column onno blom

Jan Wolkers en de vaderhanden van Rembrandt

Rembrandt, De terugkeer van de verloren zoon (1668). Beeld Print Collector/Getty

Rembrandt woonde de eerste 25 jaar van zijn leven in Leiden. Onno Blom werkt aan een biografie van die jaren en doet daarover hier een jaar lang wekelijks verslag.

Nog geen half jaar voor zijn dood, in mei 2007, zou Jan Wolkers naar Sint-Petersburg gaan voor de presentatie van de Russische vertaling van zijn verhalen. Op het laatste moment moest hij afzeggen. Zijn broze gezondheid liet het niet toe. Dat speet hem vooral omdat dat hij De terugkeer van de verloren zoon in de Hermitage nu niet zou kunnen zien.

‘Dat schilderij, kén je dat?’, vroeg hij mij. ‘Dat is zó schitterend, let maar eens op hoe Rembrandt de handen van die vader op de rug van zijn zoon heeft geschilderd.’

Wolkers identificeerde zich met de verloren zoon. Hij was als jongen tijdens de oorlog het ouderlijk huis ontvlucht om aan de harde hand van zijn steil gereformeerde vader te ontsnappen. Hij keerde terug in de herfst van 1944, nadat zijn oudste broer Gerrit was gestorven.

In zijn verhaal ‘Zwarte advent’ staat: ‘Gelijk met de klap van de achter mij dichtslaande tochtdeur ging de keukendeur aan het andere einde van de gang open en mijn vader verscheen in de deuropening. De aanvankelijk argwanende uitdrukking van zijn gezicht ging over in een milde vormeloosheid toen hij hoofdschuddend zei: ‘De verloren zoon’.’

In Lukas 15 wordt verteld over een vader en twee zonen. De oudste blijft thuis en zorgt voor het vee in het veld. De jongste vertrekt en verbrast zijn erfdeel aan drank en hoeren. Als hij na een paar jaar tot armoede is vervallen, keert hij terug en stort zich berouwvol in de armen van zijn oude vader. Die neemt hem in genade aan en slacht het gemeste kalf om de terugkeer te vieren. De oudste broer verwijt zijn vader dat hij zijn trouw niet beloonde, maar de ontrouw van zijn broer wél. Waarop de vader zegt: ‘Kind, gij zijt altijd bij mij, en al het mijne is het uwe. Men behoorde dan vrolijk en blijde te zijn; want deze uw broeder was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden.’

Rembrandt heeft in 1668, een jaar voor zijn dood, de onvoorwaardelijke vaderliefde verbeeld. Het mooist zijn de vaderhanden, omdat Rembrandt die allebei een eigen expressie mee heeft gegeven. De linkerhand van de vader ziet er stevig en sterk uit, de rechter is verfijnder, zacht en tederder.

Er is wel gesuggereerd dat de rechterhand de liefde van de moeder – die op het schilderij en in het bijbelverhaal opvallend afwezig is – en de linker die van de vader verbeeldt. Je zou de afwijkende handen ook kunnen zien als symbolen voor de karakters van de zonen: sterk en rechtlijnig tegenover zacht en weerloos. Of als twee eigenschappen van de vader: rechtvaardig en vergevingsgezind.

In mei 2007 zei Wolkers tegen me: ‘Ik ga het niet doen: Sint-Petersburg zien en dan sterven.’ Maar ik ging wel – en hij stierf alsnog binnen afzienbare tijd. Ik zou met Wolkers meereizen, de tickets lagen al klaar. In de Hermitage heb ik lang voor De verloren zoon gestaan. Wat een schitterend schilderij. Terwijl ik naar Rembrandts vaderhanden staarde, kon ik alleen maar denken aan Wolkers’ oude, knokige en gepijnigde handen, wat die een leven lang hadden voortgebracht, gedragen en wie die hadden omhelsd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden