Jan van Eyck was hier

Oren van maïs, uien als nekspieren – in de Londense National Gallery zijn geraffineerde Renaissanceportretten te zien. Individualiteit in plaats van individuen....

Ga naar Londen en je hebt er twee vrienden bij. Misschien meer, maar deze twee zeker. Want directer dan hun gezichten je aankijken, is in de schilderkunst bijna niet voor te stellen. Er zit een aantrekkelijke onverschilligheid in de blik van de twee mannen. Alsof ze gestoord worden, maar daarover niet echt geërgerd zijn. Ze staan dichter bij elkaar dan bij degene die hen bekijkt, dus een gevoel van interruptie als toeschouwer is onvermijdelijk. Je wordt niet betrokken; daarvoor is de ene blik te indringend en de ander, met zijn gedraaide hoofd, te verstoord.

Toch is hun onderlinge band wat beklijft bij de kijker, niet de verlegenheid die je kan bekruipen omdat je inbreekt in hun bezigheden.

Geen idee wie deze mannen zijn. Maar ze bieden al bijna vijfhonderd jaar een inkijk in hun vriendschap. Momenteel, anders dan hun normale verblijfplaats in Venetië, bieden ze dat op de tentoonstelling Renaissance Faces, Van Eyck to Titian in de Londense National Gallery.

Het zijn portretten maar geen bekenden. Giorgio Vasari – de grote, bij gebrek aan voldoende bronnen immer weer aangehaalde 16de-eeuwse kunstenaarsbiograaf – schrijft in zijn boek De Levens in het hoofdstuk over de schilder van het dubbelportret, Jacopo Pontormo, één kort zinnetje. Daarin staat dat Pontormo twee van zijn beste vrienden op een schilderij weergaf: de schoonzoon van Becuccio Bicchieraio, van de ander is hem de naam ontschoten. Er is een mogelijkheid dat het om deze mannen gaat. Pontormo was toen bijna dertig, de mannen zijn leeftijdgenoten. Pontormo kende een man met de bijnaam Bicchieraio, ‘glasmaker’, het zou om zijn schoonzoon kunnen gaan. Maar hun identiteit blijft onduidelijk.

De National Gallery maakt een statement met dit schilderij: we hóéven ze niet te kennen. Het is geen show over de Renaissance-elite, we krijgen geen persoonlijke ontmoeting met de mensen van de Renaissance.

De sleutel tot het begrip van dit dubbelportret, en tot de invalshoek die het museum heeft gekozen, is een brief in de hand van de linker man op het schilderij. Ook Pontormo heeft daar de aandacht naartoe willen trekken; alleen op de ogen van de mannen en op dit briefje liet hij licht vallen. De rest is donker en vraagt geen aandacht.

Het is een tekst over vriendschap van de klassieke schrijver Cicero. Een prachtig stuk uit een dialoog die hij twee mannen laat voeren. En waarin hij zegt: vriendschap omhelst alle dingen. Andere objecten van verlangen spreken slechts een deel aan. Geld het verlangen om te kunnen uitgeven, gezondheid om vrij te zijn van pijn, invloed om eer te vergaren, plezier het verlangen naar sensueel genot. Vriendschap is er altijd en staat nooit in de weg.

Het is daarmee een portret van vriendschap. De National Gallery laat naast mensen vooral thema’s zien, en hoezeer de schilderkunst van de Renaissance in stappen en lagen te bekijken is. Portretten zijn daarvoor ideaal. In die tijd de laagste in de rang van schildergenres, wisten de schilders en opdrachtgevers het op te stuwen tot intelligente uitbeeldingen van veel meer dan alleen iemands identiteit.

Zoals vriendschap. Of huwelijkse trouw. Het museum heeft de werken, afkomstig uit Zuid- en Noord-Europa, nauwkeurig gerangschikt. Huwelijk en familie zijn een belangrijk onderdeel. De verbintenis van trouw, de deugd van huiselijkheid, de eenheid van liefde. Op weinig andere schilderijen staat dat beter dan op het eigen pronkstuk van de Gallery, Het Arnolfini portret van de Vlaamse Jan van Eyck – een vroeg Renaissancestuk uit 1434. Een lief, waanzinnig mooi geschilderd dubbelportret waarin symboliek van intimiteit – het bed, de kersen aan de boom (symbool van liefde), de sloffen die zowel respect voor het huwelijk als huiselijke stabiliteit weergeven, de hond die trouw en lust verbeeldt – afwisselt met symboliek van christelijk bewustzijn; in de rand van de spiegel aan de wand is bijvoorbeeld een serie van tien passievoorstellingen geschilderd.

Door alle werken schemert, soms rustig, soms opdringerig, de nieuwe aandacht voor het individu, die de Renaissance kenmerkte. ‘Jan van Eyck was hier’, staat er pontificaal op het Arnolfini-portret. In de wandspiegel verbeeldde hij zichzelf als getuige. De schilder krijgt een naam, de afgebeelde personen krijgen een individualiteit los van hun rol als heerser of donor van altaarstukken.

Maar in Londen gaat het minder over individuen dan over individualiteit. De schilders verbeeldden geraffineerde combinaties tussen persoonlijkheid en algemeen nagestreefde deugden. De herontdekte klassieke geschriften, zoals die van Cicero, Aristoteles en Plato, werden met veel creativiteit verbeeld; om de hoek van Arnolfini hangt het groente- en fruitportret dat Giuseppe Arcimboldo eind 16de eeuw van keizer Rudolf II maakte. Met oren van maïs, een peer als neus, uien als nekspieren en een glanzende kers als oog. Een geestige geschilderde collage, die toch verwijst naar een klassieke god van seizoenen, Vertumnus, en tegelijk de kwaliteiten laat zien van Rudolf, die in een bloeiend, vruchtbaar tijdperk zou heersen.

Een flink deel van de waarden die de portretten uitdragen was ook gewone christelijke overlevering. Zo neemt de tentoonstelling tijd om te laten zien dat een portret van een dame helemaal niet veel hoefde te verschillen van een ‘portret’ van een vrouwelijke heilige, Sint Constance, een van de elfduizend maagden uit de middeleeuwse Gouden Legende over heiligenlevens. Een persoon, christelijke waarden en klassieke beeldtaal (in dit geval een buste en een portret en profil, heel Romeins) gestoken in een jasje van eigentijdse mode.

Zie verder pagina 4

De vriendelijkste vriendschap

De Renaissancekunstenaars lieten in hun intelligente spel gelukkig genoeg ruimte voor intimiteit en plezier. De Engelse heerser Henry VIII staat, heel anders dan we hem kennen, als klein kind te lachen op een portretbuste. Met open mond, ongekend voor die tijd. De Duitse kunstenaar Albrecht Dürer tekende zichzelf, wijzend op zijn milt die hij omcirkelde: ‘Hier doet het pijn’, schreef hij erboven – misschien een krabbel die hij aan zijn dokter stuurde. Maar misschien, want je weet nooit bij de kunst uit die tijd, ook een uitbeelding van geestelijke pijn. De milt staat volgens de klassieken voor melancholie.

Die nieuwe individualiteit was natuurlijk verrassend, maar belangrijker werd gaandeweg de opvatting van schoonheid. Leonardo da Vinci plaveide de weg in een traktaat: de schilderkunst kon iemands schoonheid eeuwig maken, iemands innerlijke schoonheid door het uiterlijk laten glanzen, en was belangrijk genoeg om het realistische schilderen voor te compromitteren. Hij maakte daarmee niet alleen schoonheid, maar ook zichzelf als schilder belangrijker dan de klassieken ooit hadden gedaan. Want híj was degene die de schoonheid verbeeldde, aan de mensen gaf. En wij mogen ervan genieten. Van La Bella van de schilder Palma Vecchio, met haar zachte huid en koperen haar. Van de uitdagende jonge jongen van Sandro Botticelli, die je recht en zelfbewust aankijkt. De glimlachende Agatha van Jan van Scorel of de dame met eekhoorn van Holbein. Schoonheid is heerlijk en er valt genoeg van te genieten in de tentoonstelling. Je zou er bijna door vergeten dat ze allemaal dood zijn, de mensen die zijn afgebeeld.

Waarschijnlijk daarom vinden wij nu, na vijfhonderd jaar nog zoveel terug in die koppen. Om het bewonderen van de schoonheid en het niet-drammerige, opgewekte tentoonspreiden van waarden van menselijke omgang.

Sommige schilderijen gaan nog iets verder in de gelaagdheid: ook politieke idealen worden uitgedragen. Subtiel, gelukkig.

Pontormo, de man van het dubbelportret, gaat mogelijk nog verder dan het vieren van vriendschap. Cicero begint zijn boek De Amicitia met de zin ‘Ad amicum amicissimus scripsi de amicitia’: aan een vriend heb ik in de vriendelijkste geest geschreven over vriendschap. Pontormo neemt, zo leggen de makers uit, de positie van de klassieke held Cicero in. Hij is vriend, beeldt vriendschap uit door zijn vrienden te verbeelden.

Maar de hoge kwaliteiten die door de klassieken aan vriendschap worden toegedicht, werden ook op iets anders toegepast: de ideale Republiek. En voilà, de schilder onthult een nieuwe laag. In Florence, waar Pontormo werkte, was enkele jaren eerder de Republiek om zeep geholpen door de machtige Medicidynastie. Cicero schreef naast vriendschap ook over de ideale republiek, in De Republica. Pontormo legt in dit schijnbaar eenvoudige dubbelportret daarmee ook een politiek verlangen bloot naar een vergane regeringsvorm van zijn stad. De portretten tonen, meer dan de mensen, het gezicht van de Renaissance.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden