Jansons’ kerst nu al memorabel

Met de Negende Symfonie van Beethoven, onderdeel van de aanstaande Kerstmatinee van het Concertgebouworkest, kun je meer kanten op dan Beethoven ooit bevroedde....

Roland de Beer

‘Vrijheid’, was het motto waaronder het stuk op het programma stond van het jongste Rotterdamse Gergjev Festival. Maar het slotkoor Alle Menschen werden Brüder – thans officiële hymne van de EU – heeft ook model gestaan voor Duitse suprematie en jubilea van dubieuze volksmenners. DDR-leiders promoveerden het tot symbool van de overwinning van de werkende klasse; een verzekeringsmaatschappij zag er een reclame in voor zorgpolissen.

Ga je af op de beelden van chimpansees en giraffen die de componist Kagel aan de slothymne van Beethovens Negende heeft toegevoegd in een film getiteld Ludwig Van (‘waarom zouden dieren minder verbroederen dan de mens?’), dan is de sprong van Beethoven naar het stalletje met de os en de ezel maar een kleine.

Bezoekers van het Koninklijk Concertgebouworkest gaan een memorabele kerst tegemoet, met een ‘Beethoven 9’ die ook te volgen valt op de televisie, en niet sterk genoeg kan worden aanbevolen. Het stuk klonk eerder deze week in de B-serie, waarbij KCO-chef Mariss Jansons het orkest en vocale heerscharen in grote samenhang liet acteren, vaak fel, soms lieflijk, soms afgrondelijk en mysterieus.

Daarbij bleek Jansons de solozangers Krassimira Stojanova, Marianne Cornetti, Robert Dean Smith en Franz-Josef Selig tot een homogeen kwartet te hebben gesmeed, en toonde het Groot Omroepkoor zich in de hymne op tekst van Schiller niet alleen van een strijdbaar-luidruchtige, maar ook van een oprecht vreugdevolle kant. Glaszuiver bovendien. Dat laatste is zeldzaam in uitvoeringen van de populaire maar niet simpel weg te zingen Ode an die Freude, en het helpt enorm voor de Beethovenliefhebber die geneigd is het slotdeel te haten.

O Freunde, nicht diese Töne!, waarschuwen affiches van het KCO ironisch. De bariton zingt de woorden kort na het begin van het vierde deel, voordat de rest aan de beurt is met de eigenlijke ode. Beethoven plakte de zelf verzonnen tekst (‘Laat ons aangenamere, vreugdevollere tonen aanheffen’) aan die van Schiller vast.

Het is een curieus moment, waarop de componist zijn best lijkt te doen al het voorafgaande van zich af te stoten. Onheus bijna, gegeven de sprankeling die Beethoven heeft neergelegd in het scherzo, en de diepten die hij aandoet in het eerste en het derde deel. Jansons laat zich er niet door van de wijs brengen, hij wekt de indruk de Negende tot in de vluchtigste piccolo-tierelier te hebben opgeslagen in een onfeilbaar controlesysteem.

Dat hij Beethoven in het eerste deel al vaak op een kookpunt laat verwijlen, en hem een granieten frons opzet in een vlot maar weinig ontspannen Andante, zal liefhebbers van een doorzichtiger en minder assertieve Beethoven teleurstellen. Maar fascinerend is de geweldige urgentie die ervan uitgaat.

In kleiner en meer humoristisch bestek gold iets dergelijks voor de Mozart die voor de pauze uit de bus kwam: Symfonie nr. 33, gepolijst tot in de finesses, maar aanstekelijk en recht voor z’n raap. Mozart maakt de komende dagen plaats voor een tweede werk waarin de mensheid vooruit wordt geholpen op zijn weg naar vrede en verzoening, de Psalmus Hungaricus van Zoltán Kodály .

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden