Janine Jansen glorieert

Met haar fenomenale vioolspel weet Janine Jansen te bedwelmen, vooral in het zelden gespeelde stuk van de Pool Szymanowski. Toch blijft de Grote Zaal van het Concertgebouw een maatje te groot voor kamermuziek.

Janine Jansen. Beeld Marco Borggreve

Dat Janine Jansen de lange trap afdaalt naar de Grote Zaal van het Concertgebouw, is weinig bijzonder. Die treden kan de wereldster onderhand wel dromen. Maar achter de violiste loopt dit keer geen dirigent. Het is Alexander Gavrylyuk, de meesterpianist met wie ze op een riskante missie gaat: kamermuziek spelen in een zaal die is ontworpen voor het gedaver van een orkest.

Met het oog op de kassa valt zo'n keuze te begrijpen. In de Grote Zaal past vijf keer zoveel publiek als in de naastgelegen Kleine. Maar het blijft een gok. Bereikt een duo van viool en piano ook de verst verwijderde kubieke meters?

Op het frontbalkon luidt al snel de conclusie: niet met de pizzicati van Poulenc. Het zachte getokkel in zijn Vioolsonate verwaait onderweg. Verder valt de onbalans op tussen viool en piano. Begrijpelijk, bij twee muzikanten die zich moeten voelen als pingpongers op een tennisbaan. Het spelletje blijft in essentie hetzelfde, maar het grote speelveld gooit alle reflexen in de war.

Alexander Gavrylyuk, de Australische pianist met Oekraïense wortels, overheerst. Maar zijn lichte dominantie kent niet alleen een ruimtelijke oorzaak. Onder de kleurenwaaier die Janine Jansen toont in de Derde vioolsonate van Brahms, schuift hij een strak, onbuigzaam Steinwaygeluid. De viooltonen vervloeien als waterverf, het klavier blijft een met hamertjes aangeslagen percussie-instrument.

Door Prokofjevs Tweede vioolsonate marcheert het duo evenwichtiger. Droogkomisch klinkt het nafluitbare melodietje van deel een. Jansens zwiepende paardenstaart verbeeldt de essentie van deel twee. Het vlastouwgeluid van een fiddle schuwt ze niet.

Janine Jansen. Vioolsonates van Brahms, Szymanowski, Poulenc en Prokofjev. Janine Jansen (viool), Alexander Gavrylyuk (piano). 8/3, Concertgebouw, Amsterdam.

Maar pas met de zelden gespeelde Drie mythes van de Pool Karol Szymanowski weet het duo te bedwelmen. De ingrediënten worden aangereikt door een componist die in 1915 leed aan brandende visioenen. Mijmerend over de Antieken schiep Szymanowski een impressionistische tovertuin. Narcissus duikt op uit mistflarden en nevels. Pan jaagt in een zwoele atmosfeer op woudnimfen. Janine Jansen assisteert met een onwaarschijnlijke klankvoorraad, van loom deinend tot gemeen prikkend.

De violiste glorieert in de Grote Zaal. En al is de akoestiek niet ideaal, wellicht gaan we haar daar vaker zien. Twee dagen na het recital maakt Jansen namelijk bekend dat ze haar Utrechtse kamermuziekfestival overdraagt aan celliste Harriet Krijgh. Wie behoudt Janines passie voor Nederland?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.