Jasperina de Jong mist het artiest zijn totaal niet. En dat heeft niet eens met leeftijd te maken

Ze heeft niks meer te verkopen, geen plaat of show. Dus echt nodig vindt ze een interview niet. Maar kom op, Jasperina de Jong wil niet ontkennen wie ze is geweest.

Jasparina de Jong (80) Beeld Ernst Coppejans

Adèle Conny Jasperina - De Grote Drie. Dat was de titel van een nieuwe Nederlandse musical die vorig jaar veel succes had en later dit seizoen wordt hernomen. Één van die grote drie was Jasperina de Jong, de anderen waren Adèle Bloemendaal en Conny Stuart. Uiteraard deden deze grandes dames van het Nederlandse cabaret en amusement niet zelf aan de voorstelling mee: twee ervan zijn intussen dood, de derde leeft al geruime tijd in stilte. Maar het toont aan dat de status van deze artiesten en hun repertoire nog steeds volle zalen trekt.

De voorstelling leidde bovendien tot de volgende vragen: hoe zou het toch met Jasperina de Jong zijn? Waarom heeft zij al ruim vijftien jaar niets meer van zich laten horen? Nadat ze in 2002 met de voorstelling Marlene Dietrich een punt achter haar carrière had gezet, vond ze het welletjes. Ze trok zich terug in haar huis in de Achterhoek. Geen optredens meer, geen interviews.

'Onbehoorlijk en onbeschoft'

Vorige maand is ze 80 geworden, en na enig aandringen was dat het moment om dan toch maar eens te laten weten dat ze heus nog wel leeft, en dat het goed met haar gaat. 'Ik was laatst met een vriendin naar een voorstelling van Huub Stapel, maar had geen tijd meer om na afloop naar achteren te gaan om hem te groeten. Mijn vriendin ging wel en toen Huub hoorde dat we met mijn auto waren zei hij: 'Ach, rijdt ze nog zelf?' Nou en of. En ik wandel, met de hond hier in de buurt. En ik onderhoud de tuin, maar wel met hulp van houthakkers, hoor. Kijk eens hoe de storm heeft huisgehouden, dat moet allemaal worden opgeruimd.'

Welkom thuis bij Jasperina de Jong. Tussen 1962 en 2002 was ze een van Nederlands grote artiesten. Cabaret Lurelei, musicals, onewomanshows, film, tv-series; ze manifesteerde zich in veel genres. Jasperina de Jong, Pien voor intimi, was een begrip, nu is ze mevrouw de Jong, wonend in een landelijk gelegen huis met een tuin van één hectare, omringd door bomen en bossen. En met Baddy, een lieve, lichtbruine hond, type Mechelse herder maar dan zonder de gevaarlijke uitstraling.

'Met die Adèle Conny Jasperina-musical heb ik niks te maken gehad. Niemand heeft me vooraf iets verteld, ze gingen dat ineens, zomaar, ongevraagd doen. Ik vond dat heel onbehoorlijk en onbeschoft. Sorry hoor, maar Conny was dood, Adèle was op dat moment al helemaal de weg kwijt, maar ik leef nog. Later heeft de producent nog wel excuses gemaakt, dus daar heb ik het maar bij gelaten. Nee, ik heb die musical niet gezien, ben je gek. Mijn familie vond het wel aardig, geloof ik.'

Lees verder onder de afbeelding.

Jasparina de Jong in 1974. Beeld ANP Kippa
Een scène uit de musical Sweet Charity met v.l.n.r Milly Scott, Jasperina de Jong en Ronny Bierman. Beeld anp

Klaar mee

Haar stem is nog net zo karakteristiek als vroeger: perfecte intonatie, de juiste klemtonen, helder, tikkeltje meisjesachtig, met lichte ironie. Ze serveert thee en warm gemaakte appelflappen. 'Ja, ik ben 80 geworden en nee, dat heb ik niet groots gevierd. Alleen met mijn familie: mijn zoon Pelle, schoondochter Sophie, de twee kleindochters en hun vrienden. Lekker gegeten in een restaurant in Zutphen waar we in een apart zaaltje zaten. En dat was het.'

De Jong is er meteen duidelijk over: ze mist het vak, het artiest zijn, totaal niet. Geen moment. Dat heeft niet eens met leeftijd te maken. Maar ze had er genoeg van haar eigen concurrent te zijn.

'Zo voelde ik dat: dat je elke keer weer beter moest zijn dan de vorige. Dat je het publiek iedere keer weer moest verrassen met een nieuw programma. Dat vond ik op den duur niet meer te doen en daarom heb ik er een punt achter gezet. Eigenlijk is het heel organisch gegaan. Ik was er klaar mee. Ik heb er niet zo veel last van niet meer herkend te worden en ik hoef ook niet in allerlei enge programma's op televisie, Wie is de mol?, ofzo. Wat is trouwens de lol daarvan, weet jij dat? Er is altijd zo'n ophef over, maar het is toch gewoon een spelletjesprogramma met Bekende Nederlanders die ik niet ken?'

De nieuwe seksmoraal

Al vroeg in haar carrière werd ze bekend, vooral door Lurelei, de cabaretgroep van Eric Herfst. Hij zou later haar man worden. In de jaren zestig was Lurelei een spraakmakend groepje artiesten, dat met programma's als Niet sexpres en Wie is er bang voor Lurelei? opviel met opruiende, kritische teksten over onder meer het koningshuis, God en de seksuele moraal. Naast De Jong en Herfst maakten onder anderen Sylvia de Leur, Kees van Kooten en Leen Jongewaard er deel vanuit.

'Dat wij zo opvielen kwam ook doordat er in die tijd weinig cabaret was. Je had De Grote Drie: Toon Hermans, Wim Sonneveld en Wim Kan. En verder Sieto Hoving met zijn TingelTangel-cabaret. Wij waren jong en deden dingen die we zelf leuk vonden, niet eens zozeer om te provoceren. We waren niet meteen een hit, in het begin zaten er soms maar vier mensen in de zaal. Pas toen Guus Vleugel onze tekstschrijver werd, werden we een hit. Eric had al vaker geprobeerd hem erbij te halen, maar dat lukte steeds niet. Toen ben ik op de fiets gestapt en naar zijn huis gereden. O, wat een leuke jongen, dacht ik toen ik hem zag. En hij dacht: o, wat een leuke meid. Daarna ben ik bij hem thuis teksten gaan uitzoeken.'

Dat de combinatie Vleugel-De Jong zo goed uitpakte, had vooral te maken met hun beider gevoel voor taal, de keuze van de onderwerpen en de toon: iets tussen vilein en ironie in. 'Ik hou erg van taal en aan die taal van Guus heb ik alles gegeven. In Jasperina's Grote Egotrip zat bijvoorbeeld De nieuwe seksmoraal, dat ging over een onschuldig meisje dat een geslachtsziekte kreeg: 'Al zei hij dat het niets kon worden, hij was lief/en deze keer kreeg ze geen druiper maar een syf.' Dat zong ik in die tijd toch maar mooi in alle theaters in het land. Wij zongen ook over het koningshuis. Een liedje als Arme Ouwe ging over Juliana. En we deden ook iets over Claus. Dat was in die tijd heel ongebruikelijk en werd door sommigen gezien als majesteitsschennis.'

Jasperina de Jong in 1965.

Seks, drugs en rock-'n-roll

In 1963 kreeg Lurelei een eigen theater, in de kelder van theater Bellevue aan de Leidsekade in Amsterdam. Van juffrouw Venema, de directeur, mocht de groep daar vast gaan optreden. Bellevue was in die tijd een zaal voor feesten en partijen waar acrobaten en goochelaars optraden. Architecten Cees Dam en Pieter Zaanen hebben het theater toen grondig verbouwd. Jasperina en haar collega's zaten zelf achter de kassa om kaartjes te verkopen. Het waren de wilde jaren zestig, met seks, drugs en rock-'n-roll. En een losgeslagen moraal. De Jong deed daar niet aan mee: 'Welnee, wij werkten ons uit de naad, daar hadden wij helemaal geen tijd voor. Ik had bovendien een kind en dat moest een goed huis hebben. Ik heb ook nog nooit heroïne in het echt gezien. Eén keer heb ik een stickie gerookt, met mijn zoon.'

Tussen Vleugel en cabaretgroep Lurelei kwam het na een paar jaar tot een breuk. 'Hij werd gaandeweg heel jaloers op ons succes, en daardoor ook heel vals. Hij zei dat ik in interviews nooit zijn naam noemde, terwijl ik altijd heb vermeld dat wij ons succes juist ook aan hem te danken hadden. Veel later, nadat Eric al dood was, ben ik nog een keer met hem uit eten gegaan. Echt goed gekomen is het nooit.'

Na zes jaar hield ze Lurelei voor gezien en volgden musicals als De Stunt, De Engel van Amsterdam, Sweet Charity, en Fien (over Fien de la Mar) en one-womanshows met titels als Jasperina's Grote Egotrip, De Gekkin van de Gracht en Victoria. Ze zong liederen van Bertolt Brecht en Kurt Weill, acteerde in de tv-serie Rust noch duur en in de film Vroeger is dood naar de roman van Inez van Dullemen. Ze won er in 1987 een Gouden Kalf voor. 'Een jaar nadat Eric overleden was, kwam ik op straat Hans Kemna tegen die me vroeg of ik niet eens in een film zou willen spelen. Dat werd dus Vroeger is dood, waarin ik Inez speelde, een vrouw die tobde met de aftakeling van haar ouders. In het begin klaagde ik een beetje, want ik had nauwelijks tekst, ik moest vooral acteren met mijn gezicht. Voor iemand die zo verbaal is, was dat wennen. Maar het heeft goed uitgepakt.'

Jasperina de Jong en Max Croiset in Vroeger is Dood.

Documentaire in wording

Op dit moment is er over Jasperina de Jongs leven en werk een documentaire in voorbereiding die gemaakt zal worden door Simone de Vries. Eerder maakte De Vries documentaires over onder anderen cartoonist Kamagurka, acteur Rutger Hauer en fotograaf Robin de Puy. De film wordt gemaakt in opdracht van AvroTros. De Jong en De Vries zijn daarover nog in gesprek. De Jong: 'Ach ja, waarom niet? Ik ben nu toch met mijn verleden bezig.'

Bijdehand

De Jongs kwaliteiten: prachtige, heldere zangstem, technisch nagenoeg volmaakt, elk woord, elke lettergreep verstaanbaar, spelen met taal, timing, dictie. Qua sfeer schakelt ze met gemak van cabaretesk via het musicalidioom naar opera. Of van vilein naar vrolijk, en terug. Fijne neus voor de beste teksten, niet alleen van Vleugel maar ook van Ivo de Wijs en Lennaert Nijgh. In de musicals en eigen shows toonde ze zich bovendien ongenaakbaar allround: zingen, dansen, acteren.

Haar imago: brutale meid, bijdehand, geen blad voor de mond, geëngageerd, beetje snibbig, lastig. 'Ooit gaf ik een interview aan Hans Vogel van Het Parool en de kop daarvan was Ja, ik ben een echt kreng, hoor. Dat heeft me mijn hele carrière lang achtervolgd. Snibbig is inderdaad mijn kenmerk. Geen idee waar dat vandaan komt, want ik ben hartstikke lief en zacht, toch? Haha. Maar het kan me allemaal niets schelen, kom op zeg. Als ik al lastig was, was dat vooral voor mezelf. Ik ben erg streng geweest voor mezelf, tijdens de repetities was ik op het saaie af professioneel. Als ik 's avonds in bed lag, repeteerde ik vaak nog mijn tekst en als ik me vergiste, deed ik het helemaal over.'

Samen met Eric Herfst - haar man, de vader van haar zoon en artistiek compagnon - was ze niet alleen de spil van Lurelei; Herfst produceerde en regisseerde ook haar soloprogramma's. Na een slopende ziekte overleed hij in 1985 op 47-jarige leeftijd. Is zijn vroege dood het grote verdriet in haar leven?

Jasperina de Jong, zoon Pelle en Eric Herfst in 1966.

Geen nieuwe man

'Ach, wat is het grote verdriet? Wat is het grote geluk in je leven? Iemand vroeg me eens: ben je nou gelukkig? Ik zei: ik ben niet ongelukkig en dat is denk ik al gelukkig. Natuurlijk was het een groot verdriet, maar ja, het is wel 33 jaar geleden. Idioot hè, zo lang al... Die ziekteperiode vond ik het ergst, je bent dan zo hulpeloos, je kunt zo'n man niet helpen. Hij had een hersentumor en heeft operatie na operatie doorstaan. Ik speelde in die periode iedere avond Fien en ging vaak na afloop van de voorstelling nog even naar het ziekenhuis. Maar goed, dat is allemaal voorbij, hoor.'

Na de dood van Herfst heeft ze haar carrière in haar eentje opgepakt, doorgezet en tot een goed einde gebracht. Een nieuwe man is er niet van gekomen. 'Dat wilde ik best, maar er kwam niemand op mijn pad die ik zou willen. En als je die niet vindt, dan vind je jezelf, en ik heb het heel leuk met mezelf. Daar gaat trouwens wel de nodige tijd overheen. Werken was voor mij de beste manier om die tijd door te komen; Eric werd op dinsdag gecremeerd, op donderdag stond ik alweer in het theater.'

Datzelfde theater zei ze definitief vaarwel in 2002 met de titelrol in de voorstelling over Marlene Dietrich. 'Of ik mij met Dietrich identificeer? Welnee zeg, ik heb die rol alleen maar gedaan omdat Albert Verlinde het me vroeg, het is werk, die rol heeft niets met mij te maken, maar met mijn talent. Het idee alleen al, dat ik me eenzaam en pathetisch in een flat zou terugtrekken en niemand meer zou willen zien, zoals Dietrich deed: idioot.'

Lees verder onder de afbeelding.

Jasperina de Jong en Gees Linnebank in de musical Fien de la Mar. Beeld ANP Kippa
Jasperina de Jong in De gekkin van de gracht. Beeld ANP Kippa

Gezond

Nadat ze was gestopt met optreden, kwam ze nog wel regelmatig naar premières, vaak samen met haar goede vriend Hans van Willigenburg. Maar dat doet ze ook niet meer ('Je hoort het van alle bejaarden: wij komen gewoon tijd tekort!'). Af en toe gaat ze nog naar de schouwburg in Deventer, maar echt volgen wat er in cabaret en musical gebeurt: nou nee.

'Ik ben wel naar Plien en Bianca geweest, ik ben fan van die meisjes, wat zijn die góéd! Ze kunnen ook zo veel: ze bewegen goed, ze zingen goed, ze acteren goed en ze hebben humor, ik vind ze fantastisch! Voor Theo Maassen ben ik nog wel naar Arnhem gereden, twee keer zelfs. Dat programma van hem waarin hij dat kruisbeeld in zijn armen heeft, dat vond ik énig. En ik ga natuurlijk naar alles waarin mijn kleindochter Julia Herfst speelt, dat is een talent hoor. Momenteel staat ze in The Full Monty, daar ga ik naar kijken in Zutphen, en dan komt ze bij mij logeren, de schat.'

Ze is goddank gezond, maar ze doet alles langzamer aan. 'Ik loop nu rustiger het trapje naar de kelder af, want ik ben als de dood dat ik val, en als ik val kan ik hier niet meer blijven wonen, en ik wil hier wel blijven wonen. Je toekomst wordt kleiner als je 80 bent, kom op zeg'.

Euthanasie

Wat het gesprek brengt op het onderwerp euthanasie en voltooid leven. 'Ik ben lid van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie, ik vind het fantastisch dat dat kan. Ik wil namelijk niet aftakelen, niemand wil toch aftakelen? Maar je kunt tekenen wat je wilt: je moet voldoende bij kennis zijn om dat drankje te kunnen nemen. Ieder jaar heb ik wel even de gedachte of ik de nieuwe lente zal halen. Gelukkig is dat tot nog toe steeds gelukt en intussen geniet ik van alles hier om me heen. Je moet hier van de zomer eens komen, dan is alles zo anders! Van het einde van de zomer hou ik niet, alles is dan zo moe, alles huilt dan een beetje.'

Oude plakboeken van vroeger inkijken: nooit. Of er moet aanleiding voor zijn, zoals laatst, toen ze begon met het opruimen van de zolder. 'Ik draai ook zelden mijn eigen platen, soms neem ik wel eens een cd mee in de auto, maar die raak ik dan meestal kwijt. Dat is geen valse bescheidenheid, want ik bén niet bescheiden, ik weet namelijk best wat ik waard was.'

Bij het afscheid nog even de vraag waarom ze dan, na al die jaren zwijgen in de Achterhoek, nu toch instemde met dit interview. 'Ik zat er eerlijk gezegd niet op te wachten. Vroeger deed ik ook alleen interviews als ik een show of cd te verkopen had, en ik heb helemaal niks meer te verkopen. Maar ik moet ook niet ontkennen wie ik ben geweest, die mysterieuze rol moet ik ook niet willen spelen. Hoe ik herdacht wil worden? Haha, ach, hou toch op, enge man! Nou, dat mijn nageslacht goed over mij denkt en verder kan het me helemaal niets schelen. Kijk die bomen eens, hoe mooi ze bewegen. Meesterlijk hè.'

Sylvia de Leur en Jasperina de Jong in een scène van het Lurelet-caberet. Beeld anp

De Jongs bekendste en beste nummers

Guus Vleugel schreef met Callgirl, Dobbe dobbe dobbe en De Minutenwals een paar van Jasperina de Jongs beste nummers. De Wandelclub ('Jo met de banjo, Mien met de mandoline') van Toon Hermans werd een grote hit. Uit de voor haar geschreven musicals zijn haar mooiste nummers De Seizoenen van Ivo de Wijs en Joop Stokkermans (uit Lang leve de opera) en vooral ook Om alles (uit Fien). In Om alles legt actrice Fien de la Mar uit waarom ze uiteindelijk uit het raam en daarmee uit het leven sprong: 'Om alles, het was om alles/Om de optelsom van wanhoop en verdriet/En angst, het was om alles, anders niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.