Jane Austen: voer voor feministes

Bij het 25ste deel in de Perpetua-reeks, Trots en vooroordeel, schreef Ciska Dresselhuys een voorwoord. Hierbij een ingekort fragment...

Elke keer als ik zo’n prachtig Engels kostuumdrama, bij voorkeur gebaseerd op een boek van Jane Austen, zie op de televisie of in de bioscoop, besef ik hoe blij ik ben met onze Aletta Jacobs en Joke Smit. Want die twee hebben voorgoed een einde gemaakt aan de situatie zoals die in Austens leven en boeken voorkwam: mooie, lieve, slimme meisjes die in het huis van hun niet welgestelde ouders zitten te wachten tot er een rijke man langskomt die met hen wil trouwen. Tot die tijd zitten ze te borduren, te lezen, te aquarelleren of verrichten huishoudelijke karweitjes, zingen of spelen een beetje piano. En dan telkens weer die opwinding als ergens in de nabije omgeving een rijke vrijgezel wordt gesignaleerd. Jong of oud, lelijk of knap, dom of slim, het maakt niets uit; hij is vrij en heeft geld en dat is het belangrijkste.

Maar Altijd is er die ene opstandige dochter die er niets voor voelt te worden uitgehuwelijkt aan deze of gene rijke buurman, liever blijft ze haar hele leven alleen of bij haar moeder wonen dan te trouwen met een man om wie ze niets geeft. Die recalcitrante dochter drijft haar moeder tot huilbuien en zenuwaanvallen: wat moet ze in vredesnaam met zo’n meisje? Die raakt op zo’n manier immers nooit aan de man en in die tijd (we hebben het over de achttiende en het begin van de negentiende eeuw) was een goed huwelijk voor een vrouw de enige manier om een prettig leven te kunnen leiden.

De vader van het gezin, vaak een stilzwijgende pijproker, heeft wel begrip voor zijn opstandige dochter, sterker nog: meestal is zij zijn lievelingskind. Maar ja, de (domme, maar wel realistische) moeder heeft het op dit punt voor het zeggen in het gezin. En de andere dochters zijn het helemaal met haar eens. Die kirren en giechelen erop los wanneer er zich weer zo’n oude, dikbuikige, rijke man aandient.

Grappig is het in de biografie van Joke Smit te lezen hoe zij als jong meisje de boeken van Jane Austen verslond, waarna ze die besprak met haar oma. Zo hebben ze misschien wel een klein zetje in de goede richting gegeven bij het schrijven – in 1967 – van haar bekende essay ‘Het onbehagen bij de vrouw’, waarin zij de gevoelens vertolkte van duizenden vrouwen die naar meer vrijheid en zelfontplooiing snakten.

In Pride and Prejudice (Trots en vooroordeel), gepubliceerd in 1813, is het op de eerste pagina al raak: de vader van het gezin Bennet (vijf ongetrouwde dochters) krijgt van zijn vrouw het verwijt dat hij het buitenbeentje Elizabeth voortrekt. ‘Lizzy is niets beter dan de anderen en volgens mij is ze niet half zo mooi als Jane en ook niet half zo vrolijk en onbekommerd als Lydia. Maar jíj trekt haar altijd voor,’ zegt mevrouw Bennet. Vader ontkent dat niet, integendeel, hij zegt eerlijk, maar niet bepaald aardig: ‘Ze hebben geen van allen veel bijzonders, ze zijn allemaal even onnozel en onbenullig als andere meisjes. Maar Lizzy is iets levendiger dan haar zusters’. Tel uit je winst met zo’n vader.

Fay Weldon schrijft in Letters to Alice, over Jane Austens eigen vader: ‘Ze [Jane] zat bij haar moeder onder de plak, terwijl ze altijd bewondering voelde voor een vader die niets voor haar deed’ en ‘Hoewel Jane zich altijd bleef inspannen haar vader “goed en vriendelijk” te vinden, ben ik geneigd te denken dat hij een gevoelloze, egocentrische man was, die model gestaan heeft voor meneer Bennet’.

Maar voor Lizzy uit Pride and Prejudice heeft die vader wél een voordeel: hij dwingt haar in ieder geval niet zonder meer tot een huwelijk tegen haar zin. Tegenover een van zijn andere dochters, Lydia, is hij minder zachtmoedig. Die trouwt met een man over wie de hoofdpersoon, Lizzy, zegt: ‘En ze gaan echt trouwen. Wat is dat vreemd! En daar moeten we dankbaar voor zijn. Dat ze gaan trouwen, hoe klein de kans ook is dat ze gelukkig worden en hoe verachtelijk zijn karakter ook is, daarover moeten we ons wel verheugen.’

Net als vader Bennet is Jane Austen vooral gecharmeerd van tegendraadse, slimme, eigenwijze meisjes die proberen, zoveel mogelijk, een eigen leven te leiden. Op 27-jarige leeftijd werd Jane ten huwelijk gevraagd door de rijke landeigenaar Harris Bigg-Wither, de broer van een van haar intiemste vriendinnen. Zij stemde toe, maar een dag later deelde ze mee dat ze er toch anders over dacht en trok ze haar ‘jawoord’ in. [. . .]

Jane trouwde uiteindelijk niet, net zomin als haar zuster Cassandra, met wie ze tot haar dood, op haar eenenveertigste, samenwoonde. Volgens de verhalen stierf ze in de armen van Cassandra. Op haar dertigste was Jane een muts gaan dragen, als teken dat ze niet meer meedeed op de huwelijksmarkt. Oud en afgedaan als huwbare vrouw, op haar dertigste!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden