Jantien Stoter: Binnen tien jaar gaat stedelijke ontwikkeling in 3D

Nieuw Gezicht

Wetenschappers, debutanten, pas gepromoveerden die we in de gaten moeten houden. Deze week: Jantien Stoter. Binnen tien jaar gaat stedelijke ontwikkeling in 3D, zegt Stoter, hoogleraar geo-informatie aan de TU Delft. Beleidsmakers moeten stoppen data plat te slaan, betoogt ze tijdens haar intreerede woensdag.

Jantien Stoter Beeld Frank Rutter

Heel Nederland is straks in 3D te zien?
'Ja, dat klopt. Al hou ik me niet met de kaarten bezig, maar vooral met de data erachter.'

Waarom in 3D?
'Als informatie al in 3D beschikbaar is, zijn we geneigd ze weer plat te slaan. Omdat veel overheden en beleidsmakers nu eenmaal in 2D werken. Zo blijven de voordelen onzichtbaar.'

Wat zijn die voordelen dan?
'Denk aan de inrichting van de openbare ruimte. Dat is ingewikkeld. In 3D zie je veel meer. Je kunt dingen die met gewone kaarten niet kunnen, zoals bovengrondse en ondergrondse objecten combineren. Neem een windturbine. Op een 2D kaart zie je die nauwelijks, in 3D kun je het verschil zien tussen een turbine van 90 en een van 130 meter.'

Dus ik kan straks op mijn Oculus Rift meekijken hoe die nieuwe windmolen vanuit mijn achtertuin zichtbaar is?
'Precies.'

Zal wel een hoop extra bezwaarschriften opleveren.
'Met 3D kun je in een vroeg stadium aan alle betrokkenen laten zien wat het effect is van een maatregel. En eventueel alternatieven tonen. Hierdoor kan de weerstand juist afnemen.'

3D data moet efficiënter worden gebruikt. Hoe zit dat?
'Nu vindt elke gemeente of instelling zelf het wiel zelf uit. Vaak worden objecten ook meer dan een keer in 3D in kaart gebracht. Zonde van de energie. Kennis moet beter gedeeld.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.