Jan Pieterszoon Coen, held of schurk?

'Dispereert niet'. Die tegelwijsheid prijkte in de 17de en 18de eeuw in menige vaderlandse keuken. Het waren gevleugelde woorden van Jan Pieterszoon Coen, de 'koopman-koning in Azië', zoals biograaf Jur van Goor hem noemt. Na zijn terugkeer uit Indië groeide Coen uit tot een ware volksheld. En 'dispereren', wanhopen, was inderdaad niets voor hem. Zelfs onder hopeloze omstandigheden hield hij het hoofd koel.

Manager

En dat terwijl Coen van oorsprong helemaal geen vechtjas was; hij was vooral een geniale en doortastende manager. Zijn snelle opkomst in de Verenigde Oostindische Compagnie had hij te danken aan een verhandeling, de Discoers, die hij in 1614 vanuit de Oost opstuurde naar het VOC-bestuur, de Heren XVII. Daarin beschreef hij zijn visie op wat de Compagnie in Indië moest doen om winst te maken.

De compagnie was in 1602 opgericht met een tweeledig doel: handel drijven in de Oost én daar oorlog voeren tegen Spanje. De Nederlandse Opstand moest een wereldwijde oorlog worden. Die twee taken waren echter nauwelijks te combineren, zo bleek. Winst, te besteden aan de strijd tegen Spanje, bleef jarenlang uit. Coen gaf aan wat nodig was: vaste voet veroveren aan wal, kolonies stichten en handelsmonopoliën afdwingen. De Heren waren maar wát blij met deze medewerker.

Kapitan Djangkung

Zo werd Coen de stichter van Nederlands Indië. Hij veroverde het kustdorp Jakarta, herdoopte het tot Batavia en maakte dit tot het centrum van het groeiende handelsimperium. De zwarte bladzijde in zijn levensverhaal is de verovering van Banda. De Bandanezen beheersten de nootmuskaathandel en ze verkochten hun oogst aan de hoogste bieder. De Nederlanders wilden alles voor zichzelf - voor de strijd tegen Spanje. Coen veroverde de kuststreek van het voornaamste eiland, Lontor, maar de Bandanezen trokken zich terug in het binnenland. Hij deporteerde een deel van de bevolking naar Batavia, maar liet het vuile werk, het uitroeien van de guerrilla, aan anderen over. Deze oorlog kostte enkele duizenden Bandanezen het leven. Kort daarop keerde Coen terug naar het vaderland.

Held of schurk? In zijn boeiende, maar ook wat wijdlopige biografie velt Van Goor een genuanceerd oordeel. De 'koopman-koning' was beslist niet wreder dan de Engelsen en Spanjaarden, of de inlandse vorsten. Maar alles was ondergeschikt aan dat ene grote doel, het verzwakken van Spanje. Dat is gelukt. Zijn roem leefde voort - ook in Indonesië. Coen is een van de zeldzame blanken die in de Javaanse mythologie werd opgenomen. Als 'kapitan Djangkung'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.