De keuzen vanJan Rot

Jan Rot: ‘Ik kijk niet meer naar de lege plekken in de zaal, maar naar de mensen die er wel zitten’

Wat zijn dit voor vragen? Naar aanleiding van zijn nieuwe boek, 8 dilemma’s voor zanger en liedschrijver Jan Rot (63). 

Jan Rot: ‘Fuck, dacht ik, ik loop naast Herman Brood, ik hoor bij Herman Brood. De dope kwam op tafel en na 10 minuten ben ik naar huis gegaan.’Beeld Frank Ruiter

Evelien Hendriks of Eleanor Rigby?

‘Evelien Hendriks, zonder te aarzelen. Toen ik Eleanor Rigby van The Beatles vertaalde ben ik op zoek gegaan naar een naam je onmiddellijk gelooft. De eerste e, daar zit je als vertaler aan vast. De naam moet zo Hollands zijn dat je Eleanor Rigby meteen vergeet, maar ook een naam die op een bepaalde manier wel zo klinkt. En het moet precies in die muziek passen. 

‘Een liedje vertalen kost veel tijd en energie. Het is geklungel. Lange tijd is de vertaling slechter dan het origineel, maar op een gegeven moment kantelt het en schuift het open; dan snap ik wat ze bedoelen. Dan zit ik ineens in het hart van het lied.

‘In mijn boek 121 van de beste liedjes ooit staan alleen maar grote hits. Over elk liedje heb ik een stukje geschreven. Het is de opvolger van Stop de tijd. Dat maakte ik omdat ik niet wil dat mijn kinderen later op mijn harde schijf moeten gaan zoeken wat hun vader allemaal heeft gemaakt, als hij omvalt. Ik mag van mezelf nog honderd liedjes vertalen. Daarna hou ik er mee op. Dan heb ik zo’n vijfhonderd liedjes vertaald, dan heeft het nageslacht voldoende om te lezen.’

Wal of schip?

‘Tussen wal of schip, daar staat mijn huis. Die zin heb ik ooit in een songtekst gebruikt. Ik heb het gevoel dat ik overal bij pas, maar tegelijkertijd nergens thuishoor. Dat is een diepere gedachte die ik al lang geleden heb ontwikkeld. Misschien is het te herleiden tot mijn jeugd. Ik groeide op in een zendingsgezin, zoals dat zo mooi heet. Mijn vader was arts en door de gereformeerde kerk uitgezonden naar Indonesië.

‘Ik had daar een prima jeugd. Tot ik tijdens een verlof in Nederland popmuziek leerde kennen. Terug in Indonesië kregen we af en toe een pakket met singles en muziekblaadjes. Radio Veronica, Ajax, daar leefde ik voor. Ik kwam in mijn eigen wereld terecht, maar op de verkeerde plaats, in Indonesië. Ik wilde in Nederland zijn. Toen ik 12 was, keerden we definitief terug. Mijn moeder had er genoeg van.

‘Ik heb altijd het gevoel gehouden dat ik in de verkeerde tijd op de verkeerde plek was. Dat draag ik al mijn hele leven met me mee. Tot rusteloosheid heeft het niet geleid, nee. Wel tot een voortdurend verlangen; het idee dat het gras aan de overkant altijd groener is.’

Coolsingel of Keyserlei?

‘De Coolsingel. Het leek een heel goed plan, wonen in Antwerpen. We woonden al vlak bij de grens, in Ossendrecht, in een Pippi Langkous-huis. Als onze oudste dochter naar de middelbare school zou gaan, zouden we terugkeren naar de grote stad, was ons voornemen.

‘Het werd Antwerpen, we zouden Nederbelgen worden. Eventjes was het heel opwindend.  Het huis was waanzinnig, vijf verdiepingen op Zuid. Mijn vrouw en de vier kinderen hadden het er erg naar hun zin, maar ik vond die hele emigratie beduidend minder. Het was alsof ik weer in mijn jeugd zat. Ik miste Nederland.

‘Op een dag speelde ik hier in Rotterdam in een theatertje, Walhalla. Toen ik wat te eten ging halen, zat er een echtpaar van mijn leeftijd, zo’n man met een rock-’n-rollkuif en een opgedirkte vrouw. Die zie je alleen in Rotterdam. Wat is dit toch een leuke stad, dacht ik. Waarom wonen we niet in Rotterdam?, appte ik naar mijn vrouw. Oké, antwoordde ze, maar ik wil dat er een vrije school in de buurt is voor de kinderen en ik wil twee katten. Dat was de deal. Binnen een paar maanden was het geregeld.’

Podium of schrijfbureau?

‘Vroeger kon ik niet zonder het podium. Dat was de enige plek waar ik gelukkig was, letterlijk. Dat is niet zielig hoor, ik trad als zanger vijf keer in de week op, solo of met een band. Twee keer drie kwartier geluk op een dag, wie kan dat nou zeggen? Nog steeds is het podium de beste plek om te zijn, omdat alles er weg valt en iedereen het leuk vindt wat je doet, maar…

‘Hoe moet ik het zeggen? Ik dacht altijd dat ik op een dag een heel groot publiek zou krijgen. Ik zag mezelf op Pinkpop staan. Sinds ik 60 ben, ben ik dat gevoel kwijt. Misschien komt het wel nooit. Nou, dan niet. Ik heb het toch mooi voor elkaar? Ik blijf al meer dan veertig jaar overeind. Spelen wordt steeds relaxter. Ik kijk niet meer naar de lege plekken in de zaal, maar naar de mensen die er wel zitten. De dankbaarheid groeit steeds meer.’

Annie M.G. Schmidt-prijs of Ridder in de Orde van Oranje-Nassau? (1)

‘Die ridderorde kwam uit het niets. Op een avond in Carré ter gelegenheid van mijn 50ste verjaardag sprak de burgemeester van Ossendrecht. Ineens kreeg ik dat speldje. Het was een soort bevestiging. Ook al heb ik maar een klein publiek, de koningin vond het goed en gaf me haar zegen.

‘Als dank heb ik een hertaling van het Wilhelmus gemaakt en opgestuurd naar het koninklijk huis. Nooit iets gehoord. Toen ik in 2016 de Annie M.G. Schmidt-prijs won, werd ik uitgenodigd voor de zogenoemde uitblinkerslunch. Op een gegeven moment zag ik mijn kans schoon en vroeg ik aan Willem-Alexander of hij ooit mijn hertaling van het Wilhelmus had gehoord. Mag ik het voor u zingen?, vroeg ik. Dat mocht. 

‘Toen ik klaar was, zei hij met een grijns: interessant. Wat hij daarna zei, mag ik niet citeren, maar het kwam erop neer dat hij het heel leuk vond. Later heb ik het nog een keer voor prinses Laurentien gezongen. O, nou, zei ze, ik zal het er toch eens tijdens een lunch met de familie over hebben. Dat was het.’

Herman Brood of Boudewijn de Groot?

‘Twee idolen van vroeger, maar ik ga blind voor Brood. Als scholier wilde ik zijn zoals hij. Brood was ook de reden dat ik in Groningen ben gaan studeren. Ik had helemaal geen studieplannen, maar dacht: dan ben ik bij Herman in de buurt. En dan pianospelen, zingen en eigen liedjes maken. Een van de hoogtepunten in mijn leven is een uitspraak in het Nieuwsblad van het Noorden van Herman Brood over mijn band. Streetbeats, Streetbeats, iedereen heeft het erover, zei Brood, dus moet het wel wat zijn.

‘Op een avond kwam hij in De Koffer naar een optreden kijken. Daarna gingen we naar de Speakeasy, een club, en nog later naar hotel Weeva. Kom mee, zei Herman, we gaan ontbijten, voor mij gooien ze de bar wel open. Fuck, dacht ik, ik loop naast Herman Brood, ik hoor bij Herman Brood. De dope kwam op tafel en na 10 minuten ben ik naar huis gegaan. Dit is het leven van Herman Brood, dacht ik, ik moet mijn eigen weg gaan.

‘Hoe verleidelijk ook, ik wilde niet in het kielzog van Herman Brood terechtkomen. De volgende dag heb ik op de wc van Het Pakhuis een tekst geschreven: Herman Brood is dood, Jan Rot is de nieuwe God. Het was een soort vadermoord, ik had dat nodig.’

Annie M.G. Schmidt-prijs of Ridder in de Orde van Oranje-Nassau? (2)

‘De Annie M.G. Schmidt-prijs voor het beste theaterlied wilde ik héél graag winnen. Stel dat het zou kunnen gaat over mijn moeder. Ik was zó blij. Tijdens het dankwoord schoot ik meteen in vertrouwde mijn rol. Ik beschouw het als een aanmoedigingsprijs, zei ik met veel ironie. Het was mijn eerste vakprijs in veertig jaar. Nu kan ik kiezen, dacht ik. De wereld draait door, Pauw, die zouden me allemaal willen hebben. Maar er gebeurde niks. Een telefonisch interviewtje met De Telegraaf en een interview in Volgspot op Radio 5, dat was het.

‘Ik ben al acht jaar niet op tv geweest om een liedje te zingen. De laatste keer was in Pauw & Witteman, in 2012. Acht jaar, en er zijn zo veel programma’s! Ik stuur elke keer cd’s en nieuwe boeken, maar er gebeurt niks. O, weer een nieuwe cd, weer een nieuw boek? Je hoort het ze zeggen op de redacties.’

Johnny Rotten of Sid Vicious?

‘In 1974 waren we met de familie in Londen. Ik was 17 en kwam in een kroeg terecht. Er speelde een bandje en er kwam een jongen naar me toe. Of ik een vuurtje had. Hij stelde zich voor. John, zei hij. Ik heet ook John, zei ik, als je mijn naam vertaalt. En als je mijn achternaam ook vertaalt heet ik John Rotten. Hij ging helemaal uit zijn plaat. ‘What a fucking great name, lad!’

‘Twee jaar later braken de Sex Pistols door, met zanger Johnny Rotten. Hij was het, hij had het gewoon onthouden. In 1977 waren ze in Groningen. Ik heb hem aangesproken. You stole my name, remember? Het was allemaal dronken gedoe. Ik kreeg geen bevestiging. Sid Vicious wilde alleen maar bier drinken en Johnny Rotten was met vrouwen bezig. Het zal allemaal wel, dacht ik, maar ik wist: die naam heb je van mij.’

Jan Rot: 121 van de beste liedjes ooit, van Schubert tot Shakira.
Uitgave in eigen beheer; 138 pagina’s; € 24,95. Te bestellen op: janrot.nl

Jan Rot

1957 Op 25 december geboren in Makassar (Indonesië)

1977 Oprichting Streetbeats

1982 Start solocarrière met hitje Counting Sheep

1990 Nederlandstalig debuut met cd Hoop & Liefde

1996 Maakt eerste cd met vertalingen van wereldhits

2006 Gouden plaat voor hertaling Bachs Mattheüspassie door het Residentie Orkest

2007 Speelt ‘Arent’ in Doe Maar, de Musical

2013 Vertalingen musicals Jersey Boys en Love Story.

2016 Annie M.G. Schmidt-prijs (beste theaterlied) voor Stel dat het zou kunnen

2020 Vertaling musical Hello Dolly!

2020 Liedboek 121 van de beste liedjes ooit, van Schubert tot Shakira

2020-2021 Theatertour Alle Tijd, met pianist Jakob Klaasse 

Jan Rot is getrouwd met fotograaf en schrijver Daan de Launay. Ze hebben vier kinderen. Het gezin woont in Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden