Review

Jan de Jong was een man zoals ze nu niet meer worden gemaakt

Voor aartsbisschop De Jong was verzet tegen de Duitse bezetter een gebod waarmee niet te marchanderen viel. Biograaf Henk van Osch stelt de hedendaagse lezer in staat mee te voelen met een prelaat die de 'dwalingen van de moderne tijd' aan de kaak stelde.

'Allerminst strijdlustig van zichzelf, waren het de tijdsomstandigheden die van hem de moed en de dapperheid vroegen die hem het aureool van een held gaven.' Zie hier de essentie van het leven van Jan (Johannes) de Jong (1885-1955), de man die het liefst priester was geworden van een kleine parochie of - in zijn eigen woorden - toeschouwer 'in plaats van mee te moeten spelen', maar die tot zijn eigen verbijstering in 1936 aartsbisschop van Utrecht werd.

In de naoorlogse jaren zou zijn dogmatisme als vorm van starheid worden aangemerkt. Maar in oorlogstijd was het een bron van onverzettelijkheid in zijn omgang met de Duitse autoriteiten. 'Mit dem Mann ist nicht zu reden', zei een van hen tijdens de bezetting. De Jong verbood de gelovigen, op straffe van onthouding van de sacramenten, medewerking aan deportaties en aan alle vormen van hulp aan de vijand. Zij mochten geen lid worden van de NSB en andere landverraderlijke organisaties. En hij riep katholieken in zijn herderlijke brieven veelvuldig op tot passief verzet.

Henk van Osch

Kardinaal De Jong - Heldhaftig en behoudend
Non-fictie
Boom; 350 pagina's; euro 24,90.

De strijdbaarheid van De Jong ging gepaard met een diep pessimisme over de afloop van de oorlog en de duur van de bezetting. Dat was voor hem geen reden om zich plooibaarder op te stellen. 'Hij wist dat de Voorzienigheid de geschiedenis niet schreef in jaren maar in eeuwen.' Uiteindelijk zou Christus zegevieren.

De biografie door de historicus Henk van Osch van aartsbisschop (vanaf 1946 kardinaal) De Jong is minder hagiografisch dan de biografie uit 1955 en minder beknopt dan de biografie van 1996. Het is een rijk boek waaruit grote vertrouwdheid spreekt met de wereld van De Jong.

De auteur is trefzeker bij de beschrijving van de schraalheid van Ameland, waar De Jong in 1885 werd geboren, en van diens fysieke en mentale hoekigheid. 'Zijn lopen werd geen schrijden, zijn hoofd stak niet recht omhoog, zijn gelaat was eerder grof dan fijn en hij zegende met een omvangrijk gebaar.' Van Osch heeft mededogen met een prelaat die een ambt bekleedde dat hij niet begeerde in een tijd die het uiterste van hem vroeg. Maar hij geeft ook uiting aan zijn ergernis over het feit dat de oorlog geen verandering had gebracht in zijn afwijzing van de sociaal-democratie. Zo maakte De Jong bezwaar tegen de Noodwet Ouderdomsvoorziening van Willem Drees. 'De Staat tracht steeds een grotere macht en invloed uit te oefenen en verstikt de levende christelijke krachten; zelfs op het gebied van de liefdadigheid, de oudste en zo echt christelijke deugd, tracht de Staat alles aan zich te trekken.'

In zijn geloof was Jan de Jong opmerkelijk consistent. Als seminarist voegde hij zich naar de regels. Later bracht hij de kwalen van de 20ste eeuw in verband met de Franse Revolutie en het democratisch bestel. Zijn geloofsovertuiging weerhield hem er evenwel niet van kennis te nemen van het gedachtengoed van 'vrijdenkers'. Sterker: op het grootseminarie moedigde hij zijn studenten aan hetzelfde te doen.

Tijdens de Duitse bezetting voorzag De Jong volop in de behoefte aan leiding van het volgzame katholieke volksdeel. De rooms-katholieke kerk was hier consequenter in haar verzet tegen het 'duivelse' nationaal-socialisme dan de protestantse kerken in Nederland en de kerkprovincies elders in bezet Europa. Voor De Jong was verzet een gebod waarmee niet te marchanderen viel. Even vanzelfsprekend waren zijn stellingname, in 1945, tegen 'de zuiveringsziekte' (de behoefte van 'goede' Nederlanders om zich aan 'foute' Nederlanders te vergrijpen) en zijn oproep aan katholieken om niet mee te gaan in de dwalingen van de moderne tijd.

Jan de Jong was een man zoals ze nu niet meer worden gemaakt. Maar Van Osch stelt de hedendaagse lezer, volledig gesocialiseerd in een wereld die De Jong zou hebben verafschuwd, in staat met hem mee te voelen. Dat hij iets te uitputtend ingaat op de theologische publicaties van De Jong en dat hij - in een boek dat zich daarvoor niet leent - de inzet van de atoombom in 1945 bekritiseert, doet aan die grote verdienste hoegenaamd geen afbreuk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden