Interview Jan Six

Jan Six weet het zeker: hij heeft nog een ‘nieuwe’ Rembrandt ontdekt

Rembrandt zelf keek hem aan, vanaf dat anonieme schilderij in een veilinghuis in Keulen, Jan Six wist het zeker. Nu, 4 jaar en veel onderzoek later, durft hij het eindelijk bekend te maken: Six ontdekte een heuse Rembrandt.

Jan Six is een Nederlands kunsthandelaar en kunsthistoricus en ontdekte in 2014 opnieuw een schilderij van Rembrandt. 'Laat de kinderen tot mij komen' is nog in restauratiefase. Beeld Linelle Deunk

Toen kunsthandelaar Jan Six in de lente van 2014 in veilinghuis Lempertz in Keulen oog in oog stond met Lot 1174, Laat de kinderen tot mij komen van een anonieme ‘Niederländischer Meister’ uit het midden van de 17de eeuw, stond hij aan de grond genageld. ‘Ik keek nog eens goed’, zegt Six, ‘en voelde toen: Rembrandt kijkt mij aan. Niet figuurlijk, maar letterlijk. In de achtergrond van het schilderij had hij een jongeman zijn eigen gezicht gegeven.’

Tijdens het gesprek bladert Jan Six rusteloos in een zwart gebonden boek, waarop in gouden kapitalen staat ­gedrukt: REMBRANDT. ‘In dit boekje noteer ik al een aantal jaren al mijn ervaringen met de schilder.’ Die ervaringen dateren al van ver vóór deze notities op papier kwamen, want Jan Six, net 40 geworden, groeide op in een groot familiehuis aan de Amstel, waar een van de mooiste portretten die Rembrandt ooit heeft gemaakt aan de muur hangt: dat van zijn voorvader Jan Six I (1618-1700). ‘Ik groeide op in permanente aanwezigheid van die polaroid uit de 17de eeuw’, lacht Six. ‘Rembrandt is vanaf mijn kindertijd eigenlijk nooit uit mijn blikveld verdwenen. Dat kan verklaren dat ik een bijzondere intuïtie voor hem heb ontwikkeld.’

Portret van een jongeman

Dit verhaal is veel verteld, afgelopen voorjaar, toen bekend werd dat Six een onbekend schilderij van Rembrandt had ontdekt. Portret van een jongeman was door veilinghuis Christies in 2016 in de catalogus gezet onder ‘Circle of Rembrandt’, maar Six was er onmiddellijk van overtuigd dat het van Rembrandt zelf was. Six slaagde erin een ­investeerder het schilderij te laten kopen. Voor minder dan anderhalve ton euro, inclusief opgeld. ‘Ik was verbijsterd’, zegt Six. ‘Ik dacht: dit gaat in de miljoenen lopen. Maar het schilderij werd voor een habbekrats afgehamerd.’

Over zijn avontuur met Rembrandts Portret van een jongeman schreef Six een boek dat prompt een bestseller werd. Six werd zelf even wereldnieuws. Bij al zijn optredens zat Six met een dubbel gevoel. Steevast werd hem gevraagd of er ooit nóg eens een onbekende Rembrandt zou worden ontdekt. ‘Wie weet...’, zei hij dan.

Six grinnikt. In mei 2014, tweeënhalf jaar vóór zijn ontdekking van Portret van een jongeman, had hij bij veilinghuis Lempertz in Keulen al een ‘nieuw’ schilderij van Rembrandt ontdekt. Een verbeelding van de bijbelse scène uit Marcus 10:13-16, waarin Jezus tegen zijn discipelen zegt: ‘Laat de kinderen tot mij komen, en verhindert ze niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.’

Ook toen al had Six een buitenlandse investeerder bereid gevonden het ­schilderij aan te schaffen. ‘We stelden een overeenkomst op: hij leverde het geld, ik de kennis – en bij de verkoop van het gerestaureerde doek zouden we de opbrengst delen. Dat was de enige manier voor mij om het voor elkaar te krijgen. Ik ben een jonge ondernemer, ik beschik niet over miljoenen.’

Het doek werd de afgelopen jaren in het diepste geheim gerestaureerd, om te worden gepresenteerd bij de tentoonstelling van werk van de jonge Rembrandt die op 1 november 2019 opent in De Lakenhal in Leiden. Six heeft er al die tijd over gezwegen als het graf. Waarom komt hij nu wél met de ontdekking naar buiten?

‘Helaas zag ik me onlangs genoodzaakt voor de tweede maal van restaurator te wisselen. Doordat de restauratie niet zo soepel liep als gehoopt, werd het steeds moeilijker de ontdekking pas te openbaren na de restauratie. Recente geruchten bij de Lakenhal van een nieuwe ontdekking van een Rembrandt gaven voeding aan deze zorg. Het rumoer hield aan. Ik heb dertig gemiste oproepen per dag. Hier, een appje van The New York Times: ‘Jan, any news?’ Het werd me te veel.’

Daarom besloot Six, na raadpleging van de investeerder, die anoniem wenst te blijven, nu zelf de publiciteit te zoeken, ook al is de restauratie nog niet afgerond. Een andere reden om naar buiten te treden, was een aanstaande publicatie in NRC Handelsblad. Die kwam uiteindelijk donderdagavond. In het stuk beticht kunsthandelaar Sander Bijl hem van bedrog bij de aankoop van Rembrandts Portret van een jongeman. Daarover zei Six gisteravond desgevraagd: ‘Ik wil daar niet op reageren.’

Bijbelse voorstelling van (vermoedelijk de enige echte) Rembrandt 'Laat de kinderen tot mij komen' Beeld René Gerritsen

Laat de kinderen tot mij komen

Twee dagen eerder vertelde hij, vol trots en met een trilling in zijn stem van emotie, hoe het schilderij Laat de kinderen tot mij komen tot hém kwam. ‘Het is allemaal begonnen op 5 mei 2014. In de catalogus van de voorjaarsveiling van dat jaar van veilinghuis Lempertz in Keulen las ik onder Lot 1174: ‘Niederländischer Meister Mitte 17. Jahrhundert, Lasset die Kinder zu mir kommen. Öl auf Leinwand (doubliert) 103,5 x 86.’’

Met een zwierig gebaar haalt Six de afbeelding van het schilderij tevoorschijn. Van alle kanten stromen ze op Christus toe: kleine kinderen, jongens en meisjes. Maar ook mannen, vrouwen, jong en oud, een enkeling met een baby op de arm, net zichtbaar onder een omslagdoek, verdringen zich om Hem heen. ‘Ik kijk goed’, zegt Six, ‘en ik zie hem: Rembrandt. Letterlijk. Ik kijk de jonge Rembrandt aan. Hij ziet eruit als hooguit 20, de leeftijd dat Rembrandt zich in Leiden net als zelfstandig kunstenaar zou vestigen.’

Het schilderij, vond Six, zag er niet uit als van Jan Lievens, Rembrandts concurrent en compagnon in Leiden, of werk van leerlingen als Gerrit Dou of Isaäc de Jouderville. ‘Nee, het zag er echt uit als een schilderij van de jonge Rembrandt. Waarom zou iemand hem op zo’n groot schilderij zetten? Hij was nog helemaal niemand. Een talent, maar nog niet de rockster waartoe hij zou uitgroeien. Wie anders dan hijzelf zou dat doen?’

Daarop printte Six de afbeelding op de website van veilinghuis Lempertz uit. Hij zoomde in op dat sprekende detail: het kopje van Rembrandt. Hoe langer hij keek, hoe meer hij herkende. Dat oude dametje, was dat niet Rembrandts moeder? Ze leek sprekend op de etsen en schilderijen die van haar bekend zijn. Tegelijk viel hem op hoe ongelijkmatig de voorstelling was geschilderd. Waren er stukken overschilderd?

Corpus VI

Hij besloot naar Ernst van de ­Wetering te gaan, de voormalige leidsman van het Rembrandt ­Research Project en dé autoriteit in de wereld als het gaat om toeschrijvingen aan de meester. ‘Ik zocht Ernst op in zijn huis in Amsterdam. Bob van den Boogert, oud-conservator van het Rembrandthuis, was daar ook. Van de Wetering werkte aan Corpus VI, Rembrandt’s Paintings Revisited. Ik kreeg koffie aan de keukentafel en legde de uitgeprinte plaatjes van Laat de kinderen tot mij komen voor Ernst neer. Hij deed zijn armen over elkaar en keek me aan met zo’n blik van: en jij wil nu dat ik jou ga vertellen dat...’

Van de Wetering vond de compositie van Christus en de kinderen niet overtuigend, wees op het verschil in het kleurgebruik op de voor- en achtergrond. Hij was ook verwonderd dat de drager canvas was, terwijl alle Rembrandts uit zijn Leidse periode op paneel zijn geschilderd. ‘Toen liet ik het vergrote jongenskopje zien. Opnieuw keek Ernst me aan van: tsja, dit lijkt op het gezicht van de jonge Rembrandt, maar ik kan er nog niks mee. Bob van den Boogert luisterde mee en raadde me aan om in het veilinghuis in Keulen goede foto’s te gaan maken. Dan viel er pas wat van te zeggen.

‘Ik baalde toen ik terug naar huis fietste, maar liet me niet uit het veld slaan. De volgende dag ben ik naar Keulen afgereisd. Alleen. Ik vroeg bij Lempertz of ik tien rare rommeldingen mocht zien én het schilderij. De mensen van het veilinghuis keken over mijn schouder mee. Na het derde doek dat niks voorstelde, vertrokken ze weer. Ze dachten: die jongen weet echt niet wat hij doet. Toen ik eindelijk alleen was met het doek, werd ik echt gek. Holy shit!’

Terug in Amsterdam liet Six aan Bob van den Boogert de foto’s zien. ‘Hij keek – en ik zag het bloed uit zijn gezicht wegstromen. Hij zei: ‘Jan, je hebt gelijk. Dit is ’m!’’

Griekenland

Op de dag van de veiling, 17 mei 2014, vloog Six terug van een vakantie in Griekenland. ‘Ik kon niet naar Keulen. De investeerder vond het zó spannend dat hij er zelf naartoe is gegaan om te bieden. Onmiddellijk nadat ik op Schiphol was geland, belde ik hem op: ‘En, en, en, en?’’

‘Well, my boy, you better be right. I’ve got him. Now it’s up to you.’

De investeerder had 1 miljoen 525 duizend euro moeten betalen, meer dan honderd maal het bedrag waarop Lot 1174 was ingezet. Er had een onderbieder in de zaal gezeten die het óók had gezien: Otto Naumann, vermaard handelaar uit New York. ‘Naumann mailde mij na de veiling een plaatje van het schilderij met verschillende figuren omlijnd: die zijn allemaal overschilderd. Hij zat er niet ver naast.’

Het schilderij werd overgebracht naar een restauratieatelier nabij ­Londen. Vervolgens werden er op de Universiteit Antwerpen infrarood-­opnamen van gemaakt. ‘Daarop waren talloze pentimenti zien, veranderingen die op het originele doek waren aangebracht. Oorspronkelijk was de compositie heel anders. Er stonden andere figuren op. Dit was het moment om het schilderij in het echt aan Van de Wetering te laten zien. In het restauratieatelier ging hij rustig voor het doek zitten. Daarna bestudeerde hij de foto’s en opnamen – en was overtuigd. Het wás een jonge Rembrandt. Alleen was er zo veel aan geknoeid en overschilderd, dat er, ook volgens Ernst, maar één weg vooruit was: krabben.

‘De restauratie bleek enorm ingewikkeld, kostbaar en tijdrovend. Het gaat immers om de ‘baseline’ van Rembrandt. Gaan we ver genoeg, maar niet té ver? Dat is natuurlijk ­superspannend. Twee keer heb ik van restaurator moeten wisselen. Van de derde verwacht ik dat hij in staat is laagje voor laagje de overschildering te verwijderen. Hij zal het originele schilderij bevrijden.’

Six zucht. ‘De tijd en de omstandigheden dwingen me nu het schilderij naar buiten te brengen. Ik had graag nog even gewacht. Ik ga niet over één nacht ijs.’ Maar nu het toch zover is, wijst Jan Six trots naar het mooie ronde kopje en de krullen van die jongen op het schilderij. ‘Kijk, daar is hij. Iedereen mag de jonge Rembrandt nu zien.’

Uitsnede van 'Laat de kinderen tot mij komen'. Jan Six wijst trots naar het mooie ronde kopje en de krullen van een jonge Rembrandt op het schilderij. Beeld René Gerritsen

Geloof je er wel of niet in?

Het toeschrijven van kunstwerken is een wetenschap waarbij discussie de normaalste zaak van de wereld is. Inzicht of een schilderij wel of niet van de hand is van een bepaalde kunstenaar, moet, zo leert de praktijk, langzaam rijpen, als goede wijn. Zeker bij de Oude Meesters kan het decennia duren voordat consensus wordt bereikt onder kunsthistorici.

Zie de Rembrandts. Ernst van de Wetering heeft zowat zijn hele werkzame leven besteed aan het achterhalen van wat er door deze 17de eeuwse schilder moet zijn gemaakt. Soms veranderde hij tussentijds van mening.

Het is een beetje als religie; geloof je er wel of geloof je er niet in? In 1958 werd een schilderij geveild voor omgerekend 120 euro als een zwak werk van een leerling van Leonardo da Vinci. Vorig jaar werd Salvator Mundi, na een restauratie waarbij latere overschilderingen waren verwijderd, afgehamerd voor 382 miljoen euro. Een echte Da Vinci, was nu de overtuiging, al zijn er nog steeds kritische geluiden te horen – slechts een deel van het schilderij zou van zijn hand zijn.

Het oog van een connaisseur helpt beslist bij het vinden van de maker, maar is natuurlijk niet doorslaggevend. Het portret Een onbekende man werd door Franse en Nederlandse kenners bejubeld als een echte Frans Hals, maar bleek in 2016 een vervalsing te zijn: op het doek is een pigment uit de 20ste eeuw gevonden.

Technisch onderzoek, dat steeds beter wordt, wordt veel gebruikt om zaken uit te sluiten. Als een dendrochronologische test aantoont dat het hout van een beschilderd paneel jonger is dan de sterfdatum van een kunstenaar, dan staat vast dat het niet van hem of haar is. Ook de herkomst van een kunstwerk – wie waren de verschillende eigenaren? – kan steunbewijs opleveren.

Bij het Van Gogh Museum in Amsterdam hebben ze een dagtaak aan het beoordelen van werken die worden ingestuurd. Af en toe ontstaan daarbij ook meningsverschillen met collega-kunsthistorici. Zo stelden twee erkende Van Gogh-experts vorig jaar dat er een onbekend schetsboek van de schilder was gevonden.

Het museum, aan wie de tekeningen eerder waren aangeboden, nam daarop de ongewone stap om de publiciteit te zoeken: in een persbericht werd het schetsboek, waarvan inmiddels een facsimile uitgave was gedrukt in een oplage van 70 duizend exemplaren, afgeserveerd als een imitatie.

Tunnelvisie is wellicht een reden waarom experts de fout ingaan; elke kunsthistoricus wil graag een grote ontdekking doen. Gelukkig zijn er genoeg die standhouden. Al blijft natuurlijk de kans bestaan dat er na de bereikte consensus weer een kikker uit de kruiwagen springt.

Michiel Kruijt

Kunsthandelaar Jan Six ontdekt wéér een ‘nieuwe’ Rembrandt

Nog geen half jaar nadat de Amsterdamse kunsthandelaar Jan Six bekendmaakte een onbekende Rembrandt te hebben ontdekt, claimt Six dat hij nóg een schilderij van de oude meester heeft getraceerd. Bij veilinghuis Lempertz in Keulen liet hij een investeerder in het voorjaar van 2014 een schilderij kopen dat werd aangeboden als afkomstig van een anonieme 17de-eeuwse Hollandse meester. Daarop wordt een bijbelse scène verbeeld: Laat de kinderen tot mij komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.