Jan Vrijman, een god die zijn bestaan zelf wilde beheersen

Vrijdag overleed Jan Hulsebos, alias Jan Vrijman, alias Journaille. Hij was bewierrookt filmer, journalist, schrijver, sluipschutter en moraalprediker tegelijk. De man die het woord nozem introduceerde, wilde 'Marsman-achtig leven, groots en meeslepend'....

ZIJN GROOTVADER sprong bij het Jordaanoproer van 1934 bloot en ingesmeerd met groene zeep uit het raam, knokte als een leeuw, moest een jaar zitten en werd per koets feestelijk ingehaald met een aubade van de Oranjevereniging. Cineast-journalist Jan Vrijman leek op zijn rebelse grootvader. En op zijn moeder, die Stalin tot haar dood toe verdedigde.

In 1957 zette de VPRO Vrijman aan de dijk na een rel over zijn programma Dag koninginnedag: uitgerekend op de verjaardag van prinses Wilhelmina had filmer Vrijman het immers gewaagd het Oranjegevoel te 'ontheiligen'. Socialisten liet hij daarin uitgebreid aan het woord, muiters van HM's De Zeven Provinciën uit de jaren dertig.

Twintig jaar later verweten Vrijmans linkse vrienden hem een knieval voor het kapitalisme te hebben gemaakt. Vanwege z'n televisie-vierluik over multinational Philips. 'Communist wordt VVD'er', kopte een Brabantse krant.

De vrijdag aan kanker overleden Vrijman (schuilnaam voor Jan Hulsebos) heeft het marxisme nooit helemaal afgezworen. In de oorlog ('een verademing voor mij') hielp hij mee de illegale CPN-krant De Waarheid te stencillen. Twee jaar na de bevrijding kreeg hij z'n congé; journalist Hulsebos had een plakkaat van de rattenbestrijding op de redactie gehangen waarop hij 'Bestrijd communisten' schreef. De lachende rat leek precies op partijpaus Paul de Groot.

Sindsdien voelde Hulsebos zich 'vrij man'. Hij had zijn sluipschutters-pseudoniem gevonden. Voor de Haagse Post. Drie romans schreef de loodgieterszoon uit de Jordaan. Een ervan, De lijn, was geënt op een vete met een CPN-rivaal die hem de trap had afgegooid. Ook een speelfilmcarrière (onder meer als producent van Het Gangstermeisje met regisseur Frans Weisz) bleek kortstondig.

Jan Vrijman verwierf vooral bekendheid met een documentaire over Karel Appel. Hij kreeg er in 1962 in Berlijn de Gouden Beer voor. In 1971 werd Vrijman officier in de Orde van Oranje Nassau; wegens een overdonderende multiplescreen filmpresentatie op de wereldexpo in Osaka. Eerder lag hij overhoop met de VARA, om een film over gebedsgenezer Maasbach. Vrijman had de muur al uitgezocht waar hij in z'n Alfa Romeo met 160 kilometer per uur tegenop zou knallen; na het financièele debacle van die veelgeprezen documentaire Op de bodem van de hemel.

De man die het woord nozem introduceerde, wilde 'Marsman-achtig leven, groots en meeslepend.' Filmen als egotrip. Hij maakte vijftig films (van Cobra-opstand tegen de gevestigde orde, tot krotten in Peru) en schurkte zich in het artiestenmilieu waar 'alles zoop en naaide, heel Europa was één groot matras' (Remco Campert). Kleinburgerlijk Nederland was anno 1954 geschokt door Vrijmans visie op dijkers en promiscue Leidseplein-meisjes die kief rookten.

Als Jean Journaille schreef Vrijman columns voor Vrij Nederland, waar hij met ruzie vertrok. Hij schuwde het culturele establishment en noemde zich een loner, reeksen vrouwenaffaires ten spijt. Sinds 1985 profileerde Vrijman zich op de voorpagina van Het Parool onder de naam Journaille. Zijn stukjes hadden soms iets kinderlijks. Hier was een warme populist met een rijk verleden aan het woord in een microkosmos van positief denken, moralisme. Zijn miniaturen vond hij op straat, in de supermarkt. 'Tongue-in-cheek, koketterie van een oude baas die aanstormende generaties in d'r lui nekvel grijpt.' Preekjes vol pathos.

Jan Vrijman ontving zo mogelijk nog meer lezerspost dan zijn voorganger Henri Knap, die als Dagboekanier 'waakte over onze parken en goede zeden' (Gerard Reve). Journaille gaf Freek de Jonge ervan langs toen deze afstand nam van de jaren zestig-idealen. En Bolkestein kon niet ongestraft z'n beschuldigende vinger uitsteken naar communisten met een verzetsverleden.

Had elke journalist maar een ambacht geleerd 'dan zouden die kuttenkoppen alles niet onderwerpen aan hoogmoedige schrijfsels vol neerbuigende ironie', zei Vrijman twee jaar geleden in een interview met de Volkskrant. Hij hekelde het 'slachtofferig jongerensocialisme evenzeer als het 'links lullen, rechts zakken vullen.' Aardige kerel.

Na een operatie aan borsttumor wilde hij geen dag als columnist overslaan. Op vakantie in het buitenland tikte hij zijn stukjes in zijn work-o-mobiel, een camper met autotelefoon en fax. Vrijman werd 72 jaar. Zijn vrouwen en kinderen zaten aan het sterfbed. Laatste stukje ingeleverd.

Op 10 mei schreef Vrijman zijn finale-boodschap aan de wereld, waarin hij de dood zag als een grote vogel op de rand van zijn bed. 'Hij waakt en wacht tot ik hem roep.' Op de plaats van zijn bijdrage was sindsdien 'Journaille is ziek' te lezen. Alsof het om een griepje ging.

Toch paste die regel bij de man die 'als een god' zijn bestaan zelf wilde beheersen; de volksjongen die zo graag aan de sociëteitstafel zat met Mulisch en Donner om 'in de buurt van de Parnassus de goden te horen brallen'.

Ben Haveman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden