Jazz als boodschapper van andere tijden

Met één grote beweging brengt Musée Branly in Parijs de wisselwerking tussen jazz en de andere kunsten in kaart...

Van onze correspondent Ariejan Korteweg

PARIJS ‘Waar de culturen met elkaar in gesprek gaan.’ Dat is de plek die het Musée Branly, jongste van de grote musea van Parijs, zichzelf toekent in het culturele landschap. De vaste collectie bestaat uit niet-westerse voorwerpen, met de nadruk op voorwerpen uit voormalige Franse koloniën. De tijdelijke exposities daarentegen dwalen vaak ver af van de maskers, kano’s en gewaden die op de hogere verdiepingen van het adembenemende gebouw worden tentoongesteld.

Met de tentoonstelling Le siècle du jazz (‘De eeuw van de jazz’), die dinsdag opende, geeft het museum zich een royale armslag. In één grote beweging worden eigentijdse muziek, beeldende kunst, film en literatuur ingelijfd. Niet eerder in zijn prille bestaan was Branly zo ongegeneerd modern. De wisselwerking tussen jazz en de andere kunsten – dat is wat hier min of meer chronologisch in kaart wordt gebracht.

De exercitie begint in het midden van de 19de eeuw, als in een muzikale oersoep de brokstukken drijven van wat later zal samenklonteren tot jazz: ragtime, gospel, minstrel songs en al dat andere wat de zwarte Amerikaan zou bijdragen aan het Amerikaanse erfgoed.

Soms werden de composities, zoals die van de geniale Haïtiaanse pianist L.M. Gottschalk – verre voorvader van de songschrijver en arrangeur Van Dyke Parks – ook op blad uitgegeven. Dat gebeurde doorgaans met een Uncle Tom op de cover: een brave zwarte met dikke lippen en veel oogwit, die guitig banjo of trompet bespeelt en met de benen wappert.

Het is een beeld dat opmerkelijk lang niet verandert. Waar een blanke muzikant vaak wordt geschilderd als iemand die enige afstand van zijn muziek neemt, lijkt zijn zwarte collega tot ver in de 20ste eeuw al swingend op te gaan in waar hij mee bezig is.

Jazz is een zwarte uitvinding, daar laat de expositie geen misverstand over bestaan. Waar andere jazzvorsers als Michael Ondaatje haarfijn kunnen uitleggen dat Buddy Bolden de man was die als eerste jazz blies in de smeltkroes van New Orleans, daar wordt hier de – blanke – Original Dixieland Jazz Band als oervader aangewezen. Hun eerste opnamen voor het label Jass dateren van 1917.

Daarna gaat het los. Al in 1922 legt Francis Scott Fitzgerald in zijn roman Tales of the Jazz Age vast dat jazz niet gewoon een muziekgenre is, maar een manier van leven. Picasso, Léger en Matisse laten zich erdoor inspireren. Josephine Baker brengt de jazz vervolgens naar de Folies Bergère, waar Kees van Dongen haar schildert, een groene pluim in de bilspleet.

Dan ook komt Parijs in beeld. Django Reinhardt en zijn Hot Club de France voegen Europese elementen toe aan wat tot dan vooral een Amerikaanse stijl was.

Stijlen en tijdvakken buitelen over elkaar: Harlem Renaissance, swing, roaring twenties – van overal klinken klarinetten, saxofoons en piano’s. In dat tumult krijgt de wisselwerking met andere kunsten vaste vormen. Dankzij Alex Steinweiss (Columbia) en David Stone Martin wordt de platenhoes een artistiek statement dat aan de muziek een eigen invulling geeft.

Komisch intermezzo is Clean Pastures, een tekenfilm uit de jaren dertig. Het is een vrij onschuldige fantasie over een zwarte God die de bedrijfsresultaten ziet teruglopen en een – luie – zwarte trompettist inschakelt om daar wat aan te doen. Warner Brothers vond het nodig er een bordje naast te hangen waarin nadrukkelijk afstand wordt genomen van het vertoonde.

Be hip, Be smart, be bop!, zegt Dizzy Gillespie niet lang na de Tweede Wereldoorlog. De groten van de film omarmen de jazz: Michelangelo Antonioni, Louis Malle (Ascenseur pour l’echafaud) en Mel Brooks raken onder de bekoring van het ritme. Pasolini laat de Oresteia improviserend zingen door jazzmuzikanten.

Improvisierte Musik aus Holland, jubelt een affiche uit 1983, dat de Berlijners erop wil attenderen dat de Instant Composers Pool van Misha Mengelberg en aanverwanten in het Quartier Latin te zien zal zijn. Het is een van de spaarzame Nederlandse bijdragen.

Hoe uitgebreid de expositie ook is, veel valt buiten de boot. Er is amper aandacht voor de relatie tussen jazz en dans, terwijl free jazz een bron van inspiratie was voor veel choreografen. Ook de kruisbestuiving met klassieke muziek wordt niet uitgewerkt, hoe intensief ten tijde van Stravinsky en Gershwin het grensverkeer ook was.

‘Ook nu is de jazzinvloed verre van onbetekenend’, probeert een toelichting bij de zalen van de afdeling Hedendaags de moed er in te houden. Vergeefse moeite. De plaats van jazz als boodschapper van andere tijden is door andere stromingen overgenomen. De schilder Jean-Michel Basquiat is misschien de laatste grote kunstenaar die zich erdoor liet inspireren. Een mooi moment dus om de balans op te maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden