Interview Theater

Janni Goslinga en Alwin Pulinckx zagen de wereld veranderen, óp het podium

11 jaar lang speelden Janni Goslinga en Alwin Pulinckx Romeinse tragedies, van Ivo van Hove. Een revolutionaire, interactieve voorstelling die wereldwijd een hit werd. Het groeiende populisme, de opkomst van Twitter en de selfie; ze maakten het allemaal mee, óp het podium. 

Alwin Pulinckx en Janni Goslinga. Foto Ivo van der Bent

Vraag acteurs Janni ­Goslinga (49) en Alwin Pulinckx (39) wat de afgelopen elf jaar de meeste invloed had op de voorstelling Romeinse tragedies, en ze antwoorden: de opkomst van het populisme en het gebruik van sociale media.

Dat laatste lijkt wellicht curieus – normaal gesproken zetten bezoekers hun smartphone immers uit als ze naar het theater gaan. Maar bij de Romeinse tragedies van Toneelgroep Amsterdam – dat op 17 juni 2007 op het Holland Festival in première ging en de afgelopen elf jaar de wereld heeft veroverd, met 172 speelbeurten in twaalf landen – is publieksparticipatie en interactie een wezenlijk onderdeel van de voorstelling.

 Fotograferen en twitteren

Het publiek wordt op het podium uitgenodigd, mengt zich tussen de acteurs en mag fotograferen en twitteren – graag zelfs. Hun digitale weergave van de gebeurtenissen op toneel voegt een dimensie toe aan het universum dat regisseur Ivo van Hove ­creëert: een wereld waarin de grenzen tussen publiek, media en politiek snel vervagen. Goslinga en Pulinckx waren er alle 172 keer bij, en zagen hoe de veranderende (media-)werkelijkheid zijn weerslag had op de voorstelling. De productie, vanaf vandaag weer te zien in Carré, is in praktische zin vrijwel dezelfde als die in 2007, maar heeft een andere kracht en betekenis.

Romeinse tragedies is een theatermarathon bestaande uit de drie tragedies van Shakespeare over het oude Rome: Coriolanus (1608), Julius Caesar (1599) en Antonius & Cleopatra (1606). In de eerste verspeelt de rechtlijnige aspirant-consul Coriolanus de gunst van het volk. De tweede toont de opmars van de populist Julius Caesar, en de zorgen van zijn vriend Brutus om zijn demagogische aard en de risico’s voor de democratie. In het derde stuk verschuift de focus naar het privéleven van de politicus. In alle drie gaat het over de spanning tussen de politicus als mens en als machthebber; het belang van imago en de vermenging van feit en fictie. Coriolanus bijvoorbeeld worstelt met zijn publieke rol, terwijl zijn moeder als een ware spindoctor zijn imago probeert te manipuleren. Goslinga: ‘Met de opkomst van het populisme werd de politicus een mediapersoonlijkheid. En dat aspect is met de komst van sociale media alleen maar sterker geworden.’

De vorm van de voorstelling was in 2007 revolutionair, vertellen de acteurs. Van Hove en zijn scenograaf Jan Versweyveld experimenteerden al wel met verschillende publieksopstellingen, maar waren daarin nog nooit zo ver gegaan als nu. Het publiek komt het toneel op en zit daar in de scènes, soms vlak bij of zelfs naast een acteur. Rondlopen is toegestaan. Er zijn een paar gastheren die dat alles in goede banen leiden: hier kunt u zitten, hier niet, want bepaalde plekken moeten vrij blijven voor de scènes. De acteurs moeten namelijk ook rekening houden met camerastandpunten – video speelt in de productie een belangrijke rol.

Goslinga: ‘Ik herinner me dat we wat beduusd waren toen Ivo het concept toelichtte. Hè?! Wacht even, hoor ik dit nou goed? Dus het publiek loopt straks dwars door mijn scène? Dwars door mijn mooie monoloog?’

Een hels kabaal

Een ander productioneel ingewikkeld aspect: eten en drinken tijdens de voorstelling is toegestaan, de bar blijft open en het theater waar wordt gespeeld verstrekt de maaltijd – wel zo prettig tijdens een voorstelling van bijna zes uur. Pulinckx: ‘Heel vroeg in de tournee speelden we in Eindhoven en daar dachten ze: we pakken het een beetje chic aan, met een Indonesisch buffet met warme rechauds en echt servies en bestek. Dat gaf een hels kabaal.’ Omdat het diner bij het kaartje was inbegrepen, was er ook meteen een run op het eten. De rij wachtenden doorkruiste de moord op Julius Caesar.

Goslinga: ‘Het was behoorlijk wennen. We moesten echt een grens over. Ik speel Virgilia, de vrouw van Coriolanus, en midden in een belangrijke scène stond er opeens een vent haast boven op me, echt veel te dichtbij. Hij liep zelfs met me mee, smakkend met zijn stoofvlees, en met enkel oog voor mijn decolleté. Dat krijg je dan natuurlijk ook. Heel bizar.’

Na elf jaar spelen zijn de acteurs echter volkomen vertrouwd met het concept. ‘Die nabijheid en onvoorspelbaarheid van het publiek waren nieuw en wennen, maar die elementen geven ook een enorme energie. En wij houden de regie.’

Alwin Pulinckx en Janni Goslinga. Foto Ivo van der Bent

In al die tijd is er wel meer veranderd. Het gezelschap begon in 2007 te werken aan de productie, met de opkomst van en de moord op Pim Fortuyn (2002) nog vers in het geheugen. Dat had toen zijn weerslag op de voorstelling, vertelt Pulinckx. ‘Coriolanus is een plichtsgetrouwe militair, die wars is van het politieke bedrijf. Zijn moeder pusht hem richting de politiek. Maar de oude politiek, de oligarchie, staat op het punt te veranderen door de komst van de volkstribunen: door het volk verkozen ambtsdragers. Coriolanus kan niet omgaan met deze invloed van het volk. Hij loopt daar volledig op stuk.’

 Confrontatie 

Een belangrijke inspiratiebron voor die scène: de veelzeggende confrontatie tussen Ad Melkert en Pim Fortuyn, die clash van oude en nieuwe politiek, bij het debat na de gemeenteraadsverkiezingen van 2002.

Goslinga: ‘Alwin en Eelco Smits spelen die tribunen. Zoals Shakespeare het heeft geschreven zou je dat snel een beetje plat en dommig kunnen doen. Maar Ivo koos er meteen voor om deze personages heel serieus te nemen. Alwin en Eelco zien er slick uit, in mooie pakken. Ze zijn welbespraakt en correct – ze willen meedoen aan het politieke spel, maar dan wel zonder das. Het zijn populisten, maar beschaafd.’ Van Hove nam het populisme serieus als politieke factor van belang, zegt Goslinga, en hield bovendien rekening met vele verschijningsvormen. Want populisme, zo was gebleken, kon heel goed het voorkomen hebben van, bijvoorbeeld, een geaffecteerde treiteraar.

Het populisme is sinds 2007 alleen maar invloedrijker geworden en het is het opnieuw van uiterlijk veranderd. Dat heeft invloed op de voorstelling. Pulinckx: ‘Misschien dat we toen nog een beetje naar Pim Fortuyn hintten, maar ik denk dat de tribunen nu eerder een soort Thierry Baudetjes worden. Het populisme is er in de tussentijd nóg geraffineerder en verleidelijker uit gaan zien.’

Nog voordat Twitter een wijdverbreid publieksmedium werd, bedacht Van Hove al een systeem om de mening van het volk (hier: het publiek) te incorporeren in de productie. Op tafels in de zaal stonden laptops (Pulinckx: ‘Van die heel dikke, ouderwetse.’ Goslinga: ‘En met overal snoeren!) waarop bezoekers in een scherm reacties konden typen. Die teksten werden dan ‘live’ vertoond op de vele grote videoschermen in de voorstelling. Anno 2018 staan er Macbooks op de tafel en vertonen de schermen rechtstreeks de tweets van bezoekers.

Selfies

Een ander nieuw fenomeen: selfies. Pulinckx en Goslinga memoreren de voorstellingen in BAM, de Brooklyn Academy of Music in New York in 2012. Voorheen speelden ze Romeinse tragedies voor maximaal achthonderd man, vanwege de complexe logistiek met toeschouwers op toneel. In New York waren het er vijftienhonderd. Pulinckx: ‘Er zaten ten minste zeshonderd mensen op toneel, in plaats van de 350 waarop we rekenden, en ze zaten overal: op de tafel, onder de tafel, onder de stoelen!’ Ze zaten naast Goslinga op de bank, waar ze als Virgilia naar het nieuws kijkt en zich opvreet over de beroemde anti-democratische uitbarsting van haar man. En waar je ook stond, zegt ­Goslinga, steeds zag je weer vanuit je ooghoek zo’n telefoontje jouw kant op zweven. Hup, daar had wéér iemand zichzelf op de foto gezet met een acteur, midden in diens monoloog. ‘Eerst waren we geschrokken’, zegt Pulinckx. ‘De formule was al complex en intens om te spelen, maar dit was echt ‘next level’.’ Maar gaandeweg kregen de acteurs ook hier lol in, zegt hij. ‘Dan liepen we af en checkten we meteen onze telefoons: heeft iemand mij al getwitterd?’

De opkomst van sociale media gaf een nieuwe dynamiek aan de voorstelling. Punlinckx: ‘Ivo had al vroeg dit concept in zijn hoofd: we zijn op een politieke conferentie en de informatie over wat daar plaatsvindt, komt algauw naar buiten. Dat is nu natuurlijk nog sterker het geval.’

Goslinga: ‘En wat te denken van nepnieuws en twitterende presidenten? Met dat gegeven in je achterhoofd bekijk je de voorstelling en de twitterreacties nu wéér door een andere bril. Er zijn niet alleen meer de realiteit en de vervormde weergave daarvan in de (sociale) media, maar meer dan ooit ook de vraag: wat is waar, in hoeverre is het gemanipuleerd, wat is gelogen en wie gelooft wat? We zijn daarin de laatste jaren allemaal enge grenzen overgegaan.’ Zo laat nu ook het tijdperk-Trump zijn sporen na in deze productie.

Alwin Pulinckx en Janni Goslinga. Foto Ivo van der Bent

Emancipatie

De opvallendste veranderingen zijn misschien wel de emancipatie en de toegenomen assertiviteit van het publiek. Goslinga: ‘Je hebt er altijd een paar brutalen tussen zitten, maar de meeste toeschouwers zijn toch bedeesd en onder de indruk: oei, een acteur!’ De afgelopen jaren is dat veranderd, constateren de twee. Pulinckx: ‘Het lijkt alsof ze ‘De Romeinen’ veel meer als een happening beleven, als een festival of een uniek spektakel. Alsof wij een band zijn die een paar dagen is neergestreken in een stad, en zij daar even deel van zijn.’

Goslinga: ‘Waar vervolgens op grote schaal op sociale media verslag van wordt gedaan.’ Wat ze ook merkt: het ongemak en de verlegenheid in de nabijheid van acteurs is nagenoeg verdwenen. ‘Ik heb er lang over nagedacht hoe dat nou kwam, en opeens begreep ik het. Zij hebben zelf de hoofdrol in hun eigen Twitter- of Instagram-bestaan. De relatie is gelijkwaardiger geworden, want we zijn allemaal performers in onze eigen multimediawerkelijkheid. Het is niet meer zo dat zij naar óns komen kijken; nee, wij spelen nu een gastrol in de film van hún leven.’

Romeinse tragedies is van 15 t/m 21/6 te zien in Theater Carré in Amsterdam. Info: tga.nlhollandfestival.nl

Facts & figures Romeinse tragedies:

Van de productie Romeins tragedies zijn intussen 172 voorstellingen gespeeld, in twaalf landen, waaronder de Verenigde Staten, Australië, Canada, Groot-Brittannië, Spanje, Polen, Zwitserland en Oostenrijk.

Het buffet varieert per land, van tapas in Barcelona en clubsandwiches in New York tot varkenskoteletten, bietensoep en noedels in Polen.

Er zijn 3 megaopleggers met elk 100 kubieke meter inhoud nodig voor alle techniek, decorstukken en rekwisieten. De opbouw kost drie volledige dagen, van 10 tot 23 uur. Afbouwen kost één volle werkdag.

Bij de voorstelling zijn vijftien technici van Toneelgroep Amsterdam betrokken. Er spelen veertien acteurs mee. De cast en gehele crew samen zijn 42 man. Omdat de voorstelling technisch zo complex is, ontvangen de technici samen met de acteurs applaus.

Er speelt altijd één lokale acteur mee, en dat is een levende slang. Die wordt op de speellocatie ingehuurd bij een dierencastingbureau.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.