Jan Wolkers had altijd een fascinatie voor dode dieren

Hij onderzocht ze uitvoerig en begroef ze met liefde. Als jongetje had Jan Wolkers al een fascinatie voor dode dieren.

Dode zeehond en moeder op Rottermerplaat in 1971 Beeld Jan Wolkers
Dode zeehond en moeder op Rottermerplaat in 1971Beeld Jan Wolkers

Als je 's nachts in de tuin van Wolkers' huis op Texel gaat staan, is het lang niet zo donker of stil als je zou verwachten. Alles leeft. Sterren fonkelen in het zwarte water van de poel, de branding brult in de bomen. De dennen ruiken zilt. Vorige week roken ze ineens rot. Op het strand bij paal 17, hemelsbreed nog geen kilometer verderop, was een dode vinvis aangespoeld.

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Voor V houdt hij daarover een dagboek bij - waarvan we in zoveel delen de notities presenteren. Lees hier eerdere delen terug.

Als Wolkers er lucht van had gekregen - en daar had hij niet omheen gekund - was hij er onmiddellijk op afgegaan. Als jongetje had Jan al een fascinatie voor dode dieren. Zijn moeder schudde meewarig haar hoofd als hij weer eens een duif in haar stofdoekenmandje te sterven legde of plechtig salamanders begroef in de tuin.

Die fascinatie is hij nooit verloren. Tijdens zijn eerste tochten over Texel kon hij geen konijn met myxomatose of platgereden egel voorbij rijden zonder te stoppen en er met zijn gezicht vlak boven te gaan hangen. 'Moet je weer zo'n vloerkleedje fotograferen?', vroeg Karina dan.

Ja, dat moest.

Alle dode vogels op het strand werden aan nauwkeurig onderzoek onderworpen. Alle bijna dode vogels werden liefdevol verzorgd en van een geschikte naam voorzien, voor zij in het duinzand ter aarde werden besteld. Eén meeuw die hulpeloos naar beneden was komen dwarrelen heette Eddy, naar Eddy Treijtel, de keeper van Feyenoord die bij een uittrap een meeuw uit de lucht had geschoten.

Door de misselijkmakende kadavergeur van de vinvis moest ik denken aan de dode zeehond die Wolkers in de zomer van 1971 tijdens zijn eenzame verblijf op Rottumerplaat aantrof op het strand. Hij was zich rot geschrokken. 'Ik dacht eerst van een afstand dat het een groot varken zonder poten was dat van een vleesschip was afgeslagen. Zo hoog was het. Maar het kwam door de enorm opgezwollen buik van de zeehond. Hij moet zwanger zijn of erg rot en gevuld met gas. Het stonk walgelijk vettig naar bedorven spek, zoals we het in de hongerwinter een keer hebben moeten eten. Bij de bek was het vlees er al af en staken tanden naar buiten in een walgelijke en pijnlijke grijns.'

Kokhalzend liep hij weg. Maar toen de duisternis op Rottumerplaat was ingevallen, werd hij er onweerstaanbaar door aangetrokken. 'En ik kon het niet stoppen, ik kon niet gewoon omkeren en naar de tent teruglopen. Ik hoorde mijn hart bonzen in mijn borstkas, maar ik moest vooruit. Ik voelde me een slaapwandelaar, maar ik wist precies waar ik op af ging.'

De volgende dag overwon hij zijn walging. Rozige blubber spoot uit het zeehondenspek toen hij het mes in haar zette om te zien of zij werkelijk zwanger was. In haar buik ontdekte hij een puntgaaf babyzeehondje. Met tranen in zijn ogen bevrijdde hij het dode kindje uit de moeder en fotografeerde ze samen. Zij aan zij op het strand. Nature morte.

Hij kon niet anders. Wolkers moest zichzelf uit alle macht doordringen van de ijlheid, ijdelheid en eindigheid van het bestaan. 'Met zo'n dood beest', schreef hij, 'ben je eenzamer dan alleen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden