument worden.

'In 1980, toen ik elf jaar oud was, gaven mijn ouders me een opdracht: als je een saxofoon kunt vinden die minder dan tweehonderd dollar kost, mag je hem hebben. In de krant vond ik er één. Bij meneer Goodman. Ik weet zijn nummer nog: L475643. Zou hij nog leven?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden